Volg het geld

Na de aanslagen van 11 september verklaarde Bush de oorlog aan het terrorisme. Die oorlog, ook wel de `eerste wereldoorlog tegen het terrorisme' genoemd, moet volgens deskundigen anders gevoerd worden dan alle andere oorlogen. Dat is logisch. Het gaat hier namelijk niet om een oorlog tegen een staat of meerdere staten, al leek dat wel zo tijdens de oorlog tegen Irak.

De `war on terrorism' is, zo stelt Kathleen M. Tong van de University of North Carolina, een gevecht tegen een tegenstander zonder gezicht. Een vijand die niet duidelijk aan een natie verbonden is en zich niet gebonden voelt aan de regels, of zo men wil de logica, van de moderne oorlogsvoering. Terroristen kunnen overal zijn en vanaf iedere plaats toeslaan. Ze zijn bijzonder moeilijk op te sporen en daarom veel lastiger te verslaan dan een meer conventionele vijand. Toch is er volgens Tong een belangrijke overeenkomst tussen een conventionele vijand en de terrorist; allebei zijn ze afhankelijk van geld.

Bush' oorlog bestaat daarom voor een belangrijk deel uit het volgen van geldstromen (follow the money) en pogingen om die af te sluiten voor de vijand. In oktober 2001 werd daartoe in de Verenigde Staten de Uniting and Strenghtening America by Providing Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism Act (USA PATRIOT Act) aangenomen. Daarmee werden de bevoegdheden uitgebreid van geheime diensten en wetshandhavers met betrekking tot het onderzoek naar de toegang tot en de uitwisseling van financiële informatie. De strijd tegen het geld, de levensader van het terrorisme, zoals Bush het noemde, was begonnen. Vlekkeloos ging dat niet. De FBI meende recht te hebben op de meest prominente positie in het hele onderzoek en voelde zich daarbij voor de voeten gelopen door de kort na 11 september opgerichte federale Greenquest taskforce. Greenquest ging voortvarend van start en deed omstreden, breed in de pers uitgemeten invallen bij islamitische liefdadigheidsorganisaties in de regio Washington. De FBI vond, zo berichtte Newsweek vorig jaar, dat `de cowboys' van Greenquest door hun weinig subtiele aanpak een aantal veel langer lopende onderzoeken naar verdachte financieringsbronnen ondermijnden. Greenquest beschuldigde de FBI daarop van jaloezie en, ernstiger nog, van de weigering om belangrijke informatie over terroristische geldstromen te delen. Een interne twist was geboren. En die duurt nog altijd voort. De oprichting van het Homeland Security Department dat een einde aan de verdeeldheid moest maken en daartoe een aantal belangrijke federale verantwoordelijkheden in de strijd tegen het terrorisme overnam, bracht geen uitkomst.

Desondanks werden toch wel enige resultaten behaald. Tijdens een in 2002 gehouden hoorzitting over de geldbronnen van het terrorisme werd duidelijk dat er sinds 11 september 2001 wereldwijd zo'n 500 verdachte bankrekeningen zijn onderschept. Bijna eenderde van het in beslag genomen geld, 34 miljoen dollar, bevond zich in de Verenigde Staten. Algemeen werd aangenomen dat hiermee nog geen fractie van het probleem was aangepakt. De 500 bankrekeningen waren om het op z'n Amerikaans te zeggen `peanuts'. Maar dat was niet het enige verontrustende dat het onderzoek aan het licht bracht. Nog erger was het dat het steeds duidelijker werd dat de VS nog nauwelijks iets over de financieringsbronnen van de terroristen te weten was gekomen. Tot dan toe waren de onderzoeken voornamelijk gericht geweest op geld dat op ingewikkelde wijze onder de vlag van liefdadigheid naar terroristen was gesluisd. Aan een grondig onderzoek naar alternatieve geldstromen oftewel geld dat wordt aangewend om terroristische activiteiten te financieren en dat afkomstig is uit de drugshandel of uit de smokkel van sigaretten, diamanten en wapens, was men nog nauwelijks toegekomen. In Terrorist Financing, het rapport van de United States General Accounting Office, dat op verzoek van het Amerikaanse Congres eind vorig jaar werd gepresenteerd, wordt zelfs vermeld dat de omvang van het gebruik van alternatieve financiering door terroristen in het geheel niet bekend is. Wel wordt het vermoeden uitgesproken dat terroristen veel geld verdienen door criminele activiteiten. Maar het enige voorbeeld dat men kent, is dat van Hezbollah dat tussen 1996 en 2000 in de Verenigde Staten naar schatting anderhalf miljoen dollar verdiende met het kopen van sigaretten in staten met een laag belastingtarief en het doorverkopen van die sigaretten tegen een hogere prijs in staten met een hoger tarief. Dat is wel erg weinig informatie voor een land dat een oorlog tegen diezelfde terroristen voert. Bush en de Amerikaanse belastingbetaler krijgen met dit `oud nieuws' bepaald geen waar voor hun dollars en voor de privacy die zij op financieel gebied hebben moeten inleveren.

Het einde is bovendien niet in zicht. Voor 2004 vroeg Bush 57,6 miljoen dollar voor de financiering van het Financial Crimes Enforcement Network (FinCen) en nog eens 14 miljoen dollar voor in het buitenland opererende ondersteuning. Dat is meer dan 11 miljoen dollar meer dan voor het jaar 2003. En daar blijft het niet bij. Nog geen week geleden werd aangekondigd dat er een Office of Terrorism and Financial Intelligence (TFI) zal worden opgericht als onderdeel van het Department of Treasury. De TFI zal de coördinatie op zich nemen van de pogingen om de geldstroom naar terroristen te stoppen.

Kortom, de `war on terrorist financing' is een geldverslindend monster. Bovendien is het blind. Al zou het zo zijn dat bepaalde informatie over geldstromen naar terroristen niet wordt vrijgegeven in verband met de veiligheid het is per slot van rekening oorlog dan nog valt nauwelijks te ontkennen dat al die diensten en organisaties niet zijn toegerust voor hun taak.

Dat kan ook niet. Daarvoor is er eenvoudigweg te veel geld. Geld dat geld genereert, dollars die dollars genereren. De ene geldstroom die wordt ontdekt, zal weer een andere blootleggen. En om die te onderzoeken is er geld nodig. Telkens weer. Dat effect was niet voorzien, toen Osama bin Laden financieel werd gesteund tijdens de oorlog van de Sovjet-Unie tegen Afghanistan.

De oorlog tegen het geld van de terroristen speelt uiteindelijk het terrorisme in de kaart. Dollars keren zich tegen dollars. Kapitalisme en terrorisme, een innig omstrengeld paar. Twee kanten van dezelfde medaille. Die medaille is gemaakt van een munt.