Tonnen tegen elkaar wegstrepen

Twee vastgoedcompagnons gaan ieder hun eigen weg, maar krijgen daarna ruzie over de boedelscheiding. Ze treffen elkaar voor de rechter.

Vrienden zullen Rob Nederlof en Martien de Groene nooit meer worden. Jarenlang vormden de twee de directie van het Rotterdamse vastgoedbedrijf Maasstede en deden ze samen goede zaken. Maar sinds ze medio 2000 `in goed overleg' besloten ieder hun eigen weg te gaan en het bedrijf op te splitsen, zijn de verhoudingen bekoeld.

Over de globale boedelscheiding waren ze het snel eens: Nederlof kreeg alle activiteiten op het gebied van projectontwikkeling en zette die voort onder de naam Maasstede. De Groene kreeg alle vastgoedbeleggingen en de makelaarspraktijk en begon een nieuw bedrijf. Onafhankelijke adviseurs werden aangesteld om de waarde van de verschillende bedrijfsonderdelen te bepalen en een verdeelstaat op te stellen. Daaruit bleek dat De Groene ruimer bedeeld was dan Nederlof en een `overbedelingsvergoeding' van 3 miljoen euro moest betalen. De Groene was het daar niet mee eens en weigerde te betalen.

Omdat de zaak, ondanks eindeloos procederen, halverwege 2003 nog altijd niet geregeld was, gingen Nederlof en De Groene opnieuw om de tafel zitten. Ze bereikten een schikking, die inhield dat De Groene in elk geval 1,1 miljoen euro zou betalen aan Nederlof, hetgeen geschiedde. Verder zou er opnieuw een externe adviseur aangesteld worden om over overgebleven twistpunten knopen door te hakken en een nieuwe, definitieve verdeelstaat te maken. Om zeker te zijn dat aan de slepende kwestie echt een einde zou komen, legden ze hierbij vast dat ,,partijen op geen enkele wijze zullen trachten de uitvoering van de verdeelstaat te frustreren''.

De nieuwe verdeelstaat wees uit dat De Groene nog ongeveer twee ton schuldig was aan Nederlof. Maar De Groene vond dat Nederlof in de nieuwe verdeelstaat zo'n 600.000 euro te veel was toebedeeld en weigerde de laatste twee ton te voldoen. ,,Hij had die 1,1 miljoen ook alleen maar betaald om de zaak niet nog verder te vertragen, niet omdat hij het eens was met de verdeling'', zegt zijn advocaat. Nederlof spande daarop een kort geding aan voor de president van de Rotterdamse rechtbank. ,,Het is elke keer hetzelfde met De Groene. Zodra er betaald moet worden, verzint hij een list om daar onderuit te komen'', aldus Nederlofs advocaat. ,,Maar de afspraak was nu eenmaal dat het externe advies bindend zou zijn, dus De Groene kan nu geen posten meer ter discussie stellen.''

De Groene's advocaat doet dat toch: voor het realiseren van twee kantoorpanden in Capelle aan den IJssel en Schiphol-Rijk heeft Nederlof volgens De Groene een ,,onredelijk hoge'' managementvergoeding gedeclareerd en voor het vinden van huurders van die gebouwen heeft hij zichzelf ten onrechte driekwart (in plaats van de helft) van de `verhuurbonus' toebedeeld, de vergoeding die een projectontwikkelaar krijgt als hij een gebouw verhuurd oplevert. Nederlof bestrijdt dat de vergoeding te hoog is. Hij vindt dat hij recht heeft op een groter deel omdat hij huurders heeft gevonden. Onzin, zegt de advocaat van De Groene. ,,Het enige wat hij heeft gedaan is een makelaar opdracht geven een huurder te zoeken.''

De Groene's advocaat stelt voor de zes ton die Nederlof te veel heeft gekregen en de twee ton die De Groene nog moet betalen ,,tegen elkaar weg te strepen'' en een punt te zetten achter de kwestie. Wel is er nog een akkefietje met een vakantiehuisje in Oostenrijk: dat is van De Groene, maar Nederlof bezit er nog een pandrecht op. Dat wil hij best opgeven, zegt zijn advocaat, ,,zodra De Groene die twee ton betaalt''.

De rechter is het daar niet mee eens: het vakantiehuisje staat los van het andere conflict en Nederlof moet zijn pandrecht gewoon opgeven, want dat is bij de boedelscheiding zo afgesproken. In de discussie over de verdeelstaat neigt hij ernaar Nederlof gelijk te geven. ,,De Groene heeft de verdeelstaat zonder voorbehoud aanvaard en kan daar in beginsel niet meer op terugkomen zonder te handelen in strijd met de schikking.''

Toch is ,,een bindend advies niet geheel onaantastbaar'', vindt de rechter, als blijkt dat op de verdeelstaat ,,een volkomen willekeurige en geheel ongefundeerde verdeling'' is gehanteerd. Of dat zo is, betwijfelt hij. De hoogte van de managementvergoeding heeft Nederlof volgens hem ,,uitvoerig met uren en tarieven toegelicht'' en is niet meer voor discussie vatbaar. Bij de verhuurbonus ligt dat anders. Nederlof heeft niet voldoende onderbouwd waarom hij driekwart zou moeten krijgen en De Groene een kwart, in plaats van ieder de helft. Hij velt daarom een tussenvonnis: als Nederlof kan aantonen waarom gerechtvaardigd is dat hij een hogere vergoeding krijgt, dan stelt de rechter hem op dit punt in het gelijk. Zo niet, dan wint De Groene.

In Het Geding komen juridische geschillen in het bedrijfsleven aan bod. Reacties: hetgeding@nrc.nl