Toegewijd aan Poolse poëzie

Op woensdag 10 maart is de vertaler Gerard Rasch (57) overleden. Hij was reeds enige tijd ziek. Gerard Rasch studeerde in Amsterdam Slavische talen. Na zijn studie vertrok hij voor een studieverblijf naar Polen, waarna hij, door zijn huwelijk met een Deense, in Kopenhagen terechtkwam. Daar begon hij te vertalen, uit het Pools, het Russisch en later ook uit het Deens. Pas in de jaren tachtig keerde hij weer naar Nederland terug.

Hoewel hij enkele belangrijke werken uit de recente Russische literatuur heeft vertaald, is hij toch vooral bekend geworden door zijn vertalingen uit het Pools. De vertaling waarmee hij de meeste indruk maakte was De kaneelwinkels van Bruno Schulz, een modernistische joodse auteur van voor de oorlog, die destijds in Nederland volslagen onbekend was, maar die mede dankzij de vertaling van Gerard Rasch nu naast Gombrowicz een van de grote namen van de Poolse literatuur is geworden. Kenmerkend voor Gerard Rasch was dat hij Schulz tweemaal heeft vertaald. Met de eerste poging, een `jeugdwerk', was hij achteraf zo ontevreden dat hij deze jaren later geheel heeft overgedaan, met een schitterend resultaat. Het heeft hem in 1997 de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen bezorgd.

Met het geld dat deze prijs hem opleverde was hij in staat om zich meer te wijden aan zijn grote liefde, het vertalen van Poolse poëzie. Hij bleek een begenadigd poëzievertaler, die bovendien het geluk had dat de auteur van zijn eerste vertaling kort na het verschijnen ervan de Nobelprijs voor literatuur ontving: Gerard Rasch' keuze uit het werk van de bij ons tot dan toe volslagen onbekende Szymborska werd een poëtische bestseller. Hierna volgden nog twee lijvige bundels: van Zbigniew Herbert, en – nog maar enkele weken geleden in deze krant besproken – van Czeslaw Milosz. Veel van zijn vertalingen voorzag hij van informatieve nawoorden, want altijd probeerde hij `zijn' auteurs ook te begeleiden met een gedegen artikel over hun plaats in de Poolse literatuur. Hoe veelzijdig hij was bewijst het feit dat hij ook de reisschrijver en Afrika-kenner Kapuscinksi een warm hart toe droeg. Een van zijn laatste vertalingen is Lapidarium, een schitterende keuze uit diens omvangrijke verzameling aantekeningen en losse fragmenten, een wijs boek dat een waardig besluit van dit veel te vroeg afgesloten leven is.