Spreek beschaafd en tel mee in Europa

Onlangs werd mijn aandacht gevestigd op het artikel `Tussentaal van ne merkwaardigen Belg' van Hans Buddingh' (NRC Handelsblad, 7 februari). Buddingh's analyse van de schandelijke Nederlandse taalverloedering in Vlaanderen door toedoen van de zogenaamde (politieke) elite is bijzonder pertinent en bevestigt mijn mateloze ergernis.

Ik behoor tot een generatie die geijverd heeft voor de culturele verheffing van de Vlamingen, in eerste instantie via het aanleren van een correct taalgebruik. Op al onze scholen werden in mijn jeugd ABN-kernen gevormd, vrijwilligers die bij vrienden en ook in de huiselijke kring gebruik van het `Algemeen beschaafd Nederlands' poogden te bevorderen. Beschaafd Nederlands praten wordt thans, onder de druk van demagogisch populisme en met het motto `dichter bij het volk' , beschouwd als elitair, asociaal en uit de tijd.

Het Vloms taaltje dat gewauweld wordt in Vlaamse tv-feuilletons is een boeiend studieonderwerp voor dialectologen met belangstelling voor neolithische talen. De keelgeluiden uitgebrald tijdens de reclamespots op radio en tv vormen een dwingende reden om de aangeprezen producten nooit te kopen.

Meest stuitend is het taalgebruik van zeer veel politici, die menen populair te moeten doen door een kromme taal te hanteren, overigens wemelend van de gallicismen, die Buddingh' terecht een tussentaal noemt met verwijzing naar het Nederlands door veel Surinamers gesproken.

Meestal komen de Nederlandse wanklanken uit kelen, die oprijzen uit openstaande hemden, want ook de stropdas is een attribuut van elitaire volksbetutteling. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wanneer zij op de Nederlandse tv verschijnen, hun historische woorden steeds `ondertiteld' worden.

De gevolgen van deze lamentabele decadentie zijn veelvuldig en triest. Op het ogenblik dat tussen Nederland en België in het raam van de EU en de Benelux de staatsgrens steeds meer verdwijnt, wordt tussen Noord en Zuid een nieuwe taalgrens opgetrokken. Indien we met zijn allen correct Nederlands zouden spreken (ook de Nederlanders kunnen zich een inspanning getroosten) dan zouden we in het Europa van 25 lidstaten een taalgemeenschap vormen van 22 miljoen inwoners en meteen op de zevende plaats komen te staan in de volgorde van de in de EU gebruikte talen. Het Vlaams (6 miljoen), steeds meer onderscheiden van het Nederlands, is bovendien nog opsplitsbaar in talloze bargoense gewesttalen die de Vlaamse uitstraling tot nul reduceren.

Franstaligen die zich de moeite getroosten om standaard Nederlands te studeren, constateren tot hun verbijstering dat ze een `dode' taal hebben geleerd die nauwelijks wordt gesproken, tenzij door de tv-nieuwslezers. Het gevolg is dat aan onze universiteiten massaal wordt overgeschakeld op het Engels.

Maar ook in Nederland is er zeker nog wat te schaven aan het taalgebruik. En dan zwijg ik over de geschreven taal. Het `kofschip' is met man en muis vergaan. Populistische taalvervuiling bij monde van maatschappelijk verantwoordelijke mensen leidt tot zeer pijnlijke averechtse sociale gevolgen, waarvan de `doorsnee burger' in de eerste plaats het slachtoffer wordt.

Mark Eyskens is voormalig premier van België.