Smal leven in de Dordogne

Op zaterdag 18 juli 1998 reed Mirjam Rotenstreich op een smalle weg in de Franse provincie toen ze plotseling een auto met hoge snelheid op zich af zag stormen. Met moeite ontweek ze de tegenligger, waarna ze de bestuurder vervloekte. De bijna-botsing bracht haar meerijdende echtgenoot, de schrijver Adri van der Heijden, op een idee: `Je kunt vloeken wat je wilt, maar daarmee genees je die mensen niet. Het heeft alles te maken met gebrek aan verbeeldingskracht, aan inlevingsvermogen.' En, concluderend: `Gebrek aan verbeeldingskracht/inlevingsvermogen is wat de wereld het meest dwarszit/tegenwerkt/in z'n gunstige ontwikkeling stuit'.

In zekere zin is er ook voor het lezen van een dagboektekst extra verbeeldingskracht, of inlevingsvermogen, nodig. Zeker bij een auteur als Van der Heijden die in zijn fictie de lezer dadelijk bij de lurven grijpt, maar wiens dagboekaantekeningen vaak lezen als die van ieder ander: registrerend, feitelijk en niet door de vorm meteen interessant. Dat hoeft ook niet, zou je denken, ze waren oorspronkelijk immers alleen voor de auteur zelf bestemd. Oorspronkelijk, want inmiddels begint de publicatie van de egodocumenten van Van der Heijden de vorm van een schaduw-oeuvre aan te nemen. Ruim twee jaar geleden was er het bundeltje Gevouwen woorden. Brieven over het vak, vorig jaar volgden het dikke aantekeningenboek Engelenplaque en 70 pagina's brieven in een feestnummer van De Revisor. Nu is er Hier viel Van Gogh flauw. Frans dagboek, met aantekeningen uit negen verschillende jaren tussen 1968 en 1999.

Net als bij die eerdere uitgaven staat het literair-historische belang van Hier viel Van Gogh flauw buiten discussie. En evenals in Engelenplaque is de literaire kwaliteit van de aantekeningen wisselend. Zo kan oprechte woede over een opmerking van Willem van Toorn leiden tot een woedende, fenomenaal geschreven aanval, waarin autobiografie en poëtica prachtig samenkomen: `Ja, ik had een moeder die haar kinderen in het middaguur twee roodbruin gefrituurde nasiballen aan een patatkraam liet halen, die ze dan, uit schaamte, schuldbewust gezeten op een neergeklapte bril, in de wc opat. [...] Anderhalve bal kon ze aan, meer niet. De overgebleven helft werd tussen mijn zusje en mij verloot [...] Als ik het niet doe, wie zal er dan van een dergelijk milieu getuigen.'

Ook sommige van de vroegere passages mogen er zijn, zoals de beschrijving van een onbegrijpelijk mislukte romance met een hitsige Italiaanse. Daartegenover staan stukken waarin we weliswaar inzicht krijgen in de ambities en vermogens van de jonge Van der Heijden, maar die weinig opwekkend worden geformuleerd (`Alleen tot Hare Natheid heb ik direct toegang'). Zelfkritiek is er ook: `Wat ik hierboven geschreven heb, is niet zoals ik het hebben wil. Walgelijke opstelstijl van een twaalfjarige. Deze tocht moet een loutering zijn, dit aantekenboek het verslag van een getemde crisis.'

Over Frankrijk gaat het nauwelijks in Hier viel Van Gogh flauw. Fransen die geen baan hebben als ober of receptionist komen er zelden in voor – en de titel ontleent het boek aan een toevallig ontdekte graffiti op een muur in Arles waar Van der Heijden al even toevallig verzeild raakte (Tarascon viel tegen). Voor zover Frankrijk iets is in dit boek, is het een Grand Menu – want er wordt veel gegeten, en nog meer gedronken, in de dagboeken van Van der Heijden.

Wel gaat het, zoals gezegd, over de verbeelding dus, over literatuur en schrijvers, over liftsters en brommerrijdsters, over dromen en diëten (`De onder mijn blote voeten deinende spiegel slingert me de waarheid in het gezicht: 79 1/2 kilo' (in 1987)) en over het roekeloze jongetje Robin van Persie. Grofweg is het boek in te delen in drie fasen: eerst de jonge Van der Heijden, brandend van literaire ambitie, maar op vakantie vooral verlangend naar de liefde (`Daar is een tafeltje met Deense meisjes. Zien of ik durf.'). Dan de beginnende schrijver, die zich door de bewonderde Cees Nooteboom mee laat voeren op een literaire missie naar Mary McCarthy in Parijs. En tenslotte de getrouwde schrijver, die met vrouw en zoon een huisje huurt in de nabijheid van een camping, in de hoop daar goed te kunnen schrijven aan zijn romancyclus Homo duplex.

Dat laatste deel bestaat voornamelijk uit het verslag van een verblijf in de buurt van Monpazier in de Dordogne. Geen opwindend verblijf: werken op het terras voor het huis, boodschappen doen met vrouw en zoon, op terrasjes zitten, vrouw en kind zoeken bij het meertje, hengel kopen voor de tienjarige zoon Tonio, dagdromen van erotische ontmoetingen met huisvrouwen in het bos, 's avonds steeds te veel wijn drinken en slecht slapen.

Het is eigenlijk het saaiste deel van het dagboek, maar met het verstrijken van deze eenvormige dagen gebeurt je iets wat je ook soms overkomt bij het werk van een tegenpool van Van der Heijden: J.J. Voskuil. De monotonie grijpt je bij de strot. Eerst voel je je alleen een beetje unheimlich bij de gedachte aan het wat eenzame jongetje Tonio, die moeizaam probeert vriendjes te maken op de camping. Dat gaat nog verder als je je inleeft in de relatie tussen Van der Heijden en zijn vrouw. Zij verzorgt hem volledig: stokbrood met koude kip in de koelkast, waar hij dan zelf het tomaatje bij zou moeten snijden, wat er niet van komt.

Hoe meer je je verbeelding op deze aantekeningen loslaat, hoe treuriger je je voelt. Vooral door het eendere begin van de dagen. Rotenstreich (afwisselend afgekort tot M. of verkoosd tot Minchen) komt even in de slaapkamer van Van der Heijden, zegt dat ze brood gaat kopen en drukt haar man op het hart dat hij Tonio nog even moet laten liggen en, dag na dag, dat hij de wc dus niet moet doortrekken. Zij zegt het iedere dag, hij schrijft het iedere dag op. Er heerst geen gebrek aan liefde en echt ongelukkig lijkt dit gezin ook niet te zijn, maar wel krijg je het gevoel dat er zoveel méér uit het leven te halen is, ook uit een maand aan de Dordogne. In de breedte, zeg maar, om De tandeloze tijd aan te halen. Maar hier is het leven smal geworden, zo smal als het toetsenbord van een schrijfmachine, geheel opgebouwd rond het werk van de vader. Dan kun je uiteindelijk maar één ding hopen: dat het na de verschijning van de nieuwe cyclus Homo duplex, de moeite waard geweest zal blijken te zijn.

A.F.Th. van der Heijden: Hier viel Van Gogh flauw. Frans dagboek. Querido, 224 blz. €15,95