Slaapwandelen in Tokio

Vertaal het begrip `soul' en er gaat iets verloren: `ziel' is droog en saai en het swingt niet.

`Lost in translation. Ik ben de afgelopen weken al meerdere malen vlak bij de kassa van een bioscoop gaan staan, alleen maar om zoveel mogelijk verschillende mensen die woorden te kunnen horen zeggen. `Lost in translation, tweemaal, zeven uur.' `Lost in translation, eenmaal, half tien.' Ze hadden ook in gaffiti op treinstellen, schoolmuren, bassdrums of bruggenhoofden kunnen staan, die woorden bij wijze van strijdkreet, bandnaam, slagzin of korte omschrijving van de menselijke conditie. Ik stel me zelfs voor dat er ergens een plaats is die zo heet. Je hebt in Amerika tenslotte ook steden met namen als Hope en Victory en Providence – dus waarom niet Translation?

De film zelf was ik al direct gaan zien. Een bitterzoete en geraffineerd getimede, bijna minimalistische romantische komedie – over een Amerikaanse filmster op zijn retour die voor veel geld bereid is gevonden een whiskycommercial op te nemen in Tokio, en dan in het luxe hotel waar hij aan zijn eigen melancholie is overgeleverd een jonge landgenote ontmoet die daar door haar echtgenoot, een druk-druk-drukdoende trendy fotograaf, aan haar lot is overgelaten. Ze dolen samen half slaapwandelend door de gangen en bars van het hotel en gaan op stap in het computer-geanimeerde centrum van Tokio – waar ze, gedesoriënteerd door de jetlag en de vervreemdende omgeving, steeds dichter naar elkaar toe drijven. Bill Murray had voor zijn sublieme spel hij laat voortdurend zien wat hij zou kunnen doen als hij van zijn rol een `act' zou maken, zonder het ooit echt te doen een Oscar moeten krijgen, maar verloor op punten van Sean Penn. Underacting versus overacting: 0-1.

`Twee verloren zielen in Tokio' is de korte omschrijving van Lost in translation die ik in bijna elke recensie tegenkwam. Twee vreemden die zich niet alleen niet thuisvoelen in een vreemd land de film is grotendeels ook een `comedy of manners', de Japanse én de Amerikaanse – maar vooral ook niet in hun eigen leven; zonder te weten hoe ze zouden kunnen ontsnappen aan de plek waar dat leven is vastgelopen. Als ze er al de energie, laat staan de moed voor hadden. Het is niet ongewoon, dit. Ergens in de loop van het proces waarbij wij onze dromen en verwachtingen in werk, relaties en persoonlijke groei proberen om te zetten is er iets fout gegaan of niet goed overgekomen, waardoor juist het meest wezenlijke element verloren is geraakt. Op dezelfde manier als het wezenlijke van een tekst verloren kan raken in de vertaling.

Het begint al met het begrip `soul' zelf dat, vertaald als `ziel', niet alleen veel van zijn glans verliest, maar ook aan betekenis inboet. Of eigenlijk: al op onze tong van betekenis verandert. `Ziel' is te droog en te saai voor waar het woord op slaat: te bleek, te ethisch, te schijnheilig, te geestelijk. `Ziel' swingt niet, komt pas echt tot leven in de combinatie `hart-en-ziel'. Bij `soul' is het hart al ingebouwd, en meer: het hele lichaam trilt er in mee, het volle leven, tot in de verste en donkerste uithoeken. Overal waar je als mens geraakt kan worden is `soul', in alles wat je beweegt danst `soul', als rook over het water.

Lijden en vrezen

Er zijn er overigens genoeg die het om het even is: ziel of soul – allemaal onzin, toch, zoiets bestaat er helemaal niet. Ze dromen, lijden, vrezen, ze worden verliefd, kennen ontroering, koesteren fantasieën, zijn aan stemmingen onderhevig, vertonen symptomen, begrijpen wat hun kinderen vragen, tobben met de dood maar steigeren bij de gedachte dat dit alles optelt tot iets dat geen ding is, geen operabel orgaan. Er zijn zelfs dichters die plotseling logisch-positivistisch van letterlijkheid worden en gaan sputteren wanneer het over de ziel gaat. Tegelijkertijd ontkennen ze niet dat het hart waar ze het over hebben wanneer ze het hebben over een gebroken hart niet hetzelfde hart is als de spier-met-kamers die het bloed in hun lichaam rondpompt. Ze gaan niet kokhalzen wanneer ze verwante woorden in de mond nemen als menselijkheid, persoonlijkheid, individualiteit, innerlijk, gevoel, kwaliteit, diepte, schoonheid, mysterie, waarde, sterfelijkheid, essentie. En ze zijn ook niet doof wanneer het er op aankomt en daar komt het altijd heel erg op aan het verschil te horen tussen de stem van een Céline Dion of Mariah Carey en die van Aretha Franklin. Merkwaardig.

Aan de wetenschap hebben we niets als het gaat om het begrip `ziel', zelfs niet aan de psychologie die vaak niet verder kijkt dan het verleden lang is – en ook de religie schiet tekort, of eigenlijk: te hoog, het doel voorbij. Beide benaderingen proberen iets te isoleren dat nu juist, als reflecties in een bewegende spiegel, niet losgedacht kan worden van de dingen en de ervaringen waar het deel van uitmaakt. Soul/ziel is de verbindende factor van het `ertussenin', het `tussenbeide' en `halverwege'. Niemand komt de wereld in of uit zonder eerst langs `ziel' te gaan.

Het woord refereert, neutraal gezegd, aan die onbekende component in onze natuur die gebeurtenissen verdiept tot ervaringen, die vanwege zijn speciale relatie met de dood – betekenis mogelijk maakt, en ook nog eens ons scheppend en beeldend vermogen aandrijft: van droomarbeid tot kunstwerk. Om het minder neutraal, zeg maar gerust partijdig te zeggen: soul is de ultieme liaison, de dolende ridder in de bergen en dalen van onze ervaring – zowel de smaak van het leven als de tong waarmee wij die smaak kunnen proeven.

De meeste `primitieve' talen die vaak een bezielder universum reflecteren dan wij bevolken, en die nog niet behept zijn met een fobie voor grote woorden herbergen een uiterst gedetailleerd begrippenapparaat om datgene aan te duiden wat etnologen doorgaans samenvattend vertalen als `ziel'. Voor die volken, van oud-Egyptisch tot modern-Eskimo, is `ziel' een uiterst gedifferentieerd concept dat naar iets verwijst waarvan de hele werkelijkheid doortrokken is, van kiezelsteen tot godenwereld. Antropologen hebben het daarnaast ook nog vaak over een toestand die `loss of soul' genoemd wordt. Een toestand waarin iemand zichzelf kwijt is als een hond die in het park opeens de benen heeft genomen en die niet meer reageert op het roepen van zijn naam. Iemand met zielsverlies is niet meer in staat deel te nemen aan het leven; zijn relatie met zijn familie, de samenleving, zijn goden, zijn eigen natuur, is verbroken de wereld is dood voor hem en hij voor de wereld. `I didn't feel anything', klaagt Charlotte, het meisje uit Lost in translation, na een bezoek aan een van de grote boeddhistische tempels in Kyoto. En het zal nog tot helemaal aan het einde van de film duren voor ze haar gevoel terugkrijgt in een scène die direct met stip in de toptien van slotscènes is beland.

Bedrog

Ze hebben al een paar keer halfslachtig afscheid van elkaar genomen, Charlotte en Bill Murrays personage, Bob die teruggaat naar huis. Je weet als toeschouwer dat een happy end in de traditionele zin van `op het laatst krijgen ze elkaar toch' er niet in zit zo'n film is het gewoon niet. Tegen beter weten in blijf je er stiekem een beetje op hopen zo'n film is het gelukkig wél maar tegelijk zou je je bedrogen voelen als je het kreeg.

In de taxi onderweg naar het vliegveld ziet hij haar op straat lopen. Hij laat de chauffeur stoppen en rent haar achterna. Terwijl ze elkaar, eindelijk, omhelzen fluistert hij iets in haar oor. Haar gezicht gaat open. Hij vraagt: `Okay?' Zij zegt: `Okay.' Dan loopt hij terug naar zijn taxi en rijdt weg. Ook zijn gezicht is nu ontmaskerd.

Opener kan een einde bijna niet zijn. Wat zeg ik? Het einde is openheid, openheid is het einde. En wee degene die dat niet kan verdragen, die per se wil weten wat hij tegen haar heeft gezegd (,,Volgende week, Centraal Station New York, onder de grote klok''; ,,E=mc kwadraat''; ,,De dikke dame op het balkon is Christus'').

Niet alleen gaat het ons geen barst aan wat er gezegd wordt het is puur iets tussen hen tweeën het is ook niet van belang. Waar het om gaat is wat we zien: door van zo dichtbij, dichterbij kan bijna niet, in haar oor te fluisteren blaast hij haar met zijn adem nieuw leven in. Haar en zichzelf.

Dat is ziel.

De psychologie kijkt vaak niet verder dan het verleden lang is