Keizerlijke promotie

De keizerlijke promotie aan de universiteit van Wenen is een traditie die dateert uit 1661. Vijf knappe doctores krijgen vandaag uit handen van de Oostenrijke president een gouden ring.

Magnifizenz!

Spektabilitäten!

Meine lieben Neo-Doctores!

Meine Damen und Herren!

Zo begon de Oostenrijkse president dr.Thomas Klestil vandaag zijn toespraak in de Weense universiteit, nadat hij vijf personen tot doctor had gepromoveerd. De 12de maart is dan ook een bijzondere dag: het is de dies academicus, de inmiddels 639ste stichtingsdag van de Weense Alma Mater. Jaarlijks wordt deze dag gevierd met een uitzonderlijke promotie, waarbij niet de rector of professoren van de universiteit, maar de president van de republiek Oostenrijk de hoofdrol vervult. Hoogtepunt daarbij is het moment waarop hij de jonge doctores één voor één een kostbare ring met het wapen van Oostenrijk aan de vinger schuift. Daarmee symboliseert hij hun `huwelijk' met de wetenschap en de wijsheid.

De plechtigheid gaat elk jaar met veel pracht gepaard. De aanwezige hoogleraren – aangesproken als Spektabilitäten – alsmede de rector magnificus – Magnifizenz – zijn gekleed in hun academische toga's voorzien van met hermelijn afgezette schoudermantels. Verder dragen zij als teken van hun professorale waardigheid op hun hoofd de doctorsbaret en om hun hals de 200 jaar oude faculteits- en rectorsketens.

President Klestil steekt schamel bij hen af: hij draagt een gewoon pak. Maar ja – hij heeft nu eenmaal geen speciale kledij zoals zijn voorgangers, de keizers van Oostenrijk. Want de president zit er als opvolger van de Habsburgers, die eeuwenlang deze unieke promotie presideerden.

De bakermat van de plechtigheid van vandaag ligt bij de jezuïeten. De leden van deze geestelijke orde spelen vanaf de oprichting ervan (1540) een overheersende rol in het onderwijs. Zij nemen de leiding over tal van Oostenrijkse scholen en vanaf 1623 ook over de Weense universiteit. Weldra ontpoppen de jezuïeten zich tot uitmuntende docenten die hun leerlingen tot flinke prestaties weten aan te zetten. Ze doen dat onder meer door de beste pupillen aan het eind van het schooljaar in het openbaar te huldigen. Tijdens een schitterend feest worden hun namen met trompetgeschal voorgelezen en luidkeels geprezen.

Dit jaarlijkse evenement wordt zo prachtig vorm gegeven dat leden van de hoge adel en het hof er maar al te graag bij willen zijn. En dan komt het: de keizer besluit voor de allerbeste leerlingen een speciale prijs in te stellen, die in zijn naam wordt uitgereikt. De jezuïeten zijn opgetogen: dit verhoogt de eer en glorie van hun scholen!

Maar de ambitieuze paters willen meer. Hun wens is dat de keizer ook direct betrokken raakte bij de doctorpromoties van hun universiteit. Niet alleen is dat nóg eervoller, het scheelt ook veel geld. Promoties zijn buitensporig duur door het min of meer verplichte vertoon van pronk. Daarom zoekt men vaak een hooggeplaatste beschermheer, die de kosten betaalt. Een sponsor zouden we nu zeggen. En, redeneren de jezuïeten, er is géén betere sponsor dan de keizer!

Inderdaad weten ze in 1661 keizer Leopold I van Habsburg zover te krijgen: aan de universiteit van Wenen vindt dat jaar een promotie `sub auspiciis imperatoris' (onder auspiciën van de keizer) plaats. Hiermee begint de traditie die tot op heden voortduurt. Aanvankelijk zijn het veelal jonge, aan het hof opgevoede aristocraten, die de eer te beurt valt op deze manier te promoveren. Later krijgen ook burgers de kans, tenminste als hun studieresultaten voortreffelijk en hun gedragingen vlekkeloos zijn. Toch worden vooral verwanten van hovelingen en andere invloedrijke personages uitverkoren.

Kenmerkend voor de auspiciis-promotie is de gouden ring met initialen van de keizer die de neo-doctores volgens middeleeuws academisch gebruik als teken van hun nieuwe waardigheid krijgen. De zeer feestelijke promotieplechtigheid, die een volle dag duurt, is altijd een heel evenement, waar de voorname kringen zich graag laten zien. Tot het eind van de Habsburgmonarchie zijn ze overigens aan alle universiteiten van Oostenrijk, de laatste op 25 oktober 1918 in Klausenburg (thans Koloszvar/Cluj Napoca in Roemenië).

Met het uiteenvallen van Oostenrijk verdwijnt de aupiciis-promotie. Maar niet voor lang: in 1952 besluit de Oostenrijkse regering deze roemrijke traditie in ere te herstellen. Sindsdien spreekt men van een `promotio sub auspiciis praesidentis rei publicae'. Hij is nog steeds aan alle Oostenrijkse universiteiten en net als vroeger bedoeld voor doctorandi met de hoogste cijfers en beste studieresultaten. Maar de auspiciis-promotie van de universiteit van Wenen is en blijft de mooiste.