Katadreuffe (2)

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van F. Bordewijks roman Karakter hield Maarten 't Hart een lezing, gepubliceerd in NRC Handelsblad 18 november 1988, waarin hij het personage Joba Katadreuffe belichtte als `de eerste echte Bom-moeder van onze letterkunde'. In haar artikel over Karakter (Cultureel Supplement, 5 maart) voert Elsbeth Etty, zonder overigens haar voorganger te noemen, Bordewijk nogmaals op als de schepper van de eerste literaire BOM. 't Harts modieuze actualisering kwalificeerde ik destijds als weinig plausibel omdat bepaalde facetten van dit personage niet stroken met het gangbare beeld van het bewust ongehuwde moederschap (Lexicon van literaire werken, juni 1989).

Ook vijftien jaar later lijkt mij de betekenis van het begrip BOM niet zodanig verruimd dat een cruciaal aspect als de geëmancipeerde zelfbewustheid van gewenste zwangerschap genegeerd kan worden. Joba Katadreuffe is evenwel zwanger geworden door verkrachting. Voor die verkrachting zijn bij haar geen principiële bezwaren tegen het huwelijk te onderkennen. En erna minacht zij zichzelf en de vrouw in het algemeen. Zeker: Joba besluit om tal van uiteenlopende redenen nimmer met haar `verleider' of met een ander te trouwen, maar dat maakt haar nog geen BOM. Etty's constatering dat de tweede feministische golf op zoek naar role models Joba Katadreuffe nooit als voorbeeld heeft omhelsd, is dan ook alleszins te begrijpen.