Katadreuffe (1)

Voorzover ik kan nagaan, komt Herman Heijermans de eer toe de eerste BOM in de Nederlandse literatuur ten tonele te voeren. En dus niet Bordewijk met zijn personage Joba Katadreuffe in de roman Karakter, zoals Elsbeth Etty beweert in haar interessante artikel (Cultureel Supplement, 5 maart). In 1916 verschijnt van Heijermans Eva Bonheur, Genoeglijk toneelspel in drie bedrijven. Heijermans schetst een echtpaar (Jasper en Mop) met hun dochter Miep. Op de bovenverdieping is Eva Bonheur gevestigd. Er zijn twee verhaallijnen. Enerzijds spelen geldzorgen een rol. Mop speculeert, verliest haar kapitaal, zodat het huis wordt verkocht. Eva wordt de nieuwe eigenaar. Anderzijds is er de liefdesrelatie tussen Miep en de buurjongen Nanning Storm. Deze relatie keurt Eva niet goed. Miep raakt in een pril stadium van de verkering zwanger. Op instigatie van haar vader verbreekt zij de relatie omdat ze beseft dat het Nanning om het geld gaat. Nu moeder Mop haar geld verspeeld heeft en Nanning erachter is gekomen is dat zijn aanstaande vrouw arm is, beseft Miep dat er onherroepelijk een scheiding zou volgen. Ze aanvaardt het nadeel van haar `schande' en besluit als BOM door het leven te gaan.

Ik zie wel raakvlakken tussen beide werken. Etty beschrijft waarom Joba nooit met Dreverhaven heeft willen trouwen. Hetzelfde argument geldt voor Miep. Maar er zijn ook verschillen. De afwijzing door Joba wordt (ook) gevoed door rancune, de afwijzing door Miep is verstandelijk en veel pijnlijker dan voor Joba. Miep heeft – zij het kort – van Nanning gehouden.