Johan en Cornelis

Johan de Witt kijkt al meer dan 85 jaar vanaf zijn sokkel strak voor zich uit over de Hofvijver in Den Haag. De tram die langsrijdt, de stroom mensen voor zijn neus, het lawaai van de werkzaamheden aan de weg, de hondendrol – hij ziet, hoort en ruikt het niet.

Onverstoorbaar wijst hij met een vinger naar de plek waar hij in 1672 met zijn broer Cornelis is vermoord. Pal voor de Gevangenpoort.

,,Het land is reddeloos, de regenten zijn radeloos en het volk is redeloos'', meldden vroeger de geschiedenisboekjes over het jaar 1672. De Republiek der Nederlanden werd toen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen tegelijk aangevallen. Het volk raakte in paniek, richtte zich tegen de bestuurders van de Republiek en riep om een sterke man aan de macht: Prins Willem III van Oranje moest stadhouder worden. Johan en Cornelis hoorden tot de republikeinse bestuurders die juist wilden voorkomen dat een Oranje stadhouder kon worden.

Midden in de crisis meldde een barbier, ene Willem Tichelaer, dat Cornelis hem had gevraagd de prins te vermoorden. Cornelis werd aangehouden en in het Binnenhof ondervraagd. Cornelis ontkende alles, maar de rechters geloofden hem niet en lieten hem naar de vlakbij gelegen Gevangenpoort overbrengen. Hier moesten verdachten hun rechtszaak afwachten. Het gewone volk in donkere hokken, Cornelis in een ruime kamer, waarin hij zijn eigen bed mocht laten zetten. Maar omdat hij niets wilde bekennen, ontkwam ook hij niet aan marteling. Hij kreeg scheenschroeven aangedraaid en werd met de handen op de rug gebonden omhoog gehesen. ,,Scheurt mij maar aan stukken, wat er niet in zit krijg je er toch niet uit'', schreeuwde Cornelis zijn rechters toe.

De rechtbank achtte de plannen voor een aanslag niet bewezen, maar oordeelde dat Cornelis, anders dan hij had gezegd, Tichelaer wel had gekend. Dat was meineed en betekende verbanning.

Cornelis kon door de martelingen niet meer goed lopen en dus werd Johan, die even verderop woonde, geroepen om zijn broer op te halen. Een woedende menigte Oranjeaanhangers sleurde, geholpen door de schutters die de broers moesten beschermen, het tweetal naar buiten, vermoordde ze en scheurde hen in stukken.

De Gevangenpoort is al weer sinds 1883 een museum over misdaad en straf. Jaarlijks bezoeken 35.000 mensen de cellen, de schandblokken en de collectie straf- en martelwerktuigen. Johan blijft intussen over de Hofvijver naar een ander museum kijken. Daar, in het Haags Historisch Museum, liggen in een glazen kistje – schrik niet – zijn tong en de teen van zijn broer.