Is Nederland veiliger sinds `11 september'?

Sinds 11 september 2001 zijn ook in Nederland diverse maatregelen getroffen voor het bestrijden van terrorisme. Wat deden de autoriteiten gisteren?

De AIVD heeft gisterochtend spoedoverleg gehad met Spaanse inlichtingendiensten. Dat overleg heeft vervolgens niet geleid tot een landelijke alarmfase wegens aanwijzingen van mogelijke terreuraanslagen in Nederland. De politiekorpsen van Amsterdam en Den Haag hebben vanochtend verhoogde waakzaamheid ingesteld bij Spaanse objecten, zoals ambassadegebouwen en het consulaat in Amsterdam. Wat deze maatregelen inhouden wil het ministerie van Binnenlandse Zaken niet zeggen.

Op het ministerie worden rampenoefeningen met mogelijke terroristische aanslagen voorbereid waarbij ook calamiteiten in openbaarvervoersknooppunten als NS-stations en metrobuizen betrokken worden, zo bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Hij benadrukt dat de voorbereidingen al geruime tijd geleden zijn begonnen en los staan van de aanslagen gisteren in Madrid.

Eerder dit jaar hielden de meest betrokken ministers al een crisissimulatie over het uitbreken van een fictieve, zeer besmettelijke vogelpest of -griep. Op korte termijn staat een soortgelijke oefening gepland in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap waarbij de besluitvorming bij ernstige verstoringen van de openbare orde centraal staat.

Minister Donner kondigde gisteren nieuwe wetgeving aan om het internationale terrorisme harder aan te pakken. Die wetgeving moet het mogelijk maken om organisaties te verbieden die op de EU-terrorismelijst vermeld staan. Dat zijn lijsten die de lidstaten van de EU in gezamenlijkheid opstellen op grond van informatie van de veiligheidsdiensten van de landen. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat die organisaties ook verboden kunnen worden verklaard. De civiele rechter kan zo'n `verbodenverklaring' opleggen op verzoek van het openbaar ministerie.

Dat betekent niet dat een dergelijke organisatie ontbonden kan worden. Maar voortzetting van activiteiten wordt strafbaar gesteld, op straffe van een jaar gevangenisstraf. Het wetsvoorstel moet het ook mogelijk maken om op te treden tegen buitenlandse organisaties die in strijd met de openbare orde handelen. Ook daarvoor is, op verzoek van het openbaar ministerie, een verklaring van de civiele rechter nodig. Deze maatregel maakt het mogelijk om ook op te treden tegen instanties die niet vermeld staan op de EU-terrorismelijsten.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS zijn tal van wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer ingediend om terrorisme te bestrijden. Die liepen uiteen van het bemoeilijken of verbieden van financiering van terroristische organisaties tot meer armslag voor de AIVD en de politie om ruimer persoonsgegevens te registreren.

Donner liet eind vorig jaar aan de Tweede Kamer weten dat het huidige strafrecht onvoldoende mogelijkheden biedt om aanslagen te voorkomen of de voorbereiding ervan te verhinderen. Eind vorig jaar besloot de Tweede Kamer om het voorbereiden van terreuraanslagen zwaarder te bestraffen. Zo is inmiddels `samenspanning tot een terroristisch misdrijf' afzonderlijk strafbaar gesteld. Eerder was dat niet mogelijk. Het strafrecht richtte zich voorheen, een enkele uitzondering daargelaten, uitsluitend op misdrijven die reeds gepleegd zijn.

De ministeries van Financiën en Justitie bereiden inmiddels wetgeving voor die misbruik van stichtingen als dekmantel voor terroristische activiteiten moet voorkomen. Dat gebeurt vanaf begin dit jaar na waarschuwingen van het Financieel Expertisecentrum (FEC). Dat is een onderzoeksinstelling waarin Financiën, het openbaar ministerie, de Autoriteit Financiële Markten en de AIVD vertegenwoordigd zijn.

Met name organisaties die zich bezighouden met geldinzameling voor charitatieve, religieuze en politieke activiteit, kunnen bakermat zijn van financiering van terrorisme. Het FEC maakte in zijn verslag melding van een netwerk van stichtingen dat geregeld grote sommen geld overmaakt naar charitatieve doeleinden in Afrika en het Midden-Oosten.

De Tweede Kamer behandelde gisteren de, sinds september 2001 inmiddels zesde, voortgangsrapportage `Terrorismebestrijding en veiligheid' van het kabinet. Belangrijke lacune in de wetgeving, zo gaven fracties al eerder aan, is het ontbreken van wettelijke mogelijkheden om AIVD-informatie te gebruiken in strafzaken tegen verdachten van terreur. Vorig jaar liep een aantal van die strafzaken spaak, omdat de rechter het via de AIVD vergaarde bewijsmateriaal van het openbaar ministerie niet als zodanig wenste te honoreren. Daarbij gaat het met name om informatie waarvan de oorsprong oncontroleerbaar is. Donner wil het hoger beroep afwachten.