Hoe durf ik zoiets op te schrijven

De verhalen van Manon Uphoff gaan over schijnbaar stabiele situaties die ineens omslaan. ,,Onveiligheid is voor mij een vanzelfsprekend idee.'

Donderdag, twee dagen na het Boekenbal, werd in Athenaeum Boekhandel in Amsterdam Manon Uphoffs novelle De bastaard gepresenteerd: een mysterieuze vertelling van dezelfde omvang als het boekenweekgeschenk door Thomas Rosenboom. Een hint aan de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB)?

De 41-jarige schrijfster noemt haar novelle een `niet-boekenweekgeschenk'. ,,De vanger, mijn vorige novelle, verscheen twee jaar geleden ook in de boekenweek, een leuk pesterijtje. In de trant van: dat kan ik ook.'

Ongetwijfeld, sinds haar verhalenbundel Begeerte, waarmee ze in 1995 debuteerde en die genomineerd werd voor de AKO-literatuurprijs, wordt Uphoff tot de beste verhalenschrijvers van Nederland gerekend. Ook haar roman Gemis (1997) kreeg veel waardering, maar het meest excelleert ze toch op de korte baan. ,,Natuurlijk fantaseer ik over het schrijven van een boekenweekgeschenk. Ik vind de novelle een fijne vorm, waar niks mis mee is. Mij maakt de lengte van een roman of een verhaal geen ruk uit. Maar het zou wel lekker zijn als verhalen en novelles even goed zouden verkopen als romans.'

We spreken elkaar na afloop van het literaire Radioprogramma Knetterende Letteren, waarin Manon Uphoff afwisselend met de schrijvers Thomas Verbogt en Thomas Rosenboom als `schrijversdokter' optreedt. Ze delen schrijfopdrachten uit aan luisteraars en voorzien de inzendingen vervolgens van opbouwende kritiek. Het behoort tot haar weinige activiteiten buiten het schrijven. ,,Schrijven is hoofdzaak, maar ik zit ook graag op een podium. Ik heb meegedaan aan De Vaginamonologen. Dat vind ik leuke flirtpartijen, maar ze zijn niet het belangrijkste.'

Uphoff woont met haar uit Sarajevo afkomstige vriend en haar zestienjarige dochter in Utrecht, waar ze ook geboren is en literatuurwetenschap studeerde. Ze ontkent dat er zoiets als een Utrechtse schrijversbent bestaat. ,,We vormen in geen enkel opzicht een club. Maar iemand als Ronald Giphart was voor mij als Utrechter wel een voorbeeld. Door hem kwam ik erachter dat je ook succes als schrijver kunt hebben zonder in Amsterdam te wonen. Ik heb niet de behoefte bij een groep te horen. Wat ik wel hoop – om even een feministisch nootje te plaatsen – is dat vrouwelijke auteurs minder worden vastgepind op hun sekse, dat ze minder worden vastgeklonken aan hun personages, maar dat ze net als mannelijke auteurs gelezen worden om hun visies op de samenleving. Ik lees nog te vaak dat ik voornamelijk over pubermeisjes schrijf. Dat irriteert me. Als je mijn werk kent, weet je dat ik schrijf over levensfases, posities, eigenschappen.'

De bastaard, een novelle over twee halfbroers die opgroeien op een landgoed aan het einde van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw, is de tweede in een reeks. De eerste, De vanger (2002) was oorspronkelijk een televisiescenario. ,,De VPRO had gevraagd of ik een kort verhaal wilde herschrijven tot scenario, dat had ik vaker voor ze gedaan. Ik koos `De vanger' uit De fluwelen machine. De VPRO vond het te literair, het moest meer scenario-achtig. Op het laatst kreeg ik echt de ziekte in. Ik heb het toen uitgewerkt tot novelle met het idee: we zien nog wel of het ooit een keer verfilmd wordt en dat is ook gebeurd. Het was een omslachtige procedure, maar ik heb er veel van geleerd.'

Gruwelijke gedachten

In De vanger laat een man met fatale gevolgen een kind uit zijn handen vallen. Hij legt de dode baby terug in bed bij zijn vrouw en gaat er vandoor. Bijna te gruwelijk om te lezen, maar waarschijnlijk nog gruwelijker om te schrijven. ,,Ik dacht bij het schrijven terug aan het eerste jaar van mijn eigen moederschap, aan de nachtmerries en angsten die ik had. Als mensen me vragen: hoe durf je zoiets op te schrijven, schrik ik wel. Dan vraag ik me af: is er soms iets mis met me, dat ik me met zulke dingen bezighoud? Maar ze vormen een wezenlijk onderdeel van mijn dagelijks bestaan. Niet dat ik de hele dag met gruwelijke gedachten rondloop, maar ik ervaar de wereld nooit als een plek waar veiligheid gewaarborgd is, of waarin ik iemand anders die garantie zou kunnen bieden. Onveiligheid is voor mij een vanzelfsprekend idee. In mijn verhalen gaat het over schijnbaar stabiele situaties die omslaan. In De vanger wilde ik er achter komen wat voor man het zou kunnen zijn die zoiets ergs laat gebeuren.'

En dan bovendien doet alsof het niet is gebeurd door het dode kind tegen zijn slapende vrouw aan te leggen en weg te gaan.

,,Daar was het mij vooral om te doen. Het is een kinderlijke reactie, die ook aandoenlijk is en lief: als ik de baby nou maar terugleg is er niets aan de hand, dan komt ze er niet achter, dan is er niets gebeurd. Hoe kan het, dat je als je ouder wordt, gedrag dat je van kinderen begrijpt en accepteert, ineens zoveel vreselijker vindt. Hoe kan het dat puur door het verstrijken van de tijd bepaalde handelingen, gedachten, manieren van leven ineens erger worden dan ze eerst waren. Dat snap ik niet. Veel van mijn personages leren te laat dat ze verantwoordelijkheden niet voor zich uit moeten schuiven. Ze houden met een krampachtige loyaliteit vast aan kinderlijk gedrag, dat misschien ooit werkte, maar nu niet meer functioneert en soms afgrijselijke gevolgen heeft. Het zijn magische denkers. `Als ik nou maar volhoud, dan komt het wel in orde, dan zal dit gedrag wel een keer lonen.' 't Zijn ook vaak mensen die wachten op een uitgestelde beloning en in die zin hebben ze mijn onvoorwaardelijke sympathie, ook al gebeuren er dingen die ik moeilijk en eng vind om op te schrijven.

,,Toen ik aan De vanger werkte, heb ik een huisarts opgebeld met de vraag of het kan dat een baby overlijdt door zo'n val. Toen werd me verteld dat het vaak goed komt doordat kinderen heel veerkrachtig zijn, maar er kan een bloeding ontstaan waardoor het kind in coma raakt. Dan is er geen redden meer aan, het wordt suf en slap. Ik weet nog dat ik de klinische beschrijving van die arts erg naar vond. Ik vond het ook altijd heel eng om baby'tjes vast te houden als ze dat fontanelletje nog hadden. Je wordt geconfronteerd met de pure broosheid van het menselijk lichaam, waar ik niet goed raad mee weet. We zijn zo snel kapot.'

In De bastaard speelt de invloed van de tijd en hoe die knaagt aan voorstellingen van ouderschap, van jeugd en gezondheid, vooruitgang en verwachtingen, nog meer een rol dan in De vanger. De novelle gaat vooral over het eerstgeboorterecht dat een bastaardzoon van een grootgrondbezitter bevecht op zijn jongere halfbroer. Het Jacob en Ezau-verhaal klinkt er in door, maar ook het Kaïn en Abelmotief. De vanger verwees duidelijk naar Adam en Eva, de zondeval.

,,Misschien spelen bijbelverhalen op de achtergrond mee. Ik kan alleen zeggen dat De bastaard niet losstaat van De vanger en dat ook mijn volgende novelle een logisch vervolg op de voorgaande is. In alle drie stel ik de vraag hoe verschillende rechten zich tot elkaar verhouden. Ik heb daar geen antwoorden op. In De bastaard staan een biologisch en een cultureel recht tegenover elkaar. Eén zoon is binnen het huwelijk verwekt, de ander erbuiten, maar wel eerder. Welk recht is sterker? En wie heeft er meer rechten? De ouderdom of de jeugd, de toekomst of het verleden? Voor mij is dat een strijdpunt.'

Ze is geen moraalridder, zegt ze, wel hevig geïnteresseerd in ethische dilemma's. ,,Omdat we in deze tijd, met onze blik gericht op de hele wereld, op alle verschrikkingen en alle geweld, constant worden geconfronteerd met de vraag: waar sta ik en wat is mijn recht? Waar ben ik wel en niet verantwoordelijk voor, had ik er iets aan kunnen doen? Moet je ingrijpen als iemand in je nabijheid door haar man mishandeld wordt, ook als dat tot gevolg heeft dat haar kinderen haar worden afgenomen. Dat zijn knopen waar je vaak niet uitkomt. Ik leef in dat soort knopen, misschien zoek ik ze op.

Ik heb lang een vooruitgangsgeloof aangehangen, het geloof in een wereld met steeds meer rechten en vrijheden, maar we worden geconfronteerd met systemen waarin op een andere manier naar het bestaan wordt gekeken. Ik heb het dan niet alleen over immigranten, de islam, oorlog en vrede, maar ook – waar het in De bastaard om draait – het primaat van de jeugd in onze veramerikaanste cultuur. Er valt veel kritiek te leveren op de periode in onze geschiedenis waarin volwassenen de eerste plaats innamen, met alle verstoffing, benepenheid en autoritair denken die dat met zich meebracht. Als ik Balkenende zie, weet ik ook precies hoe erg dat geweest is en hoe het niet moet. Maar tegelijkertijd zijn we zo krankzinnig naar de andere kant doorgeslagen dat het bijna fascistoïde aandoet. 't Is net alsof we allemaal jong, gezond, sterk, mooi moeten zijn. Waar hebben we dat ook alweer eerder gezien? En hoe komt het dat we, zo onopvallend lijkt het wel, bijna dartel naar zo'n ideaal zijn toegegroeid?

Srebenica

,,Mijn man komt uit Bosnië. Wat daar is gebeurd heeft mij beroofd van het vooruitgangsgeloof. Niemand had kunnen voorspellen dat we in Europa nog eens zouden worden geconfronteerd met godsdienstoorlogen. Niemand! En dat culturele verschillen er zoveel toe zouden doen. Als antwoord daarop springen we in Nederland als schijtebroeken met drollenvangers aan weer terug in de jaren vijftig, want dan weten we weer hoe het hoort. Maar daar gaat het niet over. Als we maar erkennen dat de samenleving zich van zulke dagverse vraagstukken niet even met een piepkleine revolutie kan bevrijden. Hier heeft de culturele omwenteling langer geduurd dan de jaren zestig. Als ze het nu hebben over de achterlijke islam... Nou ik hoef maar aan mijn oudere zusje te vragen hoe het hier was een paar decennia geleden. Als je zwanger was voor het huwelijk moest je je kind afstaan of gedwongen trouwen. Dat verandert allemaal niet zomaar.'

In De bastaard speelt de vraag: welk kind heeft het recht om te blijven? Het sterkste, gezondste, krachtigste of het andere, officiële kind, omdat die, als erfgenaam, het belangrijkste is voor de mensen om hem heen? Over de achtergrond van de fascinatie voor dit onderwerp zegt Uphoff: ,,Wat een diepe indruk op mij heeft gemaakt zijn mijn ervaringen in Sarajevo. Mijn inmiddels overleden schoonmoeder woonde daar in zo'n typisch communistische flat tussen overgebleven oude vrouwen. En als je daar dan voor de zoveelste keer vrouwen tegenkomt wier volwassen kinderen in de oorlog zijn weggemaaid, dan voel je dat je te maken hebt met mensen die weten dat hun investering, alles wat ze aan emotie, aan liefde, aan agressie, hoop en verlangen ergens in gestopt hebben, er niet meer is. Dat gaat om extreem leed, maar het gebeurt in mildere vorm ook in je eigen leven: al die verdampende aandacht voor dingen die gewoon verdwijnen, ook in jou oplossen en versterven en toch invloed blijven uitoefenen.'

De achtergrond van haar man heeft haar politiek geactiveerd, ze is naar Srebrenica geweest, heeft het Joegoslavië-tribunaal bezocht. Zou ze dat ook gedaan hebben zonder zijn invloed?

,,Iemand met wie ik ruim tien jaar lief en leed deel beïnvloedt mij. Niet zozeer in het accepteren als wel in het verdragen van gevoelens van machteloosheid heeft hij invloed gehad. Ik weet niet of ik me zonder hem zo voor Srebrenica zou hebben ingezet, maar ik weet wel dat ik al voor ik mijn man kende een basale reactie had op onrecht. Die reactie is: hier moet ingegrepen worden, het kan me niet schelen door wie. Ook al voordat de oorlog in Joegoslavië een kookpunt bereikte, dacht ik: hier mogen we niet blind voor zijn, we moeten iets doen. Maar denk niet dat ik mensen die in een slachtofferpositie zitten per se zielige mensen vind. Ze zitten in een benarde positie en ik gun iedereen een zo ruim mogelijke positie.'

In De bastaard is een hoofdrol weggelegd voor een vrouw, Arinde, die niet begeerd wordt. Opvallend, omdat Uphoffs eerste bundel Begeerte heette. Is het onderzoeken van de keerzijde van eerdere verhalen een bewuste keuze?

,,Ja, ik wilde nu eens beschrijven hoe krenkend het is om niet begeerd te worden. De krenking is niet dat haar man vreemdgaat, daar is ze van het begin af aan op voorbereid. De krenking is dat hij niet ook met haar naar bed gaat, dat hij bepaalt of zij seksueel aan haar trekken komt. Arinde is op haar beurt benieuwd hoe het is om mooi en aantrekkelijk te zijn. Ik kan me haar nieuwsgierigheid goed voorstellen. Als ik mezelf zou moeten reduceren tot één eigenschap, dan is het nieuwsgierigheid. Dat houdt me gaande. Er zijn veel dingen die ik pas schrijvend te weten kom, alsof mijn personages iets aan mij duidelijk maken.

,,Het kost me niet veel moeite om me in een personage te verplaatsen dat nooit begeerd is. Zij, de niet-begeerde vrouw legt zich neer bij haar nederlaag. Ze stuurt haar man zelfs naar de moeder van de bastaard, die wel mooi is. Ze aanvaardt het recht van de sterkste. Ze vindt zelf dat de sterken beter zijn dan de zwakken. Ik snap wel dat iemand zich dat gevoel eigen maakt. Ik was als kind slecht in gymnastiek en met een dik jongetje werd ik dan overgeslagen als er teams moesten worden samengesteld. Hoe we ons dat ook aantrokken, we vonden wel dat die andere kinderen gelijk hadden. Dat was het recht dat toen gold en waar we achter stonden. Of dat rechtvaardig is? Ik weet het niet. Dat is juist zo klote! Ik heb er geen antwoord op!'

Met het eigenlijke thema van De bastaard, het eerstgeboorterecht, heeft ze geen ervaring. Wel met opgebroken gezinnen, ouders die na hun eerste of tweede of zoveelste huwelijk de kinderen verdelen en na een verschrikkelijke strijd hele plukken kinderen meenemen die dan weer samengebracht worden met andere plukken kinderen. ,,Als je dat aan den lijve ondervindt, dringt de vraag zich op: welke banden zijn belangrijk? De gekweekte banden? Bloedbanden? De banden die ontstaan zijn uit vriendschap, uit verlangen? Mijn ouders hebben allebei een eerste huwelijk gehad en ze hebben allebei kinderen meegenomen. We zijn met z'n dertienen, een bont gezelschap. Met mijn zogenaamde bloedbroeders of zusters heb ik soms minder een band dan met degenen van wie ik strikt genomen geen familie ben.'

Uphoffs derde novelle De gastheer is voor driekwart af. Het gaat over een vrouw die in een hotel de enige gast is en door de gastheer op alle mogelijke manieren intiem wordt ingekapseld zonder dat het seksueel wordt. ,,De novelles vormen een drieluik, waarin ik drie varianten van menselijke verhoudingen onderzoek. Het aantrekkelijke van novelles is dat ik in een vrij kort tijdsbestek een soort hyperconcentratie bereik. Maar de novellevorm heeft ook mijn warme belangstelling omdat ik daarin mijn thema's niet open en bloot hoef uit te spinnen. Ik ben ook met een roman bezig. Die is meer uitgewerkt. De novelles zijn de weerslag van een vooronderzoek. Zo is het ook gegaan met De vanger. Dat was de uitwerking van een verhaal waarin het kindje niet sterft.'

`De bastaard' is verschenen bij uitg. Podium, prijs €10.