EU over octrooi weer niet akkoord

EU-ministers hebben gisteren weer geen akkoord bereikt over een gemeenschappelijk octrooi wegens onenigheid over aansprakelijkheid bij vertaalfouten.

Minister Brinkhorst (Economische Zaken) sprak van een ,,domper'' voor het streven de Europese Unie concurrerender te maken. Volgens Brinkhorst moet nu de EU-top van eind deze maand proberen een doorbraak te bereiken over het octrooi, waarover binnen de EU al dertig jaar wordt gesproken.

Eurocommissaris Bolkestein (Interne Markt) toonde zich gisteren ,,bitter teleurgesteld''. Een octrooi in de EU is nu nog vier keer zo duur als in de Verenigde Staten. Vooral voor het midden- en kleinbedrijf zijn de kosten vaak onoverkomelijk.

Begin vorig jaar bereikten de EU-ministers een politiek akkoord, waarbij werd afgesproken dat het volledige octrooi alleen in het Engels, Frans en Duits moet worden vertaald. Alleen de kern van het octrooi (de zogenoemde claim van zo'n drie pagina's) moet in alle officiële talen worden vertaald van de lidstaten waarvoor de aanvrager een octrooi wenst. Volgens gegevens van de Europese Commissie kost een octrooi voor acht lidstaten nu nog 50.000 euro en zal dat straks na de toetreding van tien nieuwe landen voor een octrooi in 25 lidstaten nog 25.000 euro zijn.

Spanje en Duitsland zijn de grootste dwarsliggers. Spanje wil zo snel mogelijk over de vertaling van de claim beschikken en bovendien rechtszekerheid, zodat derden niet het slachtoffer kunnen worden van vertaalfouten. Duitsland, dat 60 procent van de octrooien in de EU verstrekt, wil dat vertalingen van claims geen rechtskracht hebben.

De Europese werkgeversorganisatie UNICE steunt het Duitse standpunt, want zij vreest anders te grote rechtsonzekerheid. Duitsland wil bovendien langer tijd om vertalingen te laten maken en zo dicht mogelijk bij het eigen rechtssysteem blijven.

Het Ierse voorzitterschap legde tevergeefs een compromisvoorstel op tafel. Volgens dit voorstel zouden gebruikers die te goeder trouw een fout vertaald octrooi gebruiken op coulance moeten kunnen rekenen, waarbij uiteindelijk de rechter een beslissing moet nemen.