Een uitkering moet je verdienen

Gemeenten worden creatiever in het gevecht om de bijstand op te schonen. Werken voor je uitkering, bijvoorbeeld, of meteen bij het aanvragen een ambtenaar meekrijgen voor controle thuis. In Hoorn zijn maatwerk én snelheid het devies.

De gemeente Hoorn grijpt naar onorthodoxe middelen om zoveel mogelijk mensen uit de bijstand te helpen. Bijvoorbeeld de `werk direct'-regeling die sinds twee weken geldt. ,,Mensen met een bijstandsuitkering moeten werken voor de gemeente. Gewoon, lopende bandwerk, maximaal 28 uur per week'', zegt hoofd sociale zaken Werner Krijgsman laconiek. ,,We hebben nu al resultaat: drie mensen die al tijden geen werk hadden, konden opeens wel een baan vinden toen ze dreigden voor de gemeente aan de slag te moeten.''

Hoorn heeft wel meer creatieve methodes om de bijstand op te schonen. Zo heeft de sociale dienst drie eigen auto's voorstaan. Als bij de aanvraag twijfel ontstaat over de gegevens – woont iemand wel alleen, is het wel een huurhuis, heeft hij geen glanzende Mercedes in plaats van een gedeukte Ford – stelt de ambtenaar voor om samen naar het huis van de aanvrager te rijden om de gegevens te controleren. ,,De aanvraag wordt soms al ter plekke ingetrokken'', zegt Krijgsman. ,,Of ze krijgen het onderweg zo benauwd dat ze omkeren en alsnog de juiste informatie geven.''

De aanpak van de gemeente Hoorn past in de tijdgeest. Het is dit centrum-rechtse kabinet ernst met de bezuinigingen op uitkeringen en de aanpak kan het best worden samengevat met een monter `iedereen aan het werk'. Vorig jaar ontvingen ruim 325 duizend mensen een bijstandsuitkering, bijna 250 duizend een werkloosheidsuitkering en ruim 980 duizend personen een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Een groep van ruim anderhalf miljoen op een totale actieve beroepsbevolking van 7,5 miljoen. Een belangrijke besparing moet komen van de ingrijpende stelselwijziging in de arbeidsongeschiktheid waarover het kabinet naar verwachting deze maand nog zal beslissen. Alleen volledig arbeidsongeschikten krijgen vanaf 2006 een WAO-uitkering, de gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten werken of komen in de bijstand of een vergelijkbare regeling.

Ook op die bijstand wordt bezuinigd. In vier jaar moet op uitkeringen 600 miljoen euro en op reïntegratiekosten 2,2 miljard worden bespaard. De gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol. Als uitvoerders van de bijstand moeten zij ervoor zorgen dat mensen met een uitkering zoveel mogelijk weer aan het werk gaan. Door te zorgen voor `reïntegratie', maar ook door het voorkomen en opsporen van fraude. Het kabinet stimuleert de gemeenten door ze de bijstandsuitkeringen voortaan zelf te laten betalen, en te snoeien in de gesubsidieerde arbeid en bijzondere bijstand. Vergoedde voorheen het rijk alle bijstandsuitkeringen, sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Werk en Bijstand (WWB) op 1 januari dit jaar krijgen de gemeenten één bedrag waar ze het voor moeten doen. De gemeenten mogen zelf weten hoe ze dat aanpakken.

Hoorn, met 1300 bijstandsuitkeringen op 68 duizend inwoners, gelooft vooral in maatwerk en snelheid. Als iemand die een uitkering aanvraagt goede kansen op de arbeidsmarkt heeft, krijgt hij maar tien werkdagen de tijd om zelf een baan te zoeken. ,,Daarna passen we de harde hand toe'', zegt Krijgsman. Dat betekent: iedere week melden bij de `case-handler'. Sinds twee jaar heeft een cliënt, zoals de bijstandsgerechtigden worden genoemd, in Hoorn zijn persoonlijke begeleider bij de sociale dienst. De case-handler is meer een coach dan een passieve loketbeamte. Hij controleert bijvoorbeeld bij bedrijven of de verplichte sollicitaties wel serieus waren. Zo niet, dan volgt onmiddellijk een korting op de uitkering, te beginnen met tien procent, oplopend naar een volledige intrekking. ,,En vergeet niet, alle werk is tegenwoordig `passend werk', dus ze mogen geen werk meer weigeren'', zegt Krijgsman.

De persoonlijke behandelaar is vooral belangrijk voor de grote groep mensen in de bijstand die moeilijk werk kunnen vinden door gebrek aan opleiding, sociale of medische problemen. Zij zijn volgens Krijgsman gebaat bij een zo individueel mogelijke benadering.

Een probleem daarbij is dat de overheid vergoeding van gesubsidieerde arbeid grotendeels afschaft: dat moeten de gemeenten voortaan zelf betalen als ze dat willen. ,,Die banen heb je juist nodig om mensen die aan werk moeten wennen, een kans te geven. Wij worden nu gedwongen die te betalen uit de besparingen op de bijstandsuitkeringen. Dit jaar lukt dat nog.''

De aanpak van Hoorn is succesvol: waar Krijgsman vorig jaar een stijging naar 1400 uitkeringen had verwacht op grond van de economische omstandigheden, is het aantal op iets meer dan 1300 blijven steken. Door op de uitkeringen te besparen kan de gemeente, naast de gesubsidieerde arbeid, iets extra's doen aan bijzondere bijstand, veelal voor ouderen. ,,Het moet wel `sociaal' beleid blijven'', zegt Krijgsman.

De gemeente Hoorn heeft geen grote groepen, die door bijzondere eigenschappen moeilijk te plaatsen zijn. Dat is anders bij de vier grote gemeenten – Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht – die gezamenlijk bijna de helft van de bijstandsuitkeringen in Nederland verstrekken. ,,Een groot deel van ons reïntegratiebudget gaat naar taalcursussen en een soort inburgeringscursusse'', zegt Martin Andriessen, bij de gemeente Den Haag verantwoordelijk voor het werkgelegenheidsbeleid. In Den Haag zijn naast allochtonen ook jongeren moeilijk aan het werk te krijgen. Andriessen pleit voor `realiteitszin' bij de verwachting dat de huidige groep bijstandsgerechtigden reguliere, betaalde arbeid vinden. ,,Bijna de helft van de 25 duizend die we hier hebben hoeft niet te solliciteren, hoofdzakelijk omdat ze op medische gronden niet kunnen werken.'' Ze krijgen geen WAO omdat ze geen arbeidsverleden hebben.

Van de andere ruim 12.000 mensen heeft het overgrote deel, zoals dat heet, een `grote afstand tot de arbeidsmarkt.' Ze hebben geen kans om zelf een baan te vinden door gebrek aan opleiding of ervaring, een gebrek aan sociale vaardigheden, fysieke gebreken, of een combinatie daarvan. De gemeente helpt ze `richting werk' met reïntegratietrajecten van één à twee jaar. Tot nu toe konden deze groepen ervaring opdoen in gesubsidieerd werk. Het besluit van het kabinet vorig jaar om die subsidies vrijwel volledig af te schaffen – met een overgangsperiode van een aantal jaar – treft vooral gemeenten als Den Haag en Rotterdam, die veel van deze banen hadden gecreëerd. Andriessen noemt het verdwijnen van deze banen zijn `grote zorg' voor de toekomst van de bijstand in Den Haag. De gemeente kan deze broodnodige ervaringsplaatsen niet blijvend uit eigen zak betalen.

In de toekomst zal Andriessen meer reguliere bedrijven moeten inschakelen voor werkplekken van maximaal 2,5 jaar. De gemeente maakt het aannemen van een `bijstander' financieel aantrekkelijk: eerst drie tot zes maanden stage met behoud van uitkering, dan ten hoogste twee jaar loonsubsidie tot maximaal de helft van het loonbedrag. ,,We hebben hier in de regio helaas niet veel industrie. Ze gaan aan de slag in de kassen van het westland, maar ook bij horeca. MacDonalds bijvoorbeeld.'' De rest van de gesubsidieerde arbeid moet langzaam worden afgebouwd. ,,We willen daar geen gedwongen ontslagen.''

De gemeente schakelt, zoals het rijk sinds 2000 eist, private reïntegratiebedrijven in. Per jaar 4.500 trajecten voor evenzovele uitkeringsgerechtigden. In de toekomst gaat de gemeente scherper letten op de prestaties van die bedrijven. ,,60 procent moet een betaalde baan krijgen, anders betalen we minder.''

Er is een onjuist beeld ontstaan van mensen in de bijstand, vindt Andriessen. ,,Het zijn geen calculerende types die hun hand ophouden. Als ze niet willen werken, heeft dat een reden. Daar moet je eerst achter komen, anders ben je alleen op de korte termijn bezig.''