Een les van de IRA voor de ETA

Als de aanslag het werk was van de ETA, wat absoluut niet zeker is, heeft de organisatie de afgelopen jaren niet goed geluisterd naar wat de Noord-Ierse broeders van Sinn Féin te zeggen hadden.

Een van de buitenlandse politici die gisteren de aanslag in Madrid nadrukkelijk veroordeelde was Gerry Adams, leider van de aan het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) gelieerde politieke partij Sinn Féin. ,,Een verschrikkelijke daad'', zei Gerry Adams, zelf ooit actief in de leiding van de IRA, een organisatie die in dertig jaar verantwoordelijk is geweest voor de dood van zo'n 1800 mensen, onder wie ongeveer 650 willekeurige burgers.

De snelle reactie van Adams is opmerkelijk omdat de IRA en de Baskische afscheidingsbeweging ETA nauwe banden hebben. Nog maar twee weken geleden bezocht een regionaal politicus van Batasuna, de politieke tak van de ETA, het partijcongres van Sinn Féin.

Als de aanslag het werk was van de ETA, wat absoluut niet zeker is, heeft de organisatie de afgelopen jaren niet goed geluisterd naar wat Sinn Féin te zeggen had. Want de boodschap van de Noord-Ierse republikeinen – zowel aan de ETA als aan de Spaanse regering – is dat uiteindelijk alleen onderhandelingen tot resultaat kunnen leiden. En dat partijen elkaar daarbij niet mogen uitsluiten.

De IRA heeft zelden burgers als doelwit gebruikt, en bij aanslagen altijd vooraf gewaarschuwd. Dat was niet voor niks. De keer in 1987 toen het mis ging, en bij een exlosie elf willekeurige burgerslachtoffers vielen, betekende een enorme terugslag voor de IRA zelf. Een deskundige legde destijds uit dat de aanhang van organisaties als de IRA bestond uit verschillende groepen. De harde kern kan ,,grote schokken en zware crises aan, zonder daardoor gedemoraliseerd te worden''.

Maar onschuldige slachtoffers maken is voor gematigde aanhangers taboe. De grote groep nationalistische sympathisanten van de IRA en veel linkse organisaties hadden grote twijfel na die aanslag. Maar ook zij bleken na een tijdje de crisis meestal wel weer te boven te komen. De internationale steun kreeg een forse klap en het duurde jaren voordat die weer was opgebouwd. ,,Het is duidelijk dat de pogingen om onze basis te versterken ernstig verstoord zijn'', zei Gerry Adams dan ook in 1987.

Datzelfde gold voor de aanslag in Omagh in 1998, met 29 slachtoffers de grootste ooit in Noord-Ierland. Na die aanslag – volgens de daders had het waarschuwingssysteem gefaald en was het niet de bedoeling om zoveel slachtoffers te maken – was het Batasuna dat in een verklaring ,,verdriet en solidariteit'' uitsprak met de slachtoffers. Niet lang daarna besloot de ETA tot een bestand.

Zo'n staakt-het-vuren hield in Baskenland nooit lang stand en de Spaanse regering weigerde iedere vorm van gesprek met de nationalisten. Het Noord-Ierse voorbeeld kreeg geen navolging, want hoe wankel soms ook, zes jaar vredesproces heeft de Noord-Ieren meer gebracht dan dertig jaar gewapende strijd. ,,Je kunt de situatie niet zonder meer vergelijken'', aldus een republikein, ,,maar een vredesporces kan alleen ontstaan op basis van een dialoog.''