Debutant mist nazorg

Op de Debutantendag in het Letterkundig Museum debatteerden Nederlandse en Vlaamse schrijvers gisteren over `de grote stilte' na hun debuut.

Wat gebeurt er nadat je debuteert als prozaschrijver? Er treedt `een grote stilte' in, aldus Daan Cartens. Een enkeling krijgt aandacht en verkoopsucces; de meesten zien hun hooggespannen verwachtingen op niets uitlopen. En het ergste: ,,Er is geen nazorg. De uitgever laat de geflopte debutant bungelen.'' Cartens en Jessica Swinkels, conservatoren van het Letterkundig Museum, volgen veertig Nederlandse en Vlaamse schrijvers die in 1999 debuteerden. Elke vier jaar worden ze voor de camera ondervraagd over hun werk en literaire loopbaan. Uit de gesprekken uit 2003 bleek dat de euforie over de doorbraak als schrijver was ingewisseld voor een nuchtere kijk op de `harde realiteit van de literaire wereld'.

Maar is die realiteit wel zo hard? Het Fonds voor de Letteren, dat gisteren met het Letterkundig Museum een Debutantenmiddag presenteerde, voert sinds 2002 een stimuleringsregeling voor beginnende auteurs, met het Vlaams Fonds voor de Letteren. Eind 2003 ontvingen negentien recent gedebuteerde schrijvers een bedrag tussen de 3.200 en 7.000 euro voor hun volgende boek. Daarnaast kunnen de schrijvers bij hun uitgever een voorschot bedingen.

Financieel is de gedebuteerde schrijver dus niet heel slecht af. Wat begeleiding betreft echter wel, zo was de conclusie tijdens de forumdiscussie op de Debutantenmiddag. Sylvia Dornseiffer, directeur van het Fonds voor de Letteren, had `een zekere leegte' bij een belangrijk deel van de auteurs gesignaleerd: het aantal optredens op literaire podia was tegengevallen en de relatie tussen auteur en uitgever minimaal gebleken. Literair agent Paul Sebes: ,,Veel debuten gaan de mist in omdat er niet genoeg in geïnvesteerd is. De uitgever schiet met hagel; als het grootste gedeelte mis is, dan is daar niet veel aan verloren.''

Het verhaal van een ontnuchtering, zo kan ook de documentaire Debutanten '99: Schrijver van beroep samengevat worden. In deze documentaire van Jan Louter, die gisteren in première ging, figureerden zes schrijvers die in 1999 ook door Louter waren ondervraagd. De jonge dichter Ayatollah Musa en de schrijfsters Lisa de Rooy en Rebecca Gomperts bleken ieder op hun eigen manier ontnuchterd. Musa voelde zich niet thuis in `de literaire scene' en had zich op een eigen schoenenlijn gestort. Gepubliceerd hadden ze na hun eerste boek niet meer – in tegenstelling tot de andere drie auteurs, Erwin Mortier, Pauline Slot en Hagar Peeters. Desondanks schrijven Musa, De Rooy en Gomperts nog steeds. Jessica Swinkels constateerde dat het een schrijver moeilijk valt om `er een punt achter te zetten'. De veertig schrijvers die ze volgt schrijven allen nog, of ze nu publiceren of niet. Minstens de helft heeft twee titels op zijn naam staan.

Daan Cartens legde het forum de vraag voor of het wel goed is voor een beginnend schrijver om een beurs te accepteren. Had hoogleraar Boekwetenschap Lisa Kuitert niet beweerd dat je zo onleesbaar `subsidieproza' creëert? ,,Dat is absolute onzin'', zei uitgeefster Eva Cossee. ,,Neem Mark Boog, die heeft een gezin met vier jonge kinderen. Zonder geld van het Fonds was hij lang niet zo productief geweest.''

Uitzending `Debutanten '99: Schrijver van beroep' 19 maart 21u05 op Ned 3.