De wrede echo van het geluk

In een serie over heruitgegeven klassieken deze week `Het grote avontuur' (`Le grand Meaulnes') van Alain-Fournier (vert. Max Nord, Salamander Klassiek, 274 blz. euro 9,50 geb.)

`Bittere herinneringen! Vernietigde verwachtingen!' François Seurel, de verteller van Het grote avontuur van Alain-Fournier (1886-1914), windt er geen doekjes om: zijn mooiste jaren liggen achter hem, wat rest is `vervlogen tijd, vervlogen geluk'. Als middelbare-scholier had hij een vriend, een grote jongen die het leven in zijn suffe dorpje `in heftige beroering' bracht, en die even plotseling uit zijn leven verdween als hij erin verschenen was. Zijn naam was Augustin Meaulnes, en het is zijn `vreemd avontuur' dat door de ikfiguur geboekstaafd wordt, `nu er slechts stof rest van zoveel ongeluk en zoveel goeds.'

Misschien is `vreemd' niet eens het beste woord voor de gebeurtenis die het leven van de twee vrienden tekent. Het avontuur van de grote Meaulnes, die verdwaalt in de bossen en tijdens een gemaskerd bal op een geheimzinnig kasteel een beeldschoon meisje ontmoet, zou het begin van een sprookje van Moeder de Gans kunnen zijn. Alleen leeft Meaulnes allesbehalve lang en gelukkig: na het plotselinge einde van het feest wordt hij per koets in de buurt van zijn dorp afgezet, met slechts de herinnering aan `dat mysterieuze geluk, waarvan [hij] eens een glimp had opgevangen.'

Samen met Seurel probeert Meaulnes het landhuis en het meisje terug te vinden, iets wat na jaren van wanhoop door een samenloop van omstandigheden lukt. Meaulnes trouwt zijn Yvonne, maar houdt het niet lang met haar uit. Nog voor hun beider kind geboren zal worden, loopt hij weer van haar weg – volgens de verteller uit `angst om het ongehoorde geluk dat hij zo stevig vasthield aan zijn handen te zien ontglippen'; volgens Meaulnes zelf omdat hij Yvonnes broer wil helpen bij het terugvinden van diens verdwenen geliefde. Het is die laatste vrouw die een van de kerncitaten van de roman uitspreekt. `Hij zag mij zoals hij zich mij droomde,' zegt ze over de man die met haar wilde trouwen; `en helemaal niet zoals ik was.'

Het grote avontuur is een klassieke roman over een van de mooiste thema's uit de wereldliteratuur: het geluk dat je ontglipt op het moment dat je het eindelijk gevonden hebt. De enige positieve constante in een mensenleven, zo lijkt Alain-Fournier ons duidelijk te willen maken, is de schoonheid van de natuur, en die wordt dan ook jaloersmakend opgeroepen. Alain-Fournier (een pseudoniem van Henri-Alban Fournier) was geboren in een dorpje bij de rivier de Cher, waarvan de oevers worden beschreven als een spectaculair landschapspark. Zelfs bij regen, die in dit deel van midden-Frankrijk (net boven Bourges) veel valt, blijft de omgeving van het fictieve dorpje Sainte-Agathe majestueus.

Franse critici hebben Le grand Meaulnes, het enige boek van de bij Verdun gesneuvelde Alain-Fournier, altijd gezien als een knappe navolging van het twee jaar oudere Fermina Marquez, Valery Larbauds roman over kostschooljongens die bezeten zijn van een mooi meisje. De romancier Frédéric Beigbeder bombardeerde Alain-Fourniers roman een paar jaar geleden heel wat toepasselijker tot de voorloper van The Great Gatsby, Fitzgeralds roman over een nouveau riche die symbool is voor de gedoemde Amerikaanse pursuit of happiness. En inderdaad: The Great Gatsby (1925) lijkt niet alleen in thema en titel erg op Le grand Meaulnes; het wordt ook verteld door eenzelfde nostalgische sukkel aan de zijlijn.

Het boek mag dan wel naar Meaulnes genoemd zijn, het is Seurel die de hoofdrol heeft. Tegen wil en dank, want hij heeft geen hoge dunk van zichzelf. Tot zijn vijftiende, wanneer hij kennis maakt met Meaulnes, leidt hij een doodsaai en eenzaam leven. En wanneer Meaulnes de wereld in trekt om zijn lief te vinden, wordt het er niet beter op. Hij treedt in de voetsporen van zijn schoolmeester-vader en blijft dromen over het verleden, dat goedbeschouwd niet eens zo rozevingerig is als hij het voorstelt. Nog één kans op levensgeluk krijgt hij, zonder het te beseffen: als Meaulnes zijn vrouw verlaten heeft, wordt Seurel de vertrouweling van de tragische Yvonne. `Zij was de vrouw van mijn vriend, en ik hield van haar met die diepe, stille vriendschap die onuitgesproken blijft.'

Je wilt als lezer uitschreeuwen: Spreek uit! Heb lief! Gun jezelf een kans! En je weet dat Seurel niet zou luisteren als hij je kon horen. Hij is veroordeeld tot een leven van onvervuld verlangen en misplaatste bewondering voor zijn jeugdvriend. `Die smaak van aarde en dood, dat gewicht op mijn hart, is alles wat mij overblijft van het grote avontuur', zegt hij nadat de in het kraambed gestorven Yvonne ten grave gedragen is. Alles wordt François Seurel afgenomen, zelfs het dochtertje van Yvonne en Meaulnes over wie hij zich ontfermt. Maar het meest tragische is wel dat de lezer zich aan het eind van het boek realiseert dat het `grote avontuur', waaraan Seurel zo ongeveer zijn bestaansrecht ontleent, helemaal niet zo groot en avontuurlijk was.