De vraag `wie zit er achter?' kwelt Spanjaarden

De nachtmerrie blijft voor de Spanjaarden doorgaan na de bomaanslagen van gisteren.

Wie zit achter de grootste terreurdaden in Europa sinds de aanslag op een verkeersvliegtuig boven Lockerbie in december 1988? Antwoord op deze vraag zal vergaande politieke, sociale en economische gevolgen hebben. De beelden van Danteske gruwelen die Spanje kreeg te zien op televisie en in de kranten hebben het land in een nachtmerrie gedompeld. Maar de angst en woede worden nog eens extra gevoed door klemmende onduidelijkheid over wie de vijand ditmaal is: ETA of Al-Qaeda?

De verwarring hierover werd gisteren in de loop van dag pijnlijk zichtbaar. Minister van Binnenlandse Zaken, Ángel Acebes, noemde het tijdens zijn eerste optreden aan het begin van de middag ,,volstrekt duidelijk'' dat de Baskische terreurbeweging ETA achter de aanslag zat. De verklaring van Arnaldo Otegi, woordvoerder van de verboden ETA-partij Batasuna, dat ETA niets te maken had met aanslag noemde de minister ,,een miserabele strategie'' om de aandacht af te leiden.

Maar de eerste twijfels werden merkbaar in het optreden van premier José María Aznar dat even later volgde. Aznar noemde geen enkele maal de naam van de Baskische terreurgroep. Nabij het station waar de terroristen vermoedelijk hun explosieven in de treinstellen hadden geladen, had de politie inmiddels een bestelwagentje aangetroffen met een aantal bomontstekingen en een cassettebandje met koran-teksten. Later op de dag volgde de ingezonden brief aan het dagblad Al-Quds waarin de Abu Hafs Al-Masri-Brigade de verantwoordelijkheid van de aanslagen opeist.

Vanochtend liet Aznar weten dat ETA nog altijd hoofdverdachte is, maar dat geen enkele optie in het onderzoek wordt uitgesloten. Minister Ácebes had gisteravond al erkend dat zijn conclusies voorbarig waren geweest. Bij wijze van boetedoening maakte hij het nieuws van het bestelwagentje publiek. Dat er haast is geboden bij een opheldering werd indirect door Aznar aangegeven: hij zegde toe dat de politie op korte termijn met resultaten zal komen.

Wat de zaak voor veel terreurdeskundigen zo verwarrend maakt, is dat de aanslagen zowel kenmerken vertonen die verwijzen naar de ETA als naar Al-Qaeda, maar met hetzelfde recht atypisch genoemd kunnen worden. Voor de betrokkenheid van ETA pleit dat eind vorig jaar een aanslag werd verijdeld in een passagierstrein van de Frans-Baskische grens naar Madrid.

Tien dagen geleden nog werd een bestelbusje onderschept waarin de terreurorganisatie 500 kilo springstof vervoerde, vermoedelijk richting Madrid. ETA, sterk verzwakt, kan de verkiezingen hebben aangegrepen om te tonen dat zij nog steeds in staat is dood en verderf te zaaien.

Maar de Baskische terroristen waarschuwen standaard telefonisch bij een bom of op publieke plaatsen. Dat bleef ditmaal achterwege. En de Batasuna-voorman Otegi mag volgens menigeen een verwerpelijke aanhanger van de ETA-terreur zijn, nooit eerder veroordeelde hij een aan de ETA toegeschreven aanslag en wees hij de betrokkenheid van ETA af. Het ETA-gezinde dagblad Gara noemde vanochtend de aanslagen ,,een onacceptabele gruweldaad'' in plaats van de gebruikelijke vergoelijkingen bij ETA-aanslagen.

Een keten van aanslagen op gelijksoortige objecten, gericht op een maximaal aantal doden en chaos, geldt eerder als het visitekaartje van Al-Qaeda. Elf maart kwam mooi uit: tweeëneenhalf jaar na de elfde september 2001 en een krap jaar na de befaamde bijeenkomst op de Azoren, waar Bush, Blair en Aznar hun pact sloten om Irak aan te vallen.

Maar de aanslagen van gisteren vallen niet onder de categorie zelfmoordaanslagen waar Al-Qaeda zich normaal gesproken van bedient. De terroristen hadden hun dodelijke lading in rugzakken in de treinen achtergelaten en die op veilige afstand tot ontploffing gebracht.

Politiek kan het bekend worden van de identiteit van de daders van grote invloed zijn op het resultaat van de parlementsverkiezingen die komende zondag in Spanje worden gehouden. Algemeen wordt aangenomen dat de conservatieve Partido Popular van de scheidende premier Aznar ervan zal profiteren als zou blijken dat de aanslagen inderdaad het werk zijn geweest van de ETA. De acht jaar geleden aangetreden Aznar heeft een concessieloze aanpak van de gewelddadige Baskische afscheidingsbeweging altijd als een van de hoofdpunten in zijn beleid gehanteerd.

Blijkt de aanslag daarentegen het werk te zijn geweest van een terreurgroep uit het netwerk van Al-Qaeda, dan wordt verwacht dat juist de regeringspartij schade zal ondervinden. Aznars steun aan de oorlog in Irak, waarnaar in de brief van de islamitische terreurbrigade werd verwezen, zou bij veel Spanjaarden aangewezen kunnen worden als een mogelijke aanleiding van de aanslagen. Negentig procent van de Spanjaarden was vorig jaar tegen het Amerikaanse militaire ingrijpen in Irak.