De uitvinding van een held

Een land heeft zijn helden nodig, als ze er niet zijn dan maak je ze gewoon. Zie Jan van Speijk, zie Claudius Civilus, zie Jan van Schaffelaar, Nederlanders die postuum tot het heldendom werden opgebombardeerd. In Frankrijk is hetzelfde gebeurd met de leider van de Gallische opstand (omstreeks 60 voor Chr.) tegen de Romeinen. Over de laatste schreef Fik Meijer een boek: Vercingetorix. De mythe van Frankrijks oudste held. Ik ben een liefhebber van de boeken van Fik Meijer. Zijn Gladiatoren was een traktatie, Paulus' zeereis naar Rome en Keizers sterven niet in bed een genot om te lezen. Meijer heeft de gave van het woord, gecombineerd met een grote hoeveelheid kennis, en weet het verleden aanschouwelijk te maken – ook in Vercingetorix.

We weten niet erg veel over deze Gallische held. In Caesars De Bello Gallico wordt hij summier behandeld. Weglaten kon Caesar hem niet, Vercingetorix was zijn voornaamste tegenstander, maar wat hij over zijn opponent vertelt is mondjesmaat. Iets meer vertelt Cassius Dio in zijn Romeinse geschiedenis, bijvoorbeeld dat Vercingetorix bij diens overgave refereert aan zijn vroegere vriendschap met Caesar, wat volgens Meijer suggereert dat Vercingetorix behoorde tot de Romeins angehauchte Gallische elite. Dat laatste is tekenend. We moeten ons de Galliërs dan ook niet voorstellen als een door een druïden geleid natuurvolk. Het waren mensen van de wereld, met handel over heel Europa tot aan China toe, en de contacten met Rome waren intensief. Zo had Caesar bij het binnentrekken van Gallië hier en daar bondgenoten, met name het volk der Haeduers, die hun hoofdstad op Bibracte (Mont Beuvray) hadden gebouwd, waar tegenwoordig het nationale museum over de Gallische geschiedenis is gevestigd.

De kracht van Vercingetorix moet vooral hebben gelegen in zijn vermogen om anderen te overtuigen. Zo wist hij de Galliërs op één lijn te krijgen tegen Caesar. Als militair strateeg was hij duidelijk de mindere van de bij vlagen geniale Caesar. Meijer laat dit keer op keer zien in zijn meeslepende reconstructie van het bloedige verloop van de Gallische vrijheidsstrijd. Vercingetorix verliest dan ook, en wordt na een vernederende gevangenschap in Rome geëxecuteerd. Dan moet hij nog lang wachten voor hij echt kan gaan leven. Pas nadat het heldendom van Koning Clovis en Jeanne d'Arc is uitgewoed, komt Vercingetorix aan de beurt.

Het is vermakelijk te zien hoe de mythe rond Frankrijks oudste held gestalte krijgt. Vooral in de negentiende eeuw krijgt Vercingetorix handen, voeten en een woeste snor, alsmede de attributen waar een verzetsstrijder niet zonder kan: ros, zwaard, speer. Langzaam komt zijn biografie tot stand, al kun je beter van hagiografie spreken. Vercingetorix wordt zinnebeeld van Napoleons nederlaag, van Napoleon III (die vond dat hij sprekend op de Gallische held leek), zijn nederlaag tegen Caesar werd vergeleken met die van de Fransen tegen de Duitsers in 1871, omstreeks 1900 wordt hij al als de nationale Christus voorgesteld, Pétain, De Gaulle en Mitterrand gingen op hun eigen manier met Vercingetorix aan de haal.

François Mitterrand is het voorlopige eindpunt van Meijers verhaal. Deze president stichtte een kapitaal museum annex onderzoekscentrum op Bibracte, de plaats waar genoemde Haeduershoofdstad wordt opgegraven. Met maar één doel: het doen weerklinken van de Gallische haan, een dier dat net als Frankrijk in de wereld zijn weerga niet kent.

Fik Meijer: Vercingetorix. De mythe van Frankrijks oudste held. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 143 blz. €10,–