De hemel inkijken

Probeer maar geen koepels te bouwen met blokken. Dat lukt toch nooit. Een begin maken is niet moeilijk; dat is een cirkel van blokken.

Een tweede, iets kleinere cirkel daar bovenop leggen gaat ook nog. Maar de derde, nóg kleinere cirkel wordt al wankel. De vierde stort zeker in.

Ook in het echt storten koepels wel in. De koepel van de Haya Sofia, de beroemde moskee in Istanbul, is zelfs een paar keer ingestort. Het laatst gebeurde dat in 1346, na een aardbeving. Maar steeds werd de koepel weer herbouwd.

Het bouwen van een koepel is ook in het echt lastig. Zo moest de grote kerk van de Italiaanse stad Florence, de dom, in de vijftiende eeuw een koepel krijgen. Maar de bouwers wisten niet hoe ze dat moesten doen. Het houten model dat de architect van de kerk had laten maken was verdwenen en de architect zelf, Arnolfo di Cambio, was dood. Degenen die de bouw van de dom in Florence betaalden, wilden er zeker van zijn dat de koepel niet zou instorten. De architect Filippo Brunelleschi beweerde dat hij wel wist hoe dat moest. Na lang getwijfel mocht hij het in 1420 proberen. Hij liet twee koepels bouwen: een halfronde binnenkoepel en daarboven nog een ovalen buitenkoepel. Als je in ooit Florence komt, moet je beslist tussen de twee koepels naar de top van de buitenkoepel lopen.

Iedereen houdt van koepels. Ze zijn gemaakt op alle continenten: in Europa, in China, in India, in Afrika, in Amerika en in Australië. Ook op de Zuidpool staan ze en bij de Noordpool maken Eskimo's koepels van sneeuw, iglo's, en gebruiken die als tenten. Maar vooral islamieten zijn dol op koepels, nog steeds. Nieuwe kerken hebben nog maar zelden een koepel, maar bijna elke nieuwe moskee in Nederland heeft er een.

Waarom koepels? Omdat ze zo mooi zijn natuurlijk. Oude kerkkoepels zijn vaak beschilderd met vallende engelen of opstijgende heiligen. Dan is het alsof je recht de hemel in kijkt, als je onder de koepel staat. Maar ook als ze niet zijn beschilderd, zijn koepels mooi. Als je erin kijkt, zie je een volmaakte vorm: aan een koepel valt niets te verbeteren.

Het Pantheon, een groot rond gebouw van bijna 2000 jaar oud in Rome, is ook onbeschilderd, maar als je naar boven kijkt zie je, bij mooi weer, toch de blauwe hemel. In het midden van de koepel zit namelijk een groot gat van 6 meter breed. Als het regent, is het trouwens ook mooi in het Pantheon. Dan kletteren de druppels op de marmeren vloer.

Het Pantheon is het wonderlijkste koepelgebouw dat er bestaat. Eigenlijk is het gebouw alleen maar koepel. Goed, er staan nog wat zuilen voor, maar die zijn bijzaak. Binnen is alles rond. De koepel rust op een geweldig dikke cirkelvormige muur. Mooi is ook dat de afstand tussen de vloer en het gat in de koepel even groot is als de breedte van de koepel: 43,30 meter.

Meer dan 43 meter – dat is bijna een half voetbalveld. Het duurde dan ook heel lang voor er een grotere koepel werd gebouwd dan die van het Pantheon. De koepel van de Haya Sofia, de koepel van de dom in Florence en zelfs de koepel van de grootste kerk ter wereld, de Sint-Pieterskerk in Rome, zijn allemaal kleiner. Pas in 1912, bijna 1900 jaar na de bouw van het Pantheon, werd in de Poolse stad Wroclaw een koepel gebouwd die groter is.