De handtekening van de terrorist vervaagt

De gelijktijdigheid van de aanslagen van gisteren lijkt op het daderschap van Al-Qaeda te wijzen. Maar de handtekening van de terrorist vervaagt.

Vroeger, in de jaren '80, had je bij voorbeeld Abu Ibrahim, een Palestijnse terrorist die was gespecialiseerd in hele kleine bommetjes. Niemand kon dat zo goed als hij. Die deskundigheid had twee consequenties. Zijn bommetjes haalden geen vliegtuig neer, ze sloegen er maximaal een gaatje in. En iedereen wist dat Abu Ibrahim verantwoordelijk was. Zijn handtekening stond eronder.

Zo was meteen duidelijk dat Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda te maken had met de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington. De organisatie had naam gemaakt met grootschalige zelfmoordterreur, zoals de gelijktijdige aanslagen in 1998 op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania en de aanslag op het oorlogsschip USS Cole in 2000. De handtekening van de van oorsprong Saoedische miljonair Bin Laden bestond uit de symboliek van het doelwit, het inzetten van zelfmoordterroristen en de strak gecoördineerde gelijktijdigheid van aanslagen. Al-Qaeda was dan ook een grote organisatie, met aanzienlijke middelen en de gelegenheid om in zijn Afghaanse vrijplaats in alle rust aanslagen te beramen. Aan de aanslagen van 11 september is jaren gewerkt.

Na de verdrijving van Bin Ladens Talibaangastheren uit Kabul in 2001 was er geen terroristische vrijhaven meer, en dat was te zien aan de aanslagen die nadien aan Al-Qaeda zijn toegeschreven. Veel van de bijkantoren bleven actief, maar de aanslagen na 11 september waren, hoewel soms zeer bloedig, veel eenvoudiger van opzet. Wat overbleef van de handtekening was dat er doorgaans zelfmoordterroristen werden ingezet en vaak gelijktijdige aanslagen gepleegd, zoals vorig jaar in Riad en Istanbul waarvan het daderschap van Al-Qaeda wel vaststaat.

Maar inmiddels zijn er mogelijk behalve de filialen van Al-Qaeda en officieel geassocieerde groepen (de aanslag van Bali bij voorbeeld), ook imitatoren aan de gang. Het is niet zeker dat de gelijktijdige zelfmoordaanslagen van vorige week in Kerbala en Bagdad het werk zijn van Al-Qaeda. De Amerikaanse autoriteiten in Irak wezen op de gelijktijdigheid en het grote aantal slachtoffers als kenmerk van Al-Qaeda. Maar de eenvoud van de aanslagen – zelfmoordterroristen lieten zich temidden van een grote massa, haast onbeveiligde pelgrims ontploffen – brengt ook de mogelijkheid van andere daders in beeld. De twee zelfmoordterroristen die zich dinsdag in een vrijmetselaarsloge in Istanbul lieten ontpoffen, waren amateurs.

De vervaging van de handtekening geldt ook de claims. Bin Laden belde nooit kranten met de mededeling dat hij verantwoordelijk was: in bloemrijke videoboodschappen, verspreid door zijn huiszender Al-Jazira, noemde hij, of zijn tweede man Ayman al-Zawahiri, een aanslag de zijne, soms maanden na dato. Dat was zijn handtekening.

Maar tegenwoordig regent het claims. De vraag is: hebben sommige bijkantoren een eigen politiek in deze of zijn de claims vals? Waarschijnlijk beide. Het Islamitisch Leger voor de Bevrijding van de Heilige Plaatsen eiste enkele dagen na de aanslag bij een synagoge op het Tunesische eiland Djerba in 2002 namens Al-Qaeda de verantwoordelijkheid op. In de door de krant Al-Quds al-Arabi gepubliceerde verklaring stond de naam van de zelfmoordterrorist die zijn tankauto bij de synagoge liet ontploffen, op een moment dat die naam nog niet bekend was.

Sindsdien is de Abu Hafs al-Masri Brigades een trouwe leverancier van de in Londen verschijnende Al-Quds al-Arabi geworden van claims voor aanslagen, inclusief die van gisteren in Madrid. En zelfs van aanslagen die geen aanslagen waren, namelijk de grote stroomstoringen van vorig jaar in de VS en Canada. De mededelingen van de Abu Hafs al-Masri (de strijdnaam van een gedode adjunct van Bin Laden) Brigades hebben tot dusverre nog geen aanknopingspunt met de werkelijkheid opgeleverd. Vooralsnog lijkt de groep alleen op internet actief.