De dreunen van Atocha

De verwoestende aanslagen op forensentreinen bij Madrid vormen een trieste mijlpaal in de lange geschiedenis die Spanje met het terrorisme heeft. Nooit eerder vielen bij een terreurdaad in het land zoveel doden en gewonden. De vraag wie achter de aanslagen zit is allereerst van belang voor de Spaanse regering. Maar daarnaast raakt ze iedere burger in Europa. Mocht een groepering als Al-Qaeda verantwoordelijk zijn voor de slachting bij de stations Atocha, El Pozo en Santa Eugenia, dan kan zich wat daar is gebeurd ook hier of in Londen, Berlijn en Parijs voltrekken. Als de daders aanhangers zijn van de Baskische terreurorganisatie ETA ligt dat laatste minder voor de hand, maar dan kan op zijn minst worden geconstateerd dat de beweging Euskadi Ta Askatasuna – `Baskenland en Vrijheid' – haar heil zoekt in een nieuw type aanslagen: niets en niemand ontziend, gewelddadiger, massaler. Van het type Bali, Istanbul, Casablanca, Bagdad, Kerbala en misschien zelfs 9/11.

Donderdag 11 maart 2004 is een nieuw ijkpunt waaraan politiek en burgers zich dienen aan te passen. Weer is een grens van gewelddadigheid overschreden. Weer blijkt dat het altijd erger kan – hetgeen de mogelijkheid dat de overtreffende trap van erger nog moet komen, nadrukkelijk niet uitsluit. Voor de Spaanse premier Aznar, die in zijn regeerperiode het ETA-terrorisme consequent heeft bestreden, is het bitter dat zijn termijn op zo'n wrede wijze afloopt. Overmorgen zijn er landelijke verkiezingen in Spanje. Terecht is besloten die te laten doorgaan. De hoogste democratische verworvenheid, de gang naar de stembus, wijkt niet voor terreur. Tegelijkertijd laat het zich raden dat zo'n indringende gebeurtenis de verkiezingen beïnvloedt. De vraag wie verantwoordelijk is, kan Aznars partij extra stemmen opleveren in geval van ETA-betrokkenheid. Mochten de aanslagen het werk zijn van Al-Qaeda dan kan Spanje's pro-Amerikaanse opstelling in de kwestie-Irak een rol gaan spelen, en krijgt de socialistische oppositie wellicht wat meer rugwind. Hoe dan ook zal de nieuwe premier een gepast antwoord moeten geven op deze daad van agressie. Terrorisme laat zich het best bestrijden met een mix van openlijk beleden hardheid, eendracht in de politieke arena en het soort opsporing dat uitblinkt in twee zaken die elkaar nogal eens in de weg zitten: precisie en internationalisering.

Met name dat laatste ligt gevoelig. Uit weinig blijkt dat de met de mond beleden internationale samenwerking op dit gebied veel vruchten afwerpt. De Amerikaanse president Bush heeft de afgelopen jaren geen kans voorbij laten gaan om het belang van een gezamenlijke aanpak van terreur te onderstrepen. Hij had gelijk, maar de praktijk bleek weerbarstig. Door Irak is het brandpunt te zeer verschoven van terrorismebestrijding naar de invasie van een staat, de gevolgen daarvan en de verdeeldheid daarover. De war on terror is niet te winnen door één land afzonderlijk, ook niet als het gaat om nationaal opererende groepen als de ETA. Samenwerking is een voorwaarde voor succes. Zowel justitieel, politioneel als financieel zijn er nog te weinig resultaten geboekt door een Amerikaans-Europese combine ter bestrijding van het terrorisme. Als beschaafde landen, om het met Bush' woorden te zeggen, ,,weigeren in de schaduw te leven van dit ultieme gevaar'', zullen ze de consequenties daarvan moeten aanvaarden.

Spanje vierde afgelopen december het feit dat het 25 jaar geleden een nieuwe grondwet invoerde die de toen prille democratie wettelijk verankerde. De overgang naar democratie bleek een overweldigend succes. Het land overleefde een couppoging en vele ETA-aanslagen. Het kan de dreunen van Atocha ook aan, maar die laten andermaal zien hoe kwetsbaar de open, democratische samenleving is. Met de gevolgen hiervan zal niet alleen Spanje moeten leren leven. 11 maart 2004 is een les voor iedereen die zich dezer dagen Madrileen voelt, in Europa en elders in de wereld.