Bron van irrigatie en veel ruzie

Niet alleen voor Egypte maar ook voor de buren in de Afrikaanse regio is de Nijl een levensader. Juist daarom is zij ook een bron van ruzie. Deze week onderhandelen de Nijlstaten over hun onlesbare dorst.

Voor Egypte is het duidelijk: er verdwijnt geen druppel water uit de Nijl zonder Egyptische toestemming. Zo staat het tenslotte in het Nijl-verdrag uit 1929, dat destijds is geaccepteerd door alle landen die voor hun water van de Nijl afhankelijk zijn. Egypte wil alleen over de Nijl praten op basis van dat verdrag.

,,De deelnemers aan de gesprekken moeten één uitgangspunt accepteren: de historische rechten van Egypte mogen niet worden aangetast'', zei minister voor Water en Irrigatie, Mohammed Abdul Halim Abu Zeid, aan de vooravond van op een spoedbijeenkomst van het Nile Basin Initiative deze week in Oeganda.

De overige `Nijlstaten' vinden dat Egypte in het verdrag te sterk bevoordeeld wordt. Ze wijzen erop dat het Nijl-verdrag stamt uit de tijd dat de Britten het in vrijwel het gehele gebied voor het zeggen hadden. Aan Tanzania, Soedan, Oeganda, Kenia, Ethiopië en de rest van de Nijlstaten is nooit serieus gevraagd wat ze ervan vonden. De overleden Tanzaniaanse president Julius Nyerere noemde ooit alle verdragen uit de koloniale tijd achterhaald.

Van de 84 miljard kubieke meter water dat jaarlijks door de Nijl stroomt, mag Egypte 55 miljard kubieke meter gebruiken. Een land als Soedan heeft slechts recht op 18 miljard kubieke meter. Ethiopië, waar de Blauwe Nijl ontspringt (die bij de Soedanese hoofdstad Khartoum samenvloeit met de Witte Nijl), wordt in het verdrag niet eens genoemd, terwijl de Blauwe Nijl de leverancier is van meer dan driekwart van al het Egyptische Nijlwater.

Critici vinden dat Egypte door zijn halsstarrige houding en dreigementen de ontwikkeling van de Oost-Afrikaanse regio ernstig heeft belemmerd. Steeds als landen in het verleden waterprojecten wilden beginnen, sprak Egypte daarover het veto uit en zei de projecten desnoods als een oorlogsverklaring te beschouwen.

De Egyptische vrees voor verandering van het Nijl-verdrag is niet onbegrijpelijk. Zo'n 95 procent van de ruim 70 miljoen Egyptenaren is voor drinkwater afhankelijk van de rivier. Een deel van de landbouw kan alleen functioneren door irrigatie met Nijlwater. Daar komt bij dat de Assoean stuwdam, een van de grootste waterbouwprojecten aller tijden, lang niet zo'n positief effect heeft gehad op de landbouwproductiviteit als werd verwacht, door verzilting van het water en doordat voedingsstoffen in het water naar de bodem van het stuwmeer zinken.

Maar ook de in totaal bijna 90 miljoen inwoners van de andere Nijl-landen moeten hun drinkwater voor een groot deel uit de rivier halen, of uit het Victoriameer, het reservoir van de Witte Nijl. Vandaar dat de druk op Egypte toeneemt consessies te doen. Oeganda bouwde in Jinja, waar het water van het Victoriameer in de Witte Nijl stroomt, een grote waterkrachtcentrale zonder Egypte om toestemming te vragen. Het leidde niet tot problemen omdat de centrale nauwelijks invloed heeft op de hoeveelheid water die de Nijl instroomt.

Anders ligt dat met plannen van Kenia en Tanzania, die beide water aan het Victoriameer willen onttrekken om elders te gebruiken. Kenia liet in december vorig jaar weten het Nijl-verdrag van 1929 niet langer te erkennen. Tanzania heeft zelfs al opdracht gegeven aan een Chinese firma voor de bouw van een 23 miljoen euro kostende pijnlijn van Mwanza, aan het Victoriameer, naar het 170 kilometer zuidelijker gelegen Kahama. De leiding moet 54 steden en dorpen in die buurt, waar in totaal bijna een miljoen mensen wonen, van water gaan voorzien.

Ethiopië kondigde eerder aan water aan de Nijl te zullen onttrekken voor irrigatie van droge landbouwgebieden. ,,In het tijdperk van de globalisering kunnen we niet langer isolationistische spelletjes spelen'', zei de Ethiopische minister voor Watervoorraden, Shiferav Jarso, deze week in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. En een Oost-Afrikaanse diplomaat verklaarde aan de vooravond van de NBI-conferentie: ,,Het is onrechtvaardig om van acht Afrikaanse landen, die grote behoefte hebben aan economische vooruitgang, te verlangen een natuurlijke hulpbron voor hun deur geheel te negeren.''

Intussen groeit de bevolking in het gebied snel, volgens deskundigen met zo'n 50 procent in de komende dertig jaar. ,,Over tien tot twintig jaar zullen in deze landen, vooral Ethiopië, Soedan en Egypte, veel meer mensen wonen waardoor de vraag naar water veel groter wordt'', aldus Milas Seifulaziz van de Inter-Africa Group in The Times. ,,Als er geen rechtvaardige verdeling komt, neemt de kans op een conflict fors toe.''

Het Nile Basin Initiative, dat in 1999 met steun van de Wereldbank werd opgezet en waarin de tien betrokken landen vertegenwoordigd zijn, doet er alles aan om een confrontatie te voorkomen. De organisatie zoekt naar `duurzame' oplossingen en naar meer samenwerking in de regio om iedereen van het water te laten profiteren.

Hoe moeilijk dat is blijkt uit een project in het zuiden van Soedan. Jaarlijks verdwijnt acht tot elf miljard kubieke meter Nijlwater in de moerassen in dit gebied. Het Jonglei-kanaal zou een deel van dat water naar de Nijl moeten terugvoeren. Maar de al decennia durende burgeroorlog in het gebied heeft het werk aan het kanaal stilgelegd. Vrede is nabij maar paradoxaal genoeg wordt daarmee de kans groter dat van uitstel afstel komt. De zwarte veeboeren in het gebied, die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de moerassen, zullen namelijk meer invloed zullen krijgen. Het zou betekenen dat vrede in Soedan slecht is voor het water in de Nijl.