Brel in vertaalde extase

Dat het Franse chanson in ons land `steevast op een warm onthaal' kan rekenen, zoals Liesbeth List schrijft in het voorwoord bij de bundel Tous les garçons et les filles, is niet waar. Onze kennis van het genre begint zo langzamerhand behoorlijk gedateerd te raken. We houden het al jarenlang niet meer bij. Toen vorige week de grootheid Claude Nougaro overleed, hielden de meeste Nederlandse kranten het op een piepklein berichtje – en er waren er zelfs, die er helemaal geen melding van hebben gemaakt. Ook haar eigen bundel bewijst het: die eindigt met Casser la voix, een liedje van Patrick Bruel uit 1989. De laatste vijftien jaar komen er niet meer in voor. Nougaro trouwens evenmin.

Wat volgens de ondertitel `de mooiste Franse chansons' zouden zijn, blijken in werkelijkheid dan ook vooral de nummers te zijn die in Nederland bekend werden. Vanaf het onderdanig liefdevolle Mon homme uit 1920 tot en met Bruel. De nadruk ligt op de jaren vijftig, zestig en zeventig, toen het Franse repertoire regelmatig op de Nederlandse hitparade stond. Op de selectie is vast en zeker heel wat aan te merken – slechts één Trenet (La mer) en één Brel (het niet eens overbekende Voir un ami pleurer) – maar prettig is het wel, zo veel hits in één boek bij elkaar te hebben. En wie tot dusver nooit verder kwam dan het meezingen van wat losse woorden en klanken, krijgt houvast door de letterlijke vertalingen van Han Meijer.

Veel meer van Jacques Brel, al is het helaas niet alles, werd verzameld in het dikke Ne me quitte pas, laat me niet alleen. De tweetalige titel duidt op de opzet: naast alle 82 teksten staat een zingbare Nederlandse versie. Soms is dat een van de bestaande, sublieme vertalingen van Ernst van Altena. Het merendeel werd speciaal voor deze bundel vertaald door de dichters Benno Barnard, Geert van Istendael en Koen Stassijns. Dat is een bewonderenswaardige prestatie. Omdat de meeste teksten dicht bij het origineel blijven, is veel van Brels extatische poëzie bewaard gebleven.

Maar vlekkeloos is de vertaling niet. Zo wordt het duizelingwekkende La valse à mille temps in de Nederlandse versie voortdurend ontsierd door een klemtoon op de verkeerde lettergreep: als Brel `Une valse à trois temps' zingt, maken zij er `drie tellen van een wals' van. Terwijl in de beginregels van Fils de... de onbeklemtoonde uitgang van `Fils de bourgeois ou fils d'apôtre' is vervangen door de mannelijke van `Bedelmanskind, edelmanskind', waardoor in het Nederlands een lettergreep ontbreekt. Tegenover zulke storende oneffenheden staan echter ook veel goed gelukte versies. Zoals de gave vertalingen van Mathilde, Orly en Les F... en de passende neologismen in een nummer als Le gaz: `Een huis dat wankelt en dat mankt/ en dat scheef in de heupen staat/ een huis dat dikke planken jankt...'

Hoewel de selectie niet wordt verklaard – er staat alleen dat de titellijst nog is samengesteld door de intussen overleden Johan Anthierens – omvat het boek wel een aantal andere verantwoordingen, waaronder een biografisch overzicht in jaartallen en een beredeneerde discografie.

Bovendien is uit het Nieuw Wereldtijdschrift een levendig, enthousiasmerend artikel van Herman de Coninck herdrukt over Brel en zijn teksten – als een pakkende paukenslag aan het slot van een bijzondere bundel.

Liesbeth List (samenst.): Tous les garçons et les filles. De mooiste Franse chansons. Nijgh & Van Ditmar, 236 blz. €15,– Jacques Brel: Ne me quitte pas, laat me niet alleen. Nijgh & Van Ditmar, 368 blz. €29,90