Anna Enquist

Van het water

Hij torent hoog boven mij uit, de brug,

en grijpt met harde vingers in het gras.

Voertuigen schuiven heen en terug, een kind

brengt bloemen, de fanfare juicht.

Ik wacht. Men zal zich naar mij buigen

krom van waan en klacht en in de golfslag

troost van honderd moeders horen. Ik ga

gewillig rond de nieuwe pijlers staan.

Ik zal nog tegen stenen slaan als deze brug

is overwoekerd en vergaan. O wolkenlucht,

spiegel u in mijn huid. Ik heb mij laten

leiden en omspannen en verslaan.

Uit: Anna Enquist, De tweede helft (De Arbeiderspers, 2000)

Christa Widlund-Broer, alias Anna Enquist, debuteerde in 1991 op 45-jarige leeftijd als dichter met `Soldatenliederen'. De bundel, waarin haar achtergrond als pianiste en psychoanalytica helder doorklonk, werd bekroond met de C.Buddingh'-prijs. Sindsdien schreef ze niet alleen veelgeprezen poëzie (zoals in 1996 het bovenstaande gedicht bij de opening van de nieuwe brug bij Bommel), maar ook scherp gekritiseerde romans, waaronder het boekenweekgeschenk `De ijsdragers '(2002). Vorige maand verscheen haar vijfde bundel `De tussentijd', met gedichten over `allesoverheersend verlies'.