Uitspraak goed voor galeries

Galeries hebben recht op goodwill na investeringen in hun kunstenaars, heeft de rechter besloten. Dat vraagt om standaardisering van contracten.

Het is in Nederland niet eerder voorgekomen dat een galeriehouder een rechtszaak aanspande tegen een van zijn kunstenaars. De zaak Andriesse-Van Meene heeft daarom een voorbeeldfunctie.

Gisteren bepaalde de rechter dat de samenwerking tussen galeriehouder Andriesse en fotografe Van Meene opgevat kan worden als een agentuurovereenkomst. Volgens de rechtbank was ,,voldoende vast komen te staan dat Andriesse van eind 1998 tot medio 2001 werk van Van Meene verkocht en haar daarvoor bemiddelingskosten in rekening bracht''. Die overeenkomst is door de fotografe onrechtmatig opgezegd.

Mr. Matthijs Kaaks, advocaat van Paul Andriesse, noemt het vonnis een principiële uitspraak. ,,Deze uitspraak is belangrijk voor het galeriewezen. Hellen van Meene had haar samenwerking met de galerie onverwachts opgezegd. De rechter heeft nu bepaald dat dat niet zomaar kan. Het gaat hier om een galerie die investeert in een kunstenaar, hem of haar op een internationaal podium zet. Maar zodra die kunstenaar doorbreekt, wordt de positie van de galerie zwak. De kunstenaar kan overlopen naar een buitenlandse galerie. Dat de rechter de relatie tussen kunstenaar en galerie nu heeft gekwalificeerd als agentuuroverkomst maakt de positie van galeriehouders sterker.''

,,Een galerie is geen warenhuis waar je in en uit kunt lopen'', vindt ook Ingrid Janssen, die als voorzitter van de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) al langer pleit voor een professionelere bedrijfsvoering van het galeriewezen. Leden kunnen vanaf de website van de NGA modelcontracten downloaden.

Bert Holvast, directeur van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, hoopt dat dergelijke contracten in de toekomst standaard gebruikt gaan worden door galeries, zodat onnodige conflicten als die tussen Andriesse en Van Meene voorkomen kunnen worden. De uitspraak van de rechter noemt hij `treurig'. ,,De prijs voor het maken van slordige zakelijke afspraken tussen galeriehouder en kunstenaar dreigt nu eenzijdig door de kunstenaar te moeten worden betaald, terwijl beide partijen hiervoor verantwoordelijk zijn.''

Hellen van Meene geeft toe dat ze, als piepjonge kunstenaar, onwetend in zee is gegaan met Andriesse. ,,Als je net bent afgestudeerd, ben je allang blij dat iemand je werk wil verkopen. Dat ik binnen die agentuurovereenkomst nu wordt gezien als de sterke partij, is de omgekeerde wereld. Als iemand mij had gewezen op een opzegtermijn had ik mij daar natuurlijk aan gehouden. Nu word ik gestraft voor iets dat ik niet wist.''