Modderpret op Landgoed Weltevree

Het moet anders in de intensieve veehouderij. Milieu- en diervriendelijker vooral. Vier jaar na de `varkensflats' van Brinkhorst is er weer een plan: clustering. Varkens rond kunstmatige modderpoeltjes op Landgoed Weltevree. ,,Een gedachteconcept.''

Hoe maak je de intensieve veehouderij milieuvriendelijker, rendabeler, diervriendelijker en verklein je op de koop toe de kans op veeziektes? Dr. Jan Broeze, onderzoeker bij Agrotechnology and Food Innovations in Wageningen, meent het antwoord gevonden te hebben: clustering. Maak een einde aan de versnippering van al die boerderijen over een groot gebied, en concentreer de veehouderijen in `agroparken'. Broeze laat een computerschets zien van zo'n park. Een soort fabriek van bruine baksteen met twee verdiepingen en daarboven een glazen dak als van een tuinderskas.

Doet dit niet ergens aan denken? Aan de `varkensflats' waarmee toenmalig minister van Landbouw Brinkhorst vier jaar geleden het nodige opzien baarde? Broeze knikt. Inderdaad, dat idee kwam van hem en zijn collega-onderzoekers. Varkens die in grote flats op de Maasvlakte gehouden konden worden. Brinkhorst vond het een interessant idee, onder meer wegens de ruimte- en kostenbesparing. En de beesten zelf maakte het echt niets uit of ze boven of naast elkaar werden gehouden. Er werd zelfs geopperd de flats met balkons uit te rusten, zodat de dieren af en toe een frisse neus konden halen, een luxe die veel varkens nu niet gegund is. Maar een meerderheid in de Tweede Kamer deelde Brinkhorsts enthousiasme niet, en ook van landbouworganisatie LTO kreeg hij voornamelijk meewarige reacties.

,,Het was bedoeld als gedachterichting'', zegt Broeze. ,,Brinkhorst kwam in die tijd geen stap vooruit in het overleg met de varkensboeren over de hervorming van de sector, en had dringend behoefte aan baanbrekende ideeën om uit de impasse te komen. Door zijn enthousiasme dachten veel mensen dat hij onmiddellijk zo'n varkensflat wilde neerzetten.'' Daarom zegt Broeze het er voor de zekerheid nog maar even bij: ,,De clusters zijn een gedachteconcept, geen blauwdruk.''

Het concept, waaraan behalve ingenieurs van `Wageningen' ook de Utrechtse professor diergeneeskunde Arjan Stegeman heeft meegewerkt, gaat uit van twee ideaaltypen: `Landgoed Weltevree' en `High care park'. In Landgoed Weltevree is alles gericht op een diervriendelijke veehouderij. Varkens hebben een vrije uitloop naar buiten. De betonnen vloer is bedekt met stro en grillig gevormd, met kunstmatige modderpoeltjes. De mest van de dieren wordt eronder opgevangen, zodat de grond niet verontreinigd wordt. En de dieren zelf worden niet gefokt op zo veel mogelijk vleesaanwas tegen de laagste kosten, maar op een natuurlijk groeitempo en weerstand tegen ziektes.

In High care park draait het in de eerste plaats om de productie van veilig voedsel. Van antibiotica en andere medicijnen wordt zeer terughoudend gebruikgemaakt. Om de kans op ziektes zo veel mogelijk te beperken, worden de dieren binnen gehouden. Een goede luchtfiltering moet de kans op `insleep' van ziektes nog verder verkleinen. Om het gemis aan een uitloop naar buiten te compenseren zijn er binnen voorzieningen gecreëerd die de dieren de gelegenheid bieden om `natuurlijk gedrag' te vertonen: rollen, wroeten en luieren. Vanzelfsprekend niet op een kale betonnen vloer, maar in stro.

Landgoed Weltevree en High care park verschillen duidelijk van elkaar, maar één ding hebben ze gemeen. In beide ontwerpen is de veehouderij sterk geconcentreerd binnen een duidelijk begrensd gebied, zoals op een meubelboulevard of een bedrijvenpark met autodealers. Volgens Broeze en de zijnen biedt concentratie van de veehouderij in `agroclusters', nog los van de precieze invulling, grote voordelen boven de huidige praktijk. ,,Het beslag dat de veehouderij op de ruimte legt, wordt een stuk kleiner. Als er zoveel bedrijven bij elkaar zitten, wordt het ook veel lonender om warmte en water te hergebruiken.'' Ook de kans op de insleep van dierziektes wordt volgens hem minimaal, doordat er nauwelijks contacten zijn tussen de clusters. ,,De overzichtelijkheid maakt het allemaal veel beter beheersbaar.''

Nadelen ziet Broeze nauwelijks, wel belemmeringen. ,,Het is natuurlijk een grote en kostbare operatie om alle huidige veehouderijen te sluiten en onder te brengen in grote bedrijfsparken. Bovendien moet je de boeren ook nog mee krijgen, want dwang toepassen is in een land als Nederland natuurlijk uitgesloten. Het vergt echt een omschakeling in het denken.''

Een ander probleem is volgens Broeze dat de agroparken een ongunstig imago krijgen door hun industriële voorkomen, ook als de feitelijke levensomstandigheden van de dieren er beter zijn dan in een varkensstal in De Peel. ,,Maar dat hangt ook af van hoe zo'n agropark zich presenteert. Het kan de productie van vlees ook weer herkenbaar maken voor de stedeling, die allang niet meer weet wat er in die grote varkensschuren gebeurt. Varkenshouders op een agropark kunnen bovendien een gezamenlijk kwaliteitskeurmerk invoeren.'' Zo bestaat in Frankrijk het Label Rouge, dat pretendeert `net niet biologisch', maar wel diervriendelijk geproduceerd kwaliteitsvlees te leveren.

Broeze weet dat de agroparken nog lang geen realiteit zijn. Toch dwingt de economische realiteit vooral de Nederlandse varkens- en pluimveehouders tot een andere aanpak. ,,De productiekosten – vooral grond en arbeid – blijven hier hoger dan in veel andere delen van de wereld. Als de importbeperkingen tegen agrarische producten straks wegvallen, zal men toch iets moeten doen. Ook in verband met veeziektes, minister Veerman (Landbouw) heeft al gezegd dat de overheid niet langer voor de kosten hiervan zal blijven opdraaien.''

Misschien is het eerste Nederlandse agropark toch niet zo heel ver meer weg. In de veenkoloniën, het gebied in het oosten van Groningen en Drenthe, wordt nagedacht hoe de veehouderij er het best in te passen is. De omstandigheden lijken er gunstig. De regio heeft dringend behoefte aan meer economische activiteit, aan ruimte is geen gebrek en de grond is er goedkoop. Wat zou er mooier zijn dan wanneer het als `achtergebleven' beschouwde gebied zich zou kunnen profileren als voortrekker van nieuwe vormen van veehouderij?

Broeze wil er nu nog niet al te veel over zeggen. ,,Er is interesse, maar het is nog erg pril. Kom over een tijdje nog maar eens terug.''