Minder mensen, meer wapens

China heeft vorige week aangekondigd dat het zijn militaire uitgaven met 11,6 procent wil verhogen tot ruim 25 miljard dollar. Dat komt niet echt als een verrassing: het land verhoogt het budget al zo'n vijftien jaar bij vrijwel iedere begroting met percentages die meestal boven de 10 procent liggen.

Overigens schatten experts dat de werkelijke uitgaven zeker twee of, volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie misschien zelfs wel vier keer zo hoog liggen. De kosten voor bijvoorbeeld de aanschaf van nieuwe wapens zijn niet in de nu openbaar gemaakte begroting verwerkt.

Tegelijkertijd neemt het aantal militairen gestaag af. China heeft met 2,5 miljoen man nog steeds het grootste leger ter wereld, maar ten tijde van de Koreaanse oorlog, begin jaren vijftig, waren het er maar liefst zes miljoen.

China streeft sinds het midden van de jaren tachtig naar de opbouw van een sterk geprofessionaliseerd leger, dat met minder mensen, modern materieel en geavanceerde technologie in staat is om effectief op te treden bij vooral regionale conflicten, die zich ook buiten de eigen landsgrenzen kunnen afspelen. Volgens Robert Karniol, een journalist die zich voor het in militaire zaken gespecialiseerde blad Jane's Defense Weekly al zo'n twintig jaar met defensie in Azië bezighoudt, wordt China's militaire opbouw niet zozeer gedreven door de wens om Taiwan zo snel mogelijk te (kunnen) inlijven, als wel door China's doelstelling om over vijftig jaar de belangrijkste militaire macht in de regio, en over honderd jaar een even grote militaire macht als de Verenigde Staten te zijn. Taiwan heeft daarbij wel invloed op het tempo en de prioriteiten die het Chinese leger zich stelt, maar de strategie is veelomvattender. Volgens Karniol heeft het Chinese leger echter nog een lange weg te gaan: de aanschaf van moderne wapens en het gebruik van nieuwe militaire technologie vraagt om de ontwikkeling van nieuwe bekwaamheden bij het personeel, en juist dat is een stroef proces.