Megawati heeft vele mededingers

In Indonesië is vandaag het verkiezingsjaar geopend. Ruzie tussen kandidaten en een rommelige organisatie dreigen `het Feest van de Democratie' te verstoren.

Het `Feest van de Democratie' is begonnen. Vandaag mochten de 24 politieke partijen die op 5 april meedoen aan de Indonesische parlementsverkiezingen de straat op met hun vaandels, posters en pamfletten. Vanochtend verschenen de eerste advertenties in de landelijke dagbladen en werden de tv-programma's onderbroken door de eerste politieke reclameboodschappen.

Dag 1 van de campagne, die tot 1 april zal duren, stond in het teken van de gezamenlijkheid. In Jakarta en andere grote steden hielden alle deelnemende partijen gezamenlijke optochten, waarbij kaderleden en activisten elkaar toezwaaiden vanaf hun praalwagens of met vlaggen versierde vrachtauto's.

Gisteren legden de 24 partijleiders ten overstaan van de Nationale Verkiezingscommissie een plechtige gelofte af om de campagne vreedzaam te voeren en gewelddadige ontsporingen te voorkomen.

Ook onder het bewind van president Soeharto (1967-1998) werden om de vijf jaar verkiezingen gehouden en uit die tijd stamt de uitdrukking `Feest van de Democratie'. Het ging toen meer om een volksfestijn met gratis eten en drinken en populaire artiesten dan om een vrije keuze. De uitslag stond bij voorbaat vast: Soeharto's vehikel Golkar kreeg steeds een absolute meerderheid. De twee andere van hogerhand gedulde partijtjes mochten drie weken het land in, maar hadden geen bestuursposten en geen budgetten van betekenis.

In 1999, een jaar na Soeharto's aftreden, werden voor het eerst sinds 1955 vrije verkiezingen gehouden. Golkar-leden durfden zich niet te vertonen in hun gele partij-tenue uit angst voor molest door aanhangers van andere deelnemers. Dit jaar bekent Golkar opnieuw kleur en vertoont het campagnepalet weer volop geel. Peilingen wijzen uit dat de race zal gaan tussen de PDI-P van president Megawati Soekarnoputri, sinds 1999 de grootste partij, en Golkar.

De eerste aanvaringen speelden zich niet af tussen activisten op straat, maar in het kabinet van Megawati. Dat telt prominenten van meerdere partijen, oud-militairen en technocraten. Drie ministers willen later dit jaar bij de rechtstreekse presidentsverkiezingen, die worden gehouden op 5 juli, een gooi doen naar het hoogste ambt. Eén van hen is Susilo Bambang Yudhoyono (54), generaal b.d. en superminister van Politiek en Veiligheid. Hij coördineert zulke departementen als Binnenlandse en Buitenlandse Zaken, Defensie en Justitie.

Een bewindsman moet zijn ambt neerleggen zodra hij kandidaat is. `SBY', zoals zijn koosnaam luidt, maakt er geen geheim van dat hij het in juli wil opnemen tegen Megawati, maar hij wil zijn kandidatuur pas bekendmaken na 5 april. Formeel is dat correct, want iemand is pas kandidaat als de Nationale Verkiezingscommissie de lijst met namen bekendmaakt en dat gebeurt pas na de parlementsverkiezingen. Anderen verwijten SBY dat hij zijn post en de bijbehorende faciliteiten gebruikt om zijn positie als kandidaat te versterken.

De afgelopen weken liet Susilo's departement tv-spots uitzenden waarin hij oproept tot een vreedzame campagne. Dat was onderdeel van zijn taak als Veiligheidsminister, maar wekte de woede van Megawati's entourage. Die beschouwt hem als een geduchte opponent van de eigen kandidaat en recente opiniepeilingen geven daar alle aanleiding toe.

SBY klaagde onlangs openlijk dat de president hem niet langer betrekt bij beraadslagingen en beslissingen over zijn beleidsterrein. Daarop ging Megawati's echtgenoot, zakenman en regelneef Taufik Kiemas, in de aanval: SBY's publieke klacht was ,,kinderachtig''. ,,Waarom'', vroeg de first gentleman, ,,praat hij niet rechtstreeks met zijn baas?'' Deze week vroeg SBY per brief aan Megawati ,,of mevrouw nog van mijn diensten gebruik wenst te maken''. Zij reageerde gisteren via haar kabinetschef: de brief was ,,ongepast'' en ook onnodig, want haar deur stond altijd open. De zwartepiet was nu terug bij SBY: vanmiddag deelde hij mee zijn ontslag te hebben ingediend.

Het feest dreigt ook verstoord te worden door de bepaald niet vlekkeloze organisatie. In 1999 bestond de Nationale Verkiezingscommissie (KPU) uit leden van alle 48 deelnemende partijen. Na de stembusgang werd de verkiezingsstrijd nog eens dunnetjes overgedaan bij de telling van de stemmen. Het duurde bijna twee maanden voor de definitieve uitslag bekend werd.

Daaruit is lering getrokken en deze keer bestaat de KPU uit onafhankelijke academici. Die weten veel van politiek, maar weinig van verkiezingen. Deadlines voor de vaststelling van kandidatenlijsten werden keer op keer overschreden, de aanbesteding van de productie van stembussen vertoonde op zijn zachtst gezegd onregelmatigheden en toen de klus eenmaal was geklaard, bleken de bussen te klein voor het aantal stembiljetten bij een maximale opkomst.

Dit jaar stemmen de kiezers voor het eerst op kandidaten, niet op partijsymbolen, de kandidatenlijsten variëren per kiesdistrict en de biljetten hebben de omvang van een opengevouwen krant. Het drukken bleek zo complex dat de biljetten pas enkele dagen vóór 5 april kunnen worden afgeleverd bij de stembureaus. Dat tijdschema is zo krap dat er al stemmen opgaan voor een `noodprocedure': verlenging van de verkiezingen.