Kardinaal Simonis

,,[Ik] heb nog nooit zozeer een gevoel gehad [...] van een diffuse situatie. Ik vind de hele situatie [...] op het ogenblik ontzettend diffuus, ja een beetje verwarrend. [...] Ik hoor hier een gedachte, ik hoor daar een gedachte, ik hoor positieve dingen, ik hoor negatieve dingen. Ik heb nog nooit zo in verwarring gestaan over de vraag: hoe ligt het nu eigenlijk? Een beetje onbestemd dus. [...] Waar zijn we nu eigenlijk aan toe? Dat heb ik op het ogenblik.''

Wie is hier aan het woord? Een stamelende slaapwandelaar? Een beller van de AA-lijn misschien? Of een patiënt die zojuist uit zijn tweejarig coma is ontwaakt? Een drugsverslaafde soms, die gekweld wordt door hevige ontwenningsverschijnselen? Of is het toch gewoon een geval van dementia praecox?

Niets van dit al. Het is kardinaal Simonis, het veelgeplaagde en door de H. Geest zo karig bedeelde hoofd van de Nederlandse Kerkprovincie. Als dit vraaggesprek met Bas Mesters (NRC Handelsblad, 8 maart) ons iets toont, is het wel de oude wijsheid dat je een schaap niet je kudde moet laten leiden.