`Een slachtpartij, een ware slachtpartij'

In Madrid heerst afgrijzen en ongeloof over de aanslagen van vanochtend op drie treinen bij drie verschillende stations. Daarbij vielen meer dan 170 doden en 700 gewonden.

Een vrouw met een verscheurde rok rent samen met mannen langs het Retiro-stadspark op zoek naar een taxi. Een auto stopt, deuren zwaaien open en de wagen scheurt weg in tegengestelde richting van het Atocha-station. Het drukke verkeersplein bij de ingang van het station in Madrid is veranderd in een opstopping van ambulances die gewonden afvoeren van een van de aanslagen van eerder op de ochtend op in totaal drie treinen bij drie verschillende stations. In de omgeving rond het station, normaal gesproken rond dit uur een van de drukste punten van de stad, zijn weinig mensen op straat. Meer naar het centrum van de stad staan langs de weg groepjes verslagen mensen bijeen. Op hun gezicht afgrijzen en ongeloof. Mobiele telefoons gaan van hand tot hand om te informeren of er familie of vrienden onder de slachtoffers zijn.

Achter de afzetting vertelt een chauffeur van een ambulance met afgrijzen zijn ervaringen van deze ochtend. Na de aanslag werden de hulpverleners op de perrons rond de getroffen trein overstroomd door gewonden. Mensen onder het bloed, afgerukte ledematen, volkomen hysterische slachtoffers. ,,Een slachtpartij, een ware slachtpartij'', zo beschrijft hij de situatie. ,,Mensen zonder armen of benen, onder het bloed, mensen die we niet allemaal konden helpen. Vrijwel iedereen met glasscherven in het gezicht. En vooral de paniek, de angst. Het was onmogelijk om iedereen te helpen, onmogelijk.''

De situatie in de ziekenhuizen was eveneens chaotisch door de enorme toestroom van de honderden gewonden. Driemaal reed hij heen en weer met zijn gewonden, nu wacht hij achter plastic linten op nieuwe orders. De ergste gewonden werden niet eens vervoerd, maar geholpen in het veldhospitaal dat kort na de aanslagen bij het station werd ingericht. ,,Voor zover we ze konden helpen tenminste, er waren veel doden'', aldus de hulpverlener.

Ooggetuigen uit de trein met forensen uit de buitensteden melden dat aanslag plaatsvond tijdens het binnenrijden van het Atocha-station. De trein werd getroffen door twee explosies. Zeker twee wagons werden volledig vernield, waarbij de meeste dodelijke slachtoffers vielen. Onder de reizigers ontstond enorme paniek. Veel reizigers moesten zich via de gebroken treinruiten in veiligheid brengen.

Plotseling verwijdert de stroom ambulances zich van het plein. Agenten in gevechtstenue rennen weg van het station, ambulancemedewerkers kiezen een goed heenkomen, omwonenden vluchten hun huizen uit. De vluchtende groep wordt weggedirigeerd de uitvalsweg naar het stadspark op. Even later volgt een sonore dreun en stijgt een witte rookwolk achter het talud waar zich de treinperrons bevinden. Later blijkt dat de politie nog meer explosieven heeft aangetroffen op de plek van de aanslag, naar verluidt verpakt in een aantal rugzakken, die nu op een gecontroleerde manier tot ontploffing zijn gebracht.

Er hangt een onwezenlijke rust in de stad. De gebruikelijke verkeerschaos heeft zich buiten het centrum verplaatst. Een aantal metrolijnen is buiten gebruik, veel mensen die het eerste nieuws op de radio hebben gehoord blijven thuis na de aanslagen. Het volledige treinverkeer dat de forensen naar de stad moet brengen is stil komen te liggen.

De enorme toestroom van gewonden zorgde ervoor dat ook de ambulancediensten van de buitenwijken van Madrid naar het centrum werden gedirigeerd. In de ziekenhuizen ontstond vanochtend een tekort aan bloed. Via de radio werden Madrilenen opgeroepen om op plekken in de stad hun bloed af te geven. Aan de oproep werd dusdanig gevolg gegeven dat de bloedvoorraad aan het begin van de middag voldoende was. De aanslagen zorgden voor een gedeeltelijke overbelasting van het telefoonnet, waardoor de hulpwerkzaamheden werden bemoeilijkt.

Al kort na de aanslagen werd bekendgemaakt dat de campagne voor de landelijke verkiezingen van komende zondag is stilgelegd. De regering heeft een rouwperiode van drie dagen afgekondigd. Alle politieke partijen spreken hun afschuw uit. In de eerste reacties wordt beschuldigend gewezen naar de Baskische terreurbeweging ETA. Met meer dan 170 doden en rond de 700 gewonden zou het verreweg de grootste aanslag uit zijn geschiedenis zijn. Opmerkelijk genoeg verklaarde Arnaldo Ortegi, woordvoerder van de aan de ETA gerelateerde politieke beweging Batasuna, dat deze aanslag niet door de Baskische terreurorganisatie is gepleegd. Volgens Otegi moet het bommengeweld worden toegeschreven aan een islamitische terreurgroep. Nooit eerder ontkende Batasuna een ETA-aanslag. Afgezien van de omvang vallen andere zaken op: ongerichte massa-aanslagen zijn al jaren niet meer het visitekaartje van de ETA. De terreurgroep heeft de gewoonte om bommen in publieke gelegenheden telefonisch aan te kondigen, iets dat vanochtend in Madrid niet is gebeurd.