China's wapenwedloop met de wereld

De Europese Unie overweegt het wapenembargo tegen de Volksrepubliek China op te heffen. Dit weekend vertrekt een EU-delegatie naar China om onder andere hierover te praten. China wil modern materieel en Europa wil eraan verdienen.

In 1989 richtten Chinese troepen een bloedbad aan onder demonstranten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. De diplomatieke commentaren van Europese landen en de Verenigde Staten als reactie hierop klonken zeer verontwaardigd, maar strenge handelssancties bleven uit: daar was de potentiële markt van ruim een miljard mensen te aantrekkelijk voor. Alleen defensiematerieel mocht niet meer naar de Chinese Volksrepubliek worden uitgevoerd.

De VS handhaven het wapenembargo nog altijd onverminderd streng, maar de Europese Unie neigt sinds kort naar opheffing ervan. De Duitse kanselier, Gerhard Schröder, liet zich tijdens een bezoek aan de Volksrepubliek in november positief over opheffing uit. En de Franse president, Jacques Chirac, viel hem bij door te stellen dat het embargo ,,vandaag de dag zijn nut verloren heeft''. Ook het Nederlandse kabinet wil er vanaf. De komende week brengt een delegatie van de EU een bezoek aan China, waarbij onder andere het wapenembargo ter sprake komt.

De Amerikanen zijn intussen not amused over de Europese opstelling jegens de Volksrepubliek. Senatoren bromden al dat de EU het Amerikaanse veiligheidsbeleid actief ondermijnen door wapens te leveren aan een land dat bondgenoot Taiwan met invasie dreigt. Minister Powell van Buitenlandse Zaken kaartte het onderwerp daarom al aan bij de Ierse EU-voorzitter. De EU heeft volgens een woordvoerder de beslissing over het al dan niet opheffen van het embargo intussen overgelaten aan een aantal werkgroepen. Een uitspraak wordt niet verwacht voor het referendum over de relaties met China dat de Taiwanese regering heeft uitgeschreven voor 20 maart.

Volgens Siemon Wezeman van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) houden EU-staten zich nu al niet aan het embargo. ,,Het is de vraag of dat embargo op dit moment eigenlijk wel honderd procent effectief is.'' Hij noemt de export van Duitse motoren die zijn gebruikt voor de aandrijving van pantservoertuigen en onderzeeboten. ,,Dat die niet voor militaire doeleinden zijn gebruikt, lag voor de hand.''

Wat wil het Rijk van het Midden van ons? En wat wint de EU bij het grootschalig hervatten van wapenleveranties?

Vanuit Chinees oogpunt is niet moeilijk te zien waarom dat land graag, en zo snel mogelijk, veel meer defensiematerieel uit Europa betrekt. Anno 2004 bestaat het overgrote deel van de Chinese uitrusting nog altijd uit kopieën van sovjetwapentuig uit de jaren zestig. Het jongste Chinese trainingsvliegtuig, de Shanying (`Steenarend') dat nog afgelopen december zijn eerste proefvlucht maakte, is overduidelijk een variant van de Russische MiG-21, dat al in 1955 zijn luchtdoop had. De modernste Chinese tank is geënt op de Russische T-72, die in Iraakse dienst tegen de Amerikaanse Abrams-tank geen cent waard bleek. En de Ming-klasse onderzeeboot, die de komende jaren nog in productie blijft, is een kopie van een Russische Romeo-klasse onderzeeër die op zijn buurt lijnrecht afstamt van een Duitse onderzeeboot die vanaf 1943 werd gebouwd. Alsof de Koninklijke Luchtmacht nog met opgevoerde Spitfires zou rondvliegen.

Dat het arsenaal verouderd is, betekent niet dat China geen moeite heeft gedaan om na 1989 de uitrusting te moderniseren. Die noodzaak is de afgelopen veertien jaar alleen maar gegroeid. De Iraakse verdediging tijdens de Golfoorlog in 1991 was gemodelleerd naar die van de Volksrepubliek: kwantiteit boven kwaliteit. Dat de Iraakse defensie toen als een kaartenhuis ineen zeeg, kwam voor de Chinese militairen als een ijskoude douche. De absolute superioriteit van de Amerikaanse wapens werd nogmaals bewezen met Allied Force, het NAVO-offensief tegen Joegoslavië in 1999, en de overmacht waarmee ze regime change afdwongen in Afghanistan en Irak.

Om de westerse militair-technologische vorderingen bij te benen, heeft China drie parallelle strategieën gevolgd. Eén: zelf wapensystemen ontwerpen. Twee: technologie en complete systemen inkopen bij landen die zich niet bij het embargo hebben aangesloten. En drie: clandestien militaire technologie verwerven of civiele technologie aanschaffen die ook voor militaire doeleinden geschikt is, zogenoemde dual use technology.

Het zelf scheppen van een militair-industriële basis die zich kan meten met die van de VS en de EU, is onbegonnen werk. Zo'n basis bestaat uit een complex stelsel van samenwerkende technische instituten en militaire laboratoria, eenheden die experimentele systemen willen beproeven en evalueren in de praktijk. De kolossale investeringen die de VS en Europa tijdens de Koude Oorlog en daarna in hun eigen militair-industriële sectoren hebben gedaan, zijn onmogelijk op korte termijn in te lopen. En dat geldt zeker voor een economie als de Chinese, die ondanks spectaculaire groei nog altijd niet groter is dan die van Italië.

Veel wapensystemen die China sinds 1989 wel zelf heeft proberen te ontwikkelen, zijn niet bepaald een aanbeveling om daarmee door te gaan. Nucleair aangedreven onderzeeboten zijn bijvoorbeeld lawaaiig en technisch onbetrouwbaar. Dat nota bene de Pakistaanse luchtvaartbranche is uitverkoren om samen met een Chinese vliegtuigbouwer een nieuw gevechtsvliegtuig te bouwen, is veelzeggend: Made in Pakistan heeft in de luchtvaartbranche een nog negatiever connotatie dan Made in China. De Pakistaanse vliegtuigindustrie heeft nog nooit een gevechtsvliegtuig ontwikkeld.

De treurige ervaringen met het zelf ontwikkelen van wapentuig dwong de Volksrepubliek de blik te richten op buitenlandse wapenleveranciers. Rusland lag het meest voor de hand. Niet dat China dat graag deed. De erven van de Sovjet-Unie waren goed op de hoogte van vraag en aanbod. Russische wapens zijn duur, althans voor de Chinezen, die ze nergens anders kunnen kopen. Bovendien zijn vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van het Russische exportmaterieel. De Russen zouden namelijk wel gek zijn om de 1,2 miljard Chinezen aan de zuidoostgrens te voorzien van het beste wat de eigen wapenindustrie voortbrengt.

Dat neemt niet weg dat China intussen per jaar voor zo'n twee miljard dollar aan Russsische wapens koopt. Daarnaast is een onbekend bedrag gemoeid met technische steun bij de ontwikkeling van raketten, geleide wapens, vuurleidingsystemen en dergelijke.

Er is nog een andere opvallende, zij het in de schaduw verblijvende leverancier: Israël. De Chinese luchtmacht wordt ergens deze jaren uitgerust met een modern gevechtsvliegtuig dat veel weg heeft van de Lavi, een experimenteel vliegtuig dat Israël in de jaren tachtig samen met de VS ontwikkelden. Het Lavi-project werd wegens de hoge kosten geschrapt, maar Israël maakt de verkregen expertise – tot ergernis van de VS – in China te gelde.

In 1993 meldde het Pentagon dat China de hand had weten te leggen op luchtdoelraketten van het type Patriot. Die zouden zijn geleverd door de Israëlische geheime dienst, de Mossad, in ruil voor technische gegevens over raketten die China heeft geleverd aan Syrië, Iran en Pakistan.

De Lavi en de Patriot zijn niet de enige projecten die de toorn opwekten van Israëls grootste bondgenoot. Zo bleek dat de Chinese jager die begin 2001 een Amerikaans spionagetoestel ramde, uitgerust was met raketten die veel weg hadden van het Israëlische type Python-4.

Er is een nog schimmiger bron van militaire technologie: de zwarte markt. Bestudering van foto's van Chinees materieel maakt duidelijk dat China de hand heeft weten te leggen op wapens uit landen die zich officieel aan het embargo houden, en die vervolgens minutieus nabouwt. De Chinese defensie-industrie heeft een reputatie te verliezen op het gebied van deze zogeheten reverse engineering.

China heeft nog langs andere wegen de hand weten te leggen op Amerikaans militair materieel. De Chinese militaire inlichtingendienst wreef zich in de handen toen Amerikaanse marineschepen in 1998 als vergelding voor de bomaanslagen op de VS-ambassades in Tanzania en Kenia, een salvo Tomahawk-kruisraketten afvuurden op trainingskampen van Al-Qaeda in Afghanistan. Tomahawks ontploffen niet altijd, en de blindgangers worden aan de hoogst biedende aangeboden. Er zijn hardnekkige geruchten dat China hiervoor enige miljoenen dollars aan Osama bin Laden heeft betaald.

Er is nog een laatste bron van militaire expertise: civiele technologie. De VS, Europa, maar ook bijvoorbeeld Taiwan hebben hun software, chips, computers en randapparatuur gewoon legaal aan de Volksrepubliek kunnen verkopen. Wel is de militaire toepassing van dergelijke producten zo gevonden. Het maakt een computer namelijk niets uit of hij de streepjescode leest van een krat snijbloemen of een pallet munitie.

Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten zou China in de VS meer dan honderd bedrijfjes hebben gevestigd die als dekmantel dienen voor de aankoop van de nieuwste informatietechnologische snufjes. China heeft ook geïnvesteerd in de ontwikkeling van de Europese navigatiesatelliet Galileo, die bedoeld is voor rijnaken, personenauto's en verkeersvliegtuigen – maar ook kruisraketten en andere geleide wapens kunnen hiervan gebruikmaken. De VS zijn boos over deze transactie ter waarde van meer dan 200 miljoen euro.

Wat kunnen de Europese wapenproducenten aan het Rijk van het Midden leveren? De Nederlandse defensie-industrie ziet niet direct orders in het verschiet. ,,Het is niet zo dat er al iets in de pijplijn zit'', zegt Hans Dibbetz, directeur van de stichting Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieproducten, NIID. Dat was ook niet te verwachten, legt de woordvoerder van Thales Nederland uit. ,,Met het in de wacht slepen van orders is meestal jaren van lobbyen gemoeid. En aangezien dat embargo er was, hebben we daar geen energie in gestopt.''

In theorie is er een gestandaardiseerd EU-beleid: er wordt niet geleverd aan landen of regio's waar spanningen heersen, of waar de mensenrechten worden geschonden. Niet alle EU-lidstaten houden zich daar volledig aan. Frankrijk heeft bijvoorbeeld fregatten aan Taiwan geleverd, Duitsland onderzeeboten aan Israël en Groot-Brittannië vliegtuigen aan India. Maar Nederland is strenger. Zo zou China al moeten afvallen als afnemer aangezien dat land weigert het register te tekenen dat de Verenigde Naties bijhouden voor het registreren van de handel in conventionele wapens.

En andere Europese producenten? Volgens Wezeman van het Zweedse Peace Research Institute kunnen Franse, Britse en Duitse producenten als het embargo wordt opgeheven zó aan de slag. Volgens hem hebben sommige defensieproducenten – in tegenstelling tot hun Nederlandse collega's – goede contacten binnen de Chinese defensiemarkt aangehouden. Zie de levering van die Duitse motoren en dat andere Europese materieel dat de laatste jaren in China is opgedoken, zoals een Italiaans tankkanon.

Wezeman denkt dat China vooral is geïnteresseerd in onderdelen, zoals vliegtuigmotoren, waarin de Chinese industrie ,,zwak'' is en elektronica, zoals communicatie- en radarapparatuur. De Russische defensie-industrie loopt op dat terrein bij het westen achter. Maar misschien, oppert hij, willen de Europese landen alleen maar van het embargo af om een betere, niet-militaire handelspositie te krijgen. ,,Als je te boek staat als `goede vriend' is het ook waarschijnlijker dat je lucratieve civiele contracten kunt afsluiten.'' China zou geïnteresseerd zijn in de aanschaf van Franse snelle treinen en communicatiesatellieten.

Zoiets zou ook voor Duitsland kunnen gelden. Siemens onderhandelt al heel lang met de Volksrepubliek over de aankoop van een kweekreactor voor nucleaire brandstof, de Hanauer Brennelementefabrik, die voor 700 miljoen euro werd gebouwd maar nooit in gebruik is genomen. Strikt genomen heeft die transactie niets te maken met het opheffen van het wapenembargo, maar zonder embargo zou die minder controversieel zijn.