Burgers dood bij geweld Irak

Twee Amerikaanse burgers en twee Iraakse vrouwen die werkten voor respectievelijk het Amerikaanse bestuur en een Amerikaans bedrijf in Irak zijn de afgelopen 24 uur vermoord.

De twee Amerikanen, een man en een vrouw, en hun Iraakse tolk werden bij Hillah, 60 kilometer ten zuiden van Bagdad gedood door mannen die zich als politieagenten hadden vermomd en een controlepost op de weg hadden opgericht, aldus een woordvoerder van de Poolse legereenheid die het gebied controleert. Amerikaanse woordvoerders wilden dat niet meteen bevestigen, en de Iraakse autoriteiten sloten niet uit dat echte agenten voor de aanslag verantwoordelijk zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat leden van de nieuwe politiemacht ook actief waren voor de tegenpartij.

De zes daders werden volgens de Poolse woordvoerder door de Iraakse politie aangehouden in de auto van hun slachtoffers, en vervolgens aan de Polen overgedragen. De drie doden werden in de achterbak gevonden.

Als het inderdaad zou gaan om een zogeheten `valse' controlepost door vermomde terroristen zou het de eerste in zijn soort in de vijandelijkheden in Irak zijn. In Algerije is deze methode sinds begin jaren negentig veel gebruikt door moslimextremisten in hun bloedige strijd voor de vestiging van een een islamitische staat. Daarbij zijn honderden doden gevallen.

De twee Iraakse vrouwen, zusters die werkten als wasvrouwen voor een Amerikaans bedrijf, reden in een taxi naar huis in de zuidelijke stad Basra toen ze door gewapende mannen werden aangehouden en doodgeschoten. De chauffeur werd gespaard. Dat meldde een woordvoerder van de Britse troepen in de stad vanochtend. Basra wordt geplaagd door een toenemend aantal moorden door shi'itische milities, vooral op drankhandelaars en verkopers van videobanden. Ook vrouwen die zonder begeleider op pad zijn, zijn doelwit.