`Bestuurders zijn betrokken bij affaire-Erkel'

Artsen zonder Grenzen beschuldigt Dagestaanse en Russische bestuurders van betrokkenheid bij de ontvoering van Arjan Erkel, de hulpverlener die op 12 augustus 2002 in Dagestan verdween. De ontvoering zou deel uitmaken van een campagne van intimidatie om ,,hen tot zwijgen te brengen die nog steeds praten over Tsjetsjenië, waar het afgelopen decennium een misdaad van uitzonderlijke schaal heeft plaatsgehad''.

Erkel zou lijden aan longontsteking en door zijn ontvoerders met de dood worden bedreigd. Zij zouden overwegen ,,het veld leeg te ruimen vóór de Russische presidentsverkiezingen''. Dat zegt het hoofd van AzG-Frankrijk, Jean-Hervé Bradol, in Le Monde en via het persbureau AFP. AzG baseert zich op twee doorgaans betrouwbare bronnen. Een woordvoerder van de presidentiële gezant in Zuid-Rusland noemt de beschuldiging ,,totaal ongefundeerd''.

De uitspraken van Bradol zijn onderdeel van een actie van AzG voor Arjan Erkel, die moest pieken op diens verjaardag op 9 maart. Bradol erkent dat er maandenlang is onderhandeld over de vrijlating van Erkel via bemiddelaars. Dat gebeurde nadat de Russische geheime dienst FSB in juni 2003 met een video kwam van Erkel. In oktober beantwoordde Erkel twee persoonlijke vragen schriftelijk: zijn laatste levensteken. Nadat AzG via de bemiddelaars een losgeld overeen kwam, ,,verdween alles eind december''. De Dagestaanse politieman die het onderzoek leidde, verdween achter de trailies. De bemiddelaars trokken zich terug en de ontvoerders zwegen.

Bradol en andere AzG-kopstukken stellen dat Erkel is ontvoerd door een Dagestaanse parlementariër, in deze krant eerder aangeduid als Kazimagomed M. Kazimagomed is volgens Bradol een beschermeling van een Dagestaanse afgevaardigde in de Russische Doema.

Nu de ontvoerders zwijgen, groeit opnieuw de kloof tussen de aanpak van AzG en de Nederlandse diplomatie, ofwel tussen publieke druk en stille diplomatie. Bradol zegt `Nederlandse, Franse, Europese en VN-diplomaten' te hebben geïnformeerd over de achtergrond van de ontvoering. ,,Diplomaten erkennen [Russische betrokkenheid] als vaststaand feit in onderlinge gesprekken, maar er bestaat een publiek taboe. `Men moet Rusland ontzien', `U brengt het leven van uw collega in gevaar als u lawaai maakt'.'' Erkels familie vroeg de pers deze week niet over de zaak te publiceren.

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zag de nieuwe actie van AzG kennelijk aankomen. Op 25 februari liet het weten dat deze ,,menselijke tragedie'' door ,,sommige kringen'' wordt misbruikt voor politieke doeleinden. AzG-Zwitserland, waar Erkel in dienst is, zegt via Jean-Christophe Azé: ,,Wij zijn ervan overtuigd dat de Russische autoriteiten de zaak kunnen oplossen. Nu we alarmerende informatie hebben over de toestand van Arjan kunnen we niet langer zwijgen.'' Volgens Azé is niet getracht medicijnen naar Erkel te brengen.,,We kennen zijn ziektebeeld niet precies. Bovendien is het de vraag of de medicijnen hem bereiken, in vergelijkbare gevallen is ons dat niet gelukt. Wel hebben we gehoord dat Arjan Erkel bezocht is door een dokter.''