Bariton en tenor

Jan Derksen, de operazanger die zich ontwikkelde van een bariton tot een tenor, is gisteren in Amsterdam op 72-jarige leeftijd overleden. Derksen was een gedreven zanger met een enorme présence op het podium. Hij maakte een grote carrière in Nederland en trad ook vaak met veel succes op in het buitenland. Zo maakte Derksen in 1971 zijn Italiaanse debuut in Verdi's Un ballo in maschera in Florence op uitnodiging van de dirigent Riccardo Muti, nu de artistiek leider van de Scala in Milaan.

Derksen was een joviale en eigengereide Amsterdammer met het hart op de tong, hij bezat een wat ruig timbre en had het getaande uiterlijk van een schipper. Hij woonde op het schip Il Tabarro, genoemd naar de Puccini-opera waarin hij bij de Nederlandse Opera ook de rol van de rauwe schippersbaas zong.

Jan Derksen zong in zijn studietijd aan het Amsterdamse Conservatorium al in radio-uitvoeringen van opera's. Na zijn debuut in Trier in 1965 als Posa in Verdi's Don Carlo werd Derksen eerste bariton bij de opera van Hannover, waar hij zich bekwaamde in een breed repertoire. In 1968 was de rol van Renato in Un ballo in maschera Derksens debuut bij de Nederlandse Opera, waar hij tot 1994 zou optreden in 48 producties.

Derksen had een intense zang- en speelstijl. In Tosca was hij een befaamde Scarpia, in Pagliacci een zeer emotionele en gekwelde Canio. Zijn vertolking van Ridi pagliaccio was hartverscheurend. Derksen kon ouderwets goed zingen en geloofwaardig acteren, verder was hij wars van actualiseringen, experimenten en conceptuele ensceneringen.

Hoofdrollen zong Derksen in wereldpremières van de opera's Houdini (1977) van Peter Schat en Naima (1985) van Theo Loevendie. In Schats Symposion (1994) vertolkte hij de rol van muziekuitgever. Derksen trad ook veel op in minder prestigieuze voorstellingen en in kleine producties, zoals De rat van Jan Wisse, De schipbreuk van Wagenaar en de met live zang begeleide vertoningen van de zwijgende operafilm Gloria Transita uit 1917. Op zijn toezegging in de musical Cats de rol van de wijze opperkat te spelen, kwam hij na twee dagen repeteren terug. Dat gedans om hem heen was niets voor hem, zei hij.

De omschakeling naar het tenorenvak in 1982 beschouwde Derksen als een thuiskomst, omdat het hem ontbrak aan echte laagte, al kon hij dat naar eigen zeggen ,,opvangen en wegspelen'. Als tenor zong hij Cavaradossi in Tosca en de titelrol in Wagners Parsifal. In 1986 zong hij in de beroemde Semperoper in Dresden Otello, gedirigeerd door Hans Vonk. Een blijvend succes als tenor was Derksen niet. Zijn ruige baritontimbre bleef bestaan en uiteindelijk schakelde hij terug naar de oude vertrouwde Derksen.

Gerectificeerd

Foto Derksen

De foto van Jan Derksen (11 maart, pagina 11) is niet gemaakt door Bob Bronshoff, maar door Maurice Boyer.