Ambtsjubileum voor Zalm?

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de hoeder van 's rijks schatkist later dit jaar zijn tienjarig ambtsjubileum haalt. Toen minister Zalm in augustus 1994 aantrad, stond ons land in de startblokken voor een ongekende groeispurt. In zeven vette jaren nam het nationale inkomen cumulatief met een kwart toe. Doordat een groter deel van de bevolking bij de productie werd ingeschakeld, was minder geld nodig voor sociale uitkeringen. De belastingen brachten daarentegen onverwacht veel geld in het laatje. De budgettaire schaarbeweging van lagere uitgaven en hogere ontvangsten leidde tot een spectaculaire verbetering van het saldo op de overheidsbegroting. Een tekort van 3,5 procent (in 1994) sloeg om in een overschot van 2,2 procent van het bruto binnenlands product (in 2000). Zalm was de man!

Dat overschot was echter niet `structureel', zoals bleek toen de hoogconjunctuur drie jaar geleden omsloeg. Tijdens een recessie is meer geld nodig voor uitkeringen en valt de belastingopbrengst onder invloed van de tanende economische bedrijvigheid automatisch terug. Het structurele, conjunctuurneutrale begrotingssaldo is vermoedelijk nooit positief geweest. Bovendien verzwakte het tweede kabinet-Kok de positie van de schatkist door omvangrijke lastenverlichtingen, zoals bij de herziening van de inkomstenbelasting in 2001. Tegelijkertijd werden de uitgaven voor zorg, onderwijs en politie extra opgeschroefd, in een grotendeels tot mislukken gedoemde poging critici van paars de pas af te snijden. Gevolg: het overschot verdween als sneeuw voor de zon. Voor dit jaar verwacht het Centraal Planbureau een tekort van 3,3 procent. Deze raming brengt Zalm in grote problemen.

Het Stabiliteits- en Groeipact, dat door de landen uit de eurozone is geratificeerd, bepaalt dat het tekort maximaal 3 procent mag bedragen. Duitsland en Frankrijk schenden die bepaling al vier jaar op rij. Onze minister van Financiën heeft zich in Berlijn en Parijs niet geliefd gemaakt door er bij herhaling en met nadruk op aan te dringen dat alle eurolanden – groot en klein – zich aan het pact houden. Nu Nederland in eenzelfde positie dreigt te verzeilen, is Zalm er alles aan gelegen dat ons land het pact respecteert. Deze opstelling brengt hem echter in conflict met de meeste collega-bewindslieden, die weigeren het mes in uitgavenposten op hun begroting te zetten. De komende maanden moet het kabinet uit de dreigende impasse zien te raken. Er zijn twee opties.

Ten eerste kan het kabinet berusten in een tekort dat de 3 procent van het bbp overschrijdt. Duitsland en Frankrijk geven het slechte voorbeeld. Bovendien is een `buitensporig' tekort tijdelijk toegestaan, wanneer een land zich kan beroepen op uitzonderlijke omstandigheden, zoals een ernstige economische neergang. Een plotselinge daling van het bbp met 1 à 2 procent kán als uitzonderlijke omstandigheid gelden, mits de andere eurolanden met deze interpretatie instemmen. Daar zit het probleem. Zalm heeft bij sommige buitenlandse ambtsgenoten zoveel krediet verspeeld, dat zij hem graag zullen laten bungelen. Zalm zal niet bereid zijn namens het kabinet zo'n gang naar Canossa te maken, al was het maar om zijn zelfrespect te bewaren.

Daar komt bij dat een overschrijding van de 3-procentsnorm voor het begrotingstekort ongewenst is. Het pact is een bindend contract. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat overheden zich daaraan houden. Ander argument: zonder nieuwe, ingrijpende maatregelen dreigt het tekort de komende jaren alleen maar op te lopen. Tekorten stapelen zich op tot een steeds hogere overheidsschuld. De daarover verschuldigde rente stuwt de overheidsuitgaven nog verder op. De vergrijzing van de bevolking kost de schatkist toch al miljarden extra en zet de toekomstige economische groei onder druk, omdat de productiviteit van oudere werknemers terugloopt. Inmiddels kiezen werkgevers eieren voor hun geld en verplaatsen een toenemend deel van de productie naar elders.

Om deze trends te keren, dient het kabinet het tekort nu aan te pakken, door extra te bezuinigen en de belastingen te verhogen. Het regeerakkoord eist dit ook. Het gaat om een forse financiële inspanning: het wegwerken van 0,3 procent bbp tekortoverschrijding komt overeen met maatregelen ter waarde van 1,5 miljard euro. Bezuinigingen en lastenverzwaringen leiden tot krimp in de nationale economie. Rekening houdend met zulke `uitverdieneffecten' zijn eerder maatregelen nodig tot een totaalbedrag van 2,5 miljard euro. Op papier weet het kabinet het tekort dit jaar dan op 3 procent bbp te houden. Maar de kleinste verdere tegenvaller bij de uitgaven of belastingontvangsten drukt het tekort weer door het 3 procentplafond. Zalm zou daarom – conform het regeerakkoord – moeten mikken op een tekort van 2,5 procent bbp. Daartoe zou het kabinet eind mei een dossier moeten presenteren dat bezuinigingen omvat tot ten minste 6 miljard euro.

Daar komen de ministers hoogstwaarschijnlijk niet uit. Als Zalm de vent blijft die hij is, stelt hij vervolgens zijn portefeuille ter beschikking, net als zijn voorganger Andriessen (CDA) in 1980. Destijds liet VVD-fractieleider Wiegel de schatkistbewaarder zakken als een baksteen. Wiegel wilde blijven regeren, al maakte dit hem medeverantwoordelijk voor steeds verder ontsporende overheidsfinanciën. Benieuwd welke opstelling Wiegels opvolger Van Aartsen straks kiest.