47 loopkevers

Opschudding onder ecologen. Op een vervuild stukje grond in Rotterdam is een populatie zeldzame loopkevers ontdekt.

Een van de meest vervuilde stukken Nederland bevindt zich in Rotterdam. Het is polder De Esch, een gebied dat zich moeiteloos in het rijtje Lekkerkerk, Volgermeer, Diemerzeedijk schaart. De Esch ligt aan een binnenbocht van de Nieuwe Maas, die er in een grote meander omheen stroomt met het eiland Van Brienenoord aan de overkant.

Jarenlang werd dit stuk onland gebruikt om vervuild havenslib op te storten, totdat de slufterberging op de Maasvlakte voor dat doel gereed kwam. Er zitten zware metalen, slecht afbreekbare bestrijdingsmiddelen en sporen van minerale olie in de grond. Oude plannen om voor de zesbaksduwvaart een bochtafsnijding door het poldertje te graven verdwenen gelukkig van tafel, misschien wel door de grote vervuiling die dan weer zou vrijkomen.

Sindsdien is De Esch onaangeroerd blijven liggen. Twee oude en monumentale boerderijen huisvesten een kunstenaar, een schaapherder en het kantoor van het Zuid-Hollands Landschap. Dat laatste is niet verwonderlijk: door meer dan twintig jaar planologische besluiteloosheid is er een schitterend natuurgebied ontstaan. In De Esch groeien orchideeën en de putter broedt er. Een aantal wandelpaden slingert zich door het zompige gebied, de wandelaar waant zich er in de natuur.

Toch hangt de dreiging van een bodemsanering als een donderwolk boven het poldertje, want op basis van de geldende regels zou er wel eens een saneringsurgentie aan het gebied moeten worden toegekend. De vraag is dan of zoiets zinvol is zolang er geen woonwijk komt. En hoe reageert de natuur op zo'n zwaar verontreinigde ondergrond? Met die vraag gingen Rotterdamse ambtenaren aan het onderzoeken.

Ecologen begonnen te inventariseren, telden vogels en begroeven vangpotten. Daar tuimelde van alles in: pissebedden, duizendpoten, loopkevers. Door de stedelijke ecologen zijn inmiddels alle leden van deze bodemfauna tot op de soortnaam gedetermineerd, en dus kon vorige week de vondst worden bekend gemaakt van Harpalus luteicornis. Dat is een pikzwart loopkevertje van 6 à 7 millimeter grootte en weinig opvallend, zoals dat met loopkevertjes meestal het geval is. Het is een uiterst zeldzame soort. Sinds 1900 is luteicornis in ons land op slechts zes plaatsen aantoonbaar aangetroffen, meestal één enkel kevertje per keer. De soort is zo zeldzaam dat hij niet voorkomt op enige Rode Lijst van bedreigde soorten. Ook in België en Duitsland wordt de soort slechts sporadisch gevonden en alleen in Zwitserland – zo vermeldt het standaardwerk De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie – komt hij wat vaker voor, bij voorkeur in uiterwaarden en op rivierstrandjes.

Eén exemplaar in een Rotterdamse vangpot zou dus zeker voor enige opschudding onder ecologen hebben gezorgd, maar de ambtenaren telden er zevenenveertig! Hun determinatie is intussen geverifieerd door twee loopkeverdeskundigen van naam. En sindsdien is de opwinding compleet. Zevenenveertig van die Zwitserse rivierloopkevertjes in één klein gebiedje betekenen dat zich er een echte populatie bevindt, de eerste in heel Nederland. En een populatie zeldzame bodemdieren betekent dat het met de natuurwaarden in het betreffende gebied zo slecht nog niet gesteld is.

Het gemeentebestuur van Rotterdam heeft nog geen definitief besluit genomen voor of tegen bodemsanering van polder De Esch en de loopkever kan dus wel eens een flinke besparing gaan opleveren. Want soms is nietsdoen de beste medicijn.