Wethouders vinden dualisme geen succes

De hervorming van de gemeentelijke democratie is twee jaar na invoering van de zogenoemde `dualisering' geen succes, vindt bijna de helft van de wethouders in het land. Hun eigen positie is verzwakt, het gemeentelijk bestuur is minder daadkrachtig geworden en de kwaliteit van het lokale debat verslechterd.

Dit blijkt uit het vanmiddag gepresenteerde tweede jaarbericht van de commissie die de hervorming van de lokale democratie begeleidt. Deze week is het twee jaar geleden dat de dualisering van het gemeentebestuur werd ingevoerd. Dat betekent dat wethouders sindsdien niet langer deel uitmaken van de gemeenteraad. Zij besturen met de burgemeester, en de gemeenteraad controleert, net zoals de Tweede Kamer tegenover de regering staat.

Uit onderzoek van de commissie blijkt dat 46 procent van de in totaal 1.600 wethouders vindt dat het gemeentebestuur minder daadkrachtig is geworden, en 16 procent dat het juist daadkrachtiger is geworden. Volgens 43 procent is het aantal conflicten tussen raad en college is toegenomen. Driekwart van de wethouders vindt dat de raad zich inderdaad onafhankelijker opstelt, zoals de bedoeling van de dualisering was. Maar het debat in de raad gaat volgens hen meer over details. Volgens 47 procent is het wethoudersambt minder aantrekkelijk geworden.

Volgens minister De Graaf (Bestuurlijke vernieuwing) is het ongemak van de wethouders veelal ,,een kwestie van gewenning en aarden in een nieuwe bestuurscultuur''. Dualisering schept ,,een nieuwe spanning, die ook is voorzien''. Volgens de commissievoorzitter, burgemeester De Vet van Leusden, kunnen de klachten niet beschouwd worden als aanloopproblemen. ,,Als de daadkracht van het bestuur en de stabiliteit van de politieke verhoudingen is aangetast, is dat een serieus probleem.'' Volgens de commissie dreigt de wethouder na invoering van de gekozen burgemeester tussen burgemeester en raad vermalen te worden.

WETHOUDERS: pagina 3