Wanneer muziek oorlog is

Ze opereren in het schemergebied van wat wel en niet kan in Iran. De strengste geestelijke, de opstandigste jongere, iedereen legt hun teksten – over bloemen, lenteregens en duiven – op zijn eigen wijze uit.

Wie de website van de Iraanse band Arian bezoekt, moet zich bij het horen van de verschillende nummers de volgende situatie proberen voor te stellen:

De lucht die door het autoraam naar binnen komt, ruikt knisperig naar zomerhitte. Je zit met drie vrienden van rond de twintig in de auto en rijdt 's avonds door de drukke straten van Teheran. Op de muren die voorbij schieten, staan afbeeldingen van geestelijken en gesneuvelde soldaten. Maar jij kijkt gulzig naar de donkere ogen die jou en je vrienden vanuit de andere auto's schalks begluren.

Hormonen doen je hoofd bijna ontploffen als plotseling een controlepost van de justitiepolitie opdoemt, op zoek naar jongeren die zich niet gedragen volgens de regels van de Iraanse staatsislam. Snel draai je het volume van de autoradio omlaag. Popmuziek is immers tegen de wensen van de profeet, zo menen veel Iraanse geestelijken. Met kloppend hart stuur je de wagen langs mannen in zwarte overalls die je vanuit hun zwarte jeeps met een heel andere blik bekijken. Eén milliseconde voltrekt het leven zich in slowmotion om met een rotatie van de wielen weer de ingeslagen weg te vervolgen. Je blaast je adem uit en grijpt weer naar de cassetterecorder. De eerste klanken van het nummer `Parvaz' (vlucht), van de band Arian dreunen door de speakers. Je drukt het gaspedaal diep in. Kippenvel staat op je armen.

Arian staat voor jong, opstandig en spannend; meer vrijheid en lol, minder regels en zwartgalligheid. Muziek in Iran is een van de strijdperken waar het gevecht om de persoonlijke vrijheid wordt beslecht. En de tien jonge leden van de groep Arian zijn de populaire winnaars in een van de belangrijkste veldslagen met de conservatieve krachten.

In een land waar vrouwen niet in het openbaar solo mogen zingen, (westerse) popmuziek officieel verboden is en het ministerie van Cultuur alle muziekteksten en klanken zo censureert dat ze voldoen aan de staatsislam, wist Arian vier jaar geleden voor een minirevolutie te zorgen. Niet alleen gaven ze een concert waarbij vrouwen in het achtergrondkoor zongen, ook produceerden ze de eerste popmuziek van eigen islamitische bodem. Nieuwe dingen gaan vaak héél snel in Iran en van de ene op de andere dag veranderden de meubelverkopers en werkloze academici van Arian in nationale sterren en voorbeelden van het `nieuwe', hervormde, bevlogen Iran.

Zanger/gitarist Payam Salahi werkt nog steeds in zijn eigen meubelzaak. Rijk is hij niet geworden. ,,We kennen geen auteursrechten in Iran. Iedereen kan onze muziek kopiëren.''

Ironisch genoeg is Arian ontstaan op een van de verdorven feestjes waar het religieuze establishment zo'n hekel aan heeft. ,,Omdat we nooit te veel lawaai konden maken op die feesten, speelden we vaak akoestische sets met vrienden. Gewoon voor de lol'', zegt Salehi. Dat sloeg zo aan dat ze besloten een echte band te vormen. Terwijl gevluchte Iraanse zangers vanuit Los Angeles Iran bestoken met allerlei liedjes met een westerse ondergrond, creëerden de illegale feestjes van Arian een geheel eigen geluid. ,,Het was duidelijk dat het Iraanse volk echt zat te snakken naar iets nieuws. Ik hoop dat onze muziek veel mensen trots maakt en hoop geeft.''

De band werd voor het eerst gevraagd op te treden op het Iraanse vrijhandelseiland Quesm in de Golf. ,,Toen we daar aankwamen mochten de vrouwen opeens niet meedoen.'' Uiteindelijk gaven de autoriteiten toe en werd er geschiedenis gemaakt. Natuurlijk had dit de maken met de hervormingshausse die er in Iran heerste.

,,Daarmee begon het succes, maar kwamen ook de problemen'', vertelt Salehi. Opererend in het schemergebied van wat wél en niet kan in Iran, probeerden de tien bandleden te voldoen aan de enorme vraag naar concerten. ,,Een grote uitdaging'', zegt Salehi. Vlak voor een concert in de stad Isfahan, vorige jaar, bedreigden islamitische haviken de leden van de groep met de dood. Toch staat er ook voor dit jaar weer een nationale tournee gepland.

Veel fans zien hun helden tijdens de optredens voor het eerst, want op de conservatieve staatstelevisie worden hun videoclips niet gedraaid. De staatsradio negeert hun liedjes ook. Te frivool voor de rechterkant van de islamitische republiek. Foto's van concerten mogen niet worden gepubliceerd. Salehi is juist daarom zo trots op het succes van de groep. ,,We balanceren op het scherp van de snede. Als de band of het publiek te ver gaat, is alles afgelopen. We hebben er keihard voor moeten werken.'' Afgelopen jaar traden ze op in Duitsland, Engeland en Dubai.

Boze tongen in Iran beweren dat Arian juist zulke aanstekelijke popmuziek mag maken om de jeugd een schijngevoel van vrijheid te geven. De teksten, altijd over bloemen, lenteregens en duiven, zijn zeer symbolisch en kunnen door de strengste geestelijke en de opstandigste jongere op hun eigen manier worden uitgelegd. Tijdens concerten in het buitenland houden de achtergrondzangeressen altijd hun hoofddoekje op. Afgelopen juni, op de dag dat de grote studentenrellen van 1999 normaal worden herdacht, gaf de groep opeens een groot concert. Velen zagen hierin een afleidingsmanoeuvre van de overheid om zo te voorkomen dat jongeren zich op straat zouden begeven om de opstand te herdenken. Het enige wat Dalahi daarover kwijt wil: ,,We staan vaak onder gigantische druk.''

Laatste deel van een serie over lokale muziekhelden. Eerdere delen verschenen op 20 en 31 december, 3, 6, 10, 17 en 23 januari, 2, 13, 16 en 21 februari. Ze zijn te lezen op www.nrc.nl.