VS `teleurgesteld' over vonnis Ba'asyir

De Amerikaanse regering is ,,diep teleurgesteld'' over de halvering, gisteren, door de Indonesische Hoge Raad van de straf voor Abu Bakar Ba'asyir. De VS achten de radicale godsdienstleraar ,,diep en intensief betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van terreurdaden''. Dat zei minister voor Binnenlandse Veiligheid Tom Ridge, vandaag op bezoek in Jakarta. Hij zei te hopen dat Ba'asyir ,,te zijner tijd op een andere manier terecht zal staan.'' Ook Australië en Singapore reageerden teleurgesteld.

De coördinerende bewindsman van Veiligheidszaken van Indonesië, generaal b.d. Susilo Bambang Yudhoyono – gedoodverfd kandidaat voor de presidentsverkiezingen in juli – stond tijdens de persconferentie naast Ridge. Hij ontweek vragen naar zijn oordeel over de strafvermindering en verzekerde dat ,,onze inspanningen om het terrorisme aan te pakken niet aan intensiteit zullen inboeten.''

De Hoge Raad bracht gisteren het vonnis van 3 jaar, dat in november in hoger beroep werd uitgesproken tegen Ba'asyir, terug tot 18 maanden. In september was de grand old man van de radicale islam in Indonesië veroordeeld tot vier jaar, maar het Hof van Beroep haalde daar een jaar af. Volgens een van Ba'asyirs advocaten betekent het jongste raadsbesluit dat zijn cliënt eind april vrij komt.

De inlichtingendiensten van Indonesië, de buurlanden en de VS houden Ba'asyir (65) voor de geestelijke leider van het regionale terreurnetwerk Jema'ah Islamiyah (JI). JI-leden zijn in Indonesië veroordeeld – drie van hen tot de dood – voor een serie bomaaanslagen, waaronder die in Bali in oktober 2002, die 202 mensenlevens eiste. Ba'asyir werd enkele weken na de `Balibommen' gearresteerd en stond vorig jaar terecht wegens een poging de regering omver te werpen en president Megawati Soekarnoputri te vermoorden toen zij nog vice-president was. Volgens een woordvoerder van het Amerikaanse State Department is in dat proces ,,aangetoond dat hij een leider was (van JI) en persoonlijk betrokken was bij terreur''.

De rechtbank achtte alleen bewezen dat Ba'asyir was `betrokken' bij JI, niet dat hij de leider was van het netwerk, en achtte hem eveneens schuldig aan overtreding van de immigratiewet. Het hof van beroep vond zelfs Ba'asyirs betrokkenheid bij JI onbewezen. Van de oorspronkelijke aanklacht rest alleen vervalsing van identiteitspapieren.