Sterling Hayden

Een vriendelijke, hardwerkende man heeft Sterling Hayden nooit gespeeld. Zijn personages zijn steevast no good. Ook zijn Johnny in The Killing.

Hij heeft van die vriendelijke blonde haartjes en daaronder dan die kop als een vuist, dat gezicht dat helemaal uit knokkels lijkt te zijn opgetrokken. Zijn mondhoeken hangen altijd omlaag en als hij zijn mond opent is het om te blaffen. Ook, of juíst, als hij tegen een vrouw spreekt. Vanaf zijn eerste grote rol – Asphalt Jungle, 1951, zijn zesde film – tot aan zijn laatste interessante, Novecento in 1976, heeft Sterling Hayden (1916-1986) zich op het witte doek door een wereld van schurken en snollen heengeblaft en -gevochten.

In Asphalt Jungle stapt hij de filmgeschiedenis binnen als een man in een bruin confectiepak, met gleufhoed. Hij loopt door een groezelige buurt. Hij kijkt opzij en verlegt zijn koers naar de achterkant van een pilaar. Dan zien we op de achtergrond een politieauto voorbijrijden. Zonder een woord geeft Hayden zijn visitekaartje af: ik ben een lowdown schurk.

Hij was zeeman toen Hollywood hem ontdekte tijdens een botenrace in 1938. Hij liep, naar eigen zeggen, achteloos opvallend langs de nieuwscamera's toen iemand een foto maakte die studio Paramount Pictures onder de ogen kwam. Daar contracteerden ze hem en in 1941 maakte hij zijn debuut in de zee-film Bahama Passage. Hij werd door de studio aangeprezen als `de mooiste man in de filmwereld'.

Hij speelde hoofdrollen in B-films en bijrollen in A-films, maar hij is steevast no good. Dat zeggen zijn vrouwen tegen hem als ze grienen omdat hij niets om hen geeft. En dat zeggen de politie-agenten als ze hem arresteren maar niks kunnen bewijzen. Nóg niks kunnen bewijzen, want Sterling Hayden is meestal zo slecht dat hij ten slotte wel bezwijkt aan zijn verwondingen (Asphalt Jungle, The Godfather) of in de gevangenis belandt, zoals in The Killing van Stanley Kubrick die deze week opnieuw wordt uitgebracht.

Kubrick castte Hayden later in Dr. Strangelove als de paranoïde kolonel Jack D. Ripper – een van de seksuele woordspelingen uit die film; de naam verwijst zowel naar de op hoeren beluste seriemoordenaar Jack the Ripper, als naar geslachtsziekten: Jaap D. Ruiper. Ripper is de militair die de nucleaire apocalyps bezegelt omdat hij gelooft dat de wereld reddeloos verloren gaat aan de communisten. Je bent bijna geneigd te denken dat Kubrick voor Hayden koos omdat hij in staat was dat harde gezicht in de plooi te houden tegenover de geniale komiek Peter Sellers.

Onder de pakweg zestig rollen die Hayden in zijn leven speelde is die van Johnny Logan, alias Johnny Guitar, nog memorabel. In de gelijknamige film van Nicholas Ray uit 1954 stapt Hayden als de pure onschuld de film binnen, met een gitaar om zijn hals en zonder revolvers. Alsof hij van geen kwaad weet. Alles wat ik nodig heb, zegt hij sussend tegen een groep vijandige kerels, ,,is a smoke and a cup of coffee.'' Maar intussen. Als díe straks gaat schieten, staat niemand meer overeind.