Rekenkamer hekelt toezicht instellingen

Het toezicht op zelfstandige instellingen die met publiek geld wettelijke taken uitvoeren is nog altijd niet goed geregeld. Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in een vandaag verschenen rapport.

Het gaat om alle instellingen die uit belastinggeld of premies worden bekostigd en op afstand van het rijk zijn geplaatst, zoals politiekorpsen, ziekenhuizen, universiteiten en musea. Bij deze 3.200 rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) gaat ruim 109 miljard euro om. De rijksoverheid heeft voor zichzelf minder ter beschikking, 99 miljard.

Na eerdere rapporten van de Rekenkamer zijn sinds medio jaren negentig plannen en programma's ontwikkeld om het toezicht op de besteding van geld door RWT's te verbeteren. Successievelijk is de kwaliteit van het toezicht hierdoor toegenomen, aldus de Rekenkamer. Zo is het de bedoeling dat RWT's jaarlijks een jaarrekening aan het ministerie overleggen dat voor ze verantwoordelijk is, waardoor aan de Kamer kan worden gemeld of de recht- en doelmatigheid van bestedingen door zelfstandige instellingen in orde is.

Het tweede kabinet-Kok beoogde het toezicht in een kaderwet vast te leggen. Onder Balkenende is het wetsontwerp hiervoor aangehouden, in afwachting van een evaluatie. Hierdoor wordt het toezicht per instelling nu veelal in een aparte wet vastgelegd, volgens de Rekenkamer een ondoelmatige werkwijze. De Rekenkamer constateert ook dat pogingen om voor alle ministeries dezelfde toezichtsrichtlijnen op te stellen stilliggen. Ook leggen ministeries onvolledig verantwoording af over bestedingen door RWT's. Minister Zalm (Financiën) vindt dat ook niet nodig. Volgens hem zijn rapportages over RWT's pas interessant als is gebleken dat een instelling ondermaats presteert.