President Rwanda doodde voorganger

De huidige president van Rwanda, Paul Kagame, heeft tien jaar geleden opdracht gegeven tot de aanslag op de toenmalige president Juvénal Habyarimana. Die moord vormde het startsein voor de genocide in Rwanda.

Tot die conclusie komt de Franse antiterreurdivisie DNAT na zes jaar onderzoek in een verslag waarop het Franse dagblad Le Monde de hand heeft gelegd. De Verenigde Naties hebben het onderzoek naar de aanslag gesaboteerd, aldus het onderzoeksrapport.

Het Rwandese bloedbad heeft in 1994 binnen honderd dagen het leven gekost aan 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's.

Volgens de Franse krant kan de onthulling niet leiden tot vervolging van president Kagame in Frankrijk, omdat hij volgens de Franse wet als staatshoofd juridische onschendbaarheid geniet. Kagame was leider van de Tutsi-rebellenbeweging FPR. De FPR zou op 6 april 1994 het Falcon-vliegtuig met president Habyarimana (een Hutu) en diens Burundese collega Cyprien Ntaryamira boven de Rwandese hoofdstad Kigali hebben neergehaald.

Tegen tien andere rebellenleiders die volgens het rapport medeverantwoordelijk waren voor de aanslag, zou wel een internationaal arrestatiebevel kunnen worden uitgevaardigd, net zoals tegen twee met name genoemde rebellen die de twee fatale luchtdoelraketten zouden hebben afgevuurd. Nabestaanden van de Franse bemanning van het vliegtuig hadden om het onderzoek gevraagd.

De Rwandese regering heeft de beschuldigingen onmiddellijk met klem ontkend. VN-secretaris Kofi Annan zei ,,verbaasd'' te zijn over de conclusies, met name over de beschuldiging in het onderzoeksrapport dat de VN de zwarte doos van het neergehaalde vliegtuig zouden hebben verdonkeremaand en naar het hoofdkantoor in New York zouden hebben overgebracht. Volgens Annan hebben de Fransen bij de VN geen onderzoek gedaan. De onthullingen komen op een pijnlijk moment voor Rwanda. Begin volgende maand wordt de genocide van tien jaar geleden herdacht.

Onze correspondent Koert Lindijer sprak vorige maand met de Rwandese legerleider James Kabarebe over het Franse onderzoeksrapport dat in de maak was. Ze speculeerden ook over een mogelijke beschuldiging dat de huidige Rwandese regering verantwoordelijk was voor de fatale moordaanslag.

Kabarebe voerde twee redenen aan waarom de toenmalige rebellen het vliegtuig onmogelijk kunnen hebben neergehaald. Ze beheersten niet het gebied vanwaar de luchtdoelraketten zijn afgeschoten. Ze konden ook niet weten wanneer het vliegtuig zou landen. Die informatie hadden wel de Franse experts die op het vliegveld waren gestationeerd. De conclusie van Kabarebe: de Fransen hebben zelf de hand in de aanslag gehad.

Een lid van het speciale `netwerk commando' dat door rebellengeneraal Kagame met de aanslag zou zijn belast, zegt in Le Monde dat de Tutsi-balling Kagame zich er terdege van bewust was dat het vermoorden van de Hutu-president tot een slachting onder Tutsi's zou leiden. Hutu-extremisten hadden die genocide al maanden voorbereid. Volgens het commandolid heeft Kagame de Tutsi's in eigen land opgeofferd om aan de macht te komen. Een andere Rwandese dissident zegt in de krant dat ,,Paul Kagame weinig waardering had voor de Tutsi's in het binnenland'' die zich in zijn eigen ogen te zeer hadden aangepast aan de meerderheid van de Hutu's.

Het Franse onderzoeksverslag is gebaseerd op honderden getuigenissen, onder andere van dissidenten binnen de rebellenbeweging FPR. Volgens Le Monde heeft Frankrijk een aantal van die dissidenten geholpen om Rwanda te ontvluchten. De Rwandese autoriteiten zouden sommige informanten van de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière hebben vermoord.

Het rapport zal de moeizame betrekkingen tussen Frankrijk en de Rwandese regering nog verder verslechteren. De Rwandese regering heeft de Fransen steeds verweten dat ze het vorige Hutu-regime tot het bittere einde steunden, ook toen die regering steeds extremistischer en racistischer werd. Maar een Franse parlementaire commissie concludeerde eind 1998 dat Frankrijk op geen enkele manier medeplichtig was aan de volkerenmoord. Ze vond wel dat de Verenigde Naties, de Verenigde Staten en België hadden gefaald. De Rwandese regering sprak destijds over ,,een witwasoperatie''.

In augustus 1993 sloot de Rwandese Hutu-regering een vredesakkoord met de Tutsi-rebellen en de ongewapende oppositie dat in een machtsdeling voorzag. Een vredsmissie van 2.500 VN-militairen moest toezien op naleving van dat akkoord. In het kader van dat akkoord werden 600 FPR-rebellen in de hoofdstad Kigali gestationeerd. Zij zagen van dichtbij hoe de genocide werd voorbereid door Hutu-extremisten die niks wilden weten van het akkoord. Waarschuwingen van de Canadese VN-commandant in Rwanda werden door het hoofdkantoor in New York genegeerd. Pas op 17 juli 1994 kwam een einde aan het bloedbad toen de Tutsi-rebellen aan de macht kwamen.

De Rwandese president is vanaf vandaag tot vrijdag op staatsbezoek in België waar hij door de koning wordt ontvangen.