Onvermijdelijk, onrechtvaardig, zonder moraal

Waarom openden Eric Harris en Dylan Klebold op 20 april 1999 het vuur op hun medeleerlingen en leraren op de Columbine High School in het Amerikaanse plaatsje Littleton, Colorado? Het bloedbad inspireerde filmmakers en schrijvers, met voorop Michael Moore in zijn Oscar-winnende documentaire Bowling for Columbine en DBC Pierre, in zijn eveneens bekroonde debuutroman Vernon God Little, tot het zoeken naar verklaringen en oorzaken. Ze daalden diep af in de Amerikaanse gewelds-, consumptie- en vermaakscultuur, maar bleven die met vermakelijke ironische distantie bezien. Hun antwoorden waren aannemelijk, maar niet bevredigend.

Nu is er Elephant, een film van de soms onaangepaste (zoals in het vorig jaar verschenen Gerry of zijn eerdere Drugstore Cowboy), en soms Hollywood-behaagzieke (zie Good Will Hunting en Finding Forrester) regisseur Gus van Sant.

Elephant maakt niets duidelijker dan het in al zijn verwarring is. Stelt geen vragen die met antwoorden kunnen worden afgedaan. Vraagt niet om begrip. Wat de film wél doet is moeilijker te formuleren, omdat het met gevoel te maken heeft. Hij mikt recht op het hart van de toeschouwer. Maar is dan weer niet sentimenteel, nee, klinisch bijna, alsof niets in deze film af mag leiden en zo de toeschouwer heel puur en onvoorbereid kan aanraken. Voelen wordt verstaan.

In Elephant volgt Gus van Sant een groepje middelbare-schoolleerlingen in Portland, Oregon. Ze doen al die dingen die duizenden, miljoenen kinderen overal ter wereld doen: ze komen te laat op school, ze hebben een alcoholistische vader over wie ze zich ontfermen, fotograferen elkaar, kotsen hun lunch uit, spijbelen, schamen zich, worden gepest, zijn de braafste, of de mooiste van de klas. Aan het einde van de dag zullen sommigen van hen daders zijn en de rest slachtoffers.

Maar waarom?

Daarmee zijn we weer terug bij de vraag waarmee deze recensie begon. Waarom? De waarom-vraag is waarschijnlijk de beste en meest frustrerende vraag die je kunt en moet stellen. Het is de vraag die hoort bij driejarige kinderen, die voor het eerst `ik' gaan zeggen. Het is het begin van filosofie. `Waarom' vragen, betekent een individu zijn. En er langzamerhand achterkomen dat die vraag niet altijd even goed te beantwoorden is. Maar dat komt later. `Waarom' impliceert dat dingen een reden hebben. Dat er achter elk gevolg een oorzaak schuilt, of een complex aan oorzaken. Dat maakt namelijk dat dingen makkelijker te begrijpen zijn.

Het is maar goed dat in de Nederlandse taal het woord `grijpen' in `begrijpen' verborgen zit. Want dat is wat we vaak willen als we iets willen begrijpen. We willen het vasthouden. We willen het controleren. We willen het de schuld kunnen geven.

Waarom wordt het ene kind dat gepest wordt een moordenaar en het andere kind niet? Of: waarom wordt het kind dat gepest wordt géén moordenaar en een ander kind (dat niet wordt gepest) wél?

Simplistisch, natuurlijk. En Gus van Sant maakt het nog eenvoudiger. Hij stelt zelfs deze vragen niet in zijn film. Hij laat de dingen zien, zo uitgebeend en feitelijk als hij ze maar heeft kunnen krijgen, en roept bij de ene toeschouwer deze vragen op en bij een andere weer andere. Waar het om gaat is dat hij door niets te duiden, en al helemaal zonder de stoerdoenerij van Michael Moore, iets heel essentieels duidelijk maakt. Namelijk dat sommige dingen in het leven zonder oorzaak zijn. Dat dingen onvermijdelijk, onrechtvaardig en zonder moraal gebeuren. Als dat zo, als in Elephant, zonder platte moraliteit, zonder opsmuk wordt getoond, is het bijna te veel om te zeggen dat Elephant briljant is. Dat woord is als het ware te zwaar voor zo'n gevoelige film. Maar overdonderend is het wel allemaal.

Als dingen geen oorzaken hebben, kunnen ze ook niet lineair verteld worden. Dat begrijpt Gus van Sant. En daarom cirkelt hij met zijn camera in eindeloze takes rondom zijn hoofdpersonen. Hij volgt ze door de lange gangen van het schoolgebouw, die ons het misleidend gevoel geven dat de tijd wel van a naar b gaat. Want ergens in die gangen bevinden zich wormgaten naar andere universa. En als de camera daar is, dan verandert hij plotseling van blikrichting en maakt een kleine, bijna onopvallende kwantumsprong in tijd en ruimte. Soms richt hij zijn blik op de wolkenhemel, omdat het makkelijker is om te denken dat zich daar, in de verte, de parallelle universa bevinden. Maar ze zijn natuurlijk hier, in de alledaagsheid.

Het is een verteltechniek die wel wat doet denken aan The Killing (1956) van Stanley Kubrick, die vanaf deze week weer in een aantal Nederlandse filmtheaters is te zien. Heel geruisloos, maar des te schokkender overtuigt Elephant ons zo van het feit dat sommige dingen onbegrijpelijk zijn en blijven. Omdat we ons op het moment van waarnemen net op een andere plek in tijd en ruimte, met andere wetmatigheden, bevonden. Dat vrijwaart ons niet. En in die zin is de film beslist niet amoreel. Want we moeten het blijven vragen, waarom. En we moeten ons over onze dronken vaders blijven ontfermen.

Elephant. Regie: Gus van Sant. Met: Alex Frost, Eric Deulen, John Robinson, Elias McConnell, Jordan Taylor. In: 12 bioscopen.