Ontkoppel netwerk en levering

Per 1 juli aanstaande kunnen alle gebruikers van elektriciteit kiezen door wie ze hun stroom laten leveren. De burger krijgt zijn elektriciteit van een energiebedrijf, dat bestaat uit een gescheiden leveringsbedrijf en een netwerkbedrijf. Deze scheiding is enkele jaren geleden aangebracht, zodat het mogelijk is voor nieuwe leveringsbedrijven om toe te treden. Grootgebruikers en gebruikers van groene stroom kunnen nu al kiezen door wie ze hun stroom laten leveren, voor de overige gebruikers zal dat vanaf 1 juli het geval zijn.

De scheiding tussen bedrijven is in de praktijk niet volledig: de aandelen van het netwerkbedrijf en het leveringsbedrijf zijn meestal in handen van dezelfde holding. Boekhouding en informatiestromen mogen dan gescheiden zijn, het risico van belangenverstrengeling blijft bestaan. Het netwerkbedrijf kan de winst voor de holding verhogen door het gebruik van het netwerk door nieuwkomers te bemoeilijken. Dit kan wel worden gereguleerd, maar om te controleren of alles volgens de boekjes gaat is een omvangrijk reguleringsapparaat nodig.

Een betere oplossing is het volledig loskoppelen van netwerk en levering, inclusief het scheiden van eigendom van de aandelen van het netwerkbedrijf. Dat houdt ook in dat energiebedrijven geen aandeelhouder van netwerkbedrijven mogen zijn. Niet alleen legt deze scheiding de basis voor gezonde concurrentie, het trekt ook het vraagstuk van privatisering van netwerken los van de privatisering van leveringsbedrijven. Leveringsbedrijven kunnen prima als private partijen concurreren op een open markt.

De energiebedrijven zelf betwisten dit. Zij beweren dat ze zonder hun netwerk een eenvoudige prooi zijn voor buitenlandse overnames. Het is inderdaad niet uitgesloten dat NUON, Essent, Eneco en de andere Nederlandse elektriciteitsbedrijven te klein zullen blijken te zijn om op lange termijn te overleven in een vrije Europese markt.

Het is echter de vraag of dit een ongewenst neveneffect is. Het gaat uiteindelijk om het consumentenbelang. Het is niet duidelijk waarom een buitenlands bedrijf minder in staat zou zijn dat belang te dienen dan een Nederlandse onderneming. In de markt voor mobiele telefonie laten consumenten zich in ieder geval graag bedienen door het Duitse T-Mobile of het Engelse Vodafone. Een buitenlandse overname zou wel een probleem kunnen zijn als het nieuwe bedrijf een te grote marktmacht zou krijgen. Maar in dat geval kan de NMa of de Europese Commissie de overname verbieden op grond van het fusietoezicht.

Het scheiden van netwerk en levering is in geval van buitenlandse overnames ook belangrijk. De mensen die bang zijn dat een Nederlands leveringsbedrijf in buitenlandse handen komt, zouden er extra bang voor moeten zijn dat een leveringsbedrijf, inclusief netwerk, in buitenlandse handen komt.

Voor netwerkbedrijven is het concurreren op een markt niet mogelijk. Een eventueel geprivatiseerd netwerkbedrijf heeft geen concurrenten om zijn klanten aan te verliezen, en kan daarom profiteren van een monopoliepositie. In veel gevallen kan de overheid een toezichthouder de taak geven het private bedrijf te reguleren, zodat het maatschappelijke belang geborgd blijft. Op deze manier kan de maatschappij de vruchten meepikken van een op winst gericht bedrijf, met een overheid die bijstuurt waar dat nodig is.

Over dit bijsturen valt wel het nodige te zeggen. Het reguleren van netwerken is niet eenvoudig. Het transporteren van elektriciteit mag dan een relatief eenvoudige taak lijken, fouten bij de uitvoering van die taak kunnen grote gevolgen hebben. Regulering heeft bijvoorbeeld ook invloed op investeringsbeslissingen en zowel de capaciteit als de kwaliteit van het elektriciteitsnetwerk zijn belangrijke determinanten van leveringszekerheid.

Het is verstandig om de tijd te nemen om goed na te denken over de vraag of en hoe de netwerken geprivatiseerd moeten worden. Het kan vaak enige tijd duren voordat de details van het noodzakelijke toezicht voldoende zijn aangescherpt, en het is niet op voorhand duidelijk of de baten van privatisering hoger zijn dan de kosten van dat toezicht. Wachten met privatiseren biedt dan de ruimte om het antwoord op die vragen te vinden. Als blijkt dat privatisering efficiënt is en de regulering op orde, kan privatisering volgen.

Concurrentie op de elektriciteitsmarkt is gebaat bij een heldere structuur en een zo groot mogelijk aantal aanbieders. Geluiden uit de politiek en de sector dat de zittende leveringsbedrijven hun netwerk moeten behouden om zich te beschermen tegen buitenlandse overnames, zijn hiermee in strijd. De consument heeft meer baat bij elkaar beconcurrerende buitenlandse leveringsbedrijven dan bij een nationale kampioen.

Mark Lijesen en Sander Onderstal zijn verbonden aan het Centraal Planbureau.