`No claim' is uniek in zorg

Een `no claim' in de gezondheidszorg is makkelijker uit te voeren dan een eigen risico. Het kan helpen de onnodige vraag naar zorg te remmen.

Belonen in plaats van straffen en het is nog gemakkelijker uit te voeren ook. De oplossing die minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) bedacht om de toeloop tot de medische zorg wat af te remmen kreeg de instemming van een groot deel van de Tweede Kamer, hoewel nog geen Kamerlid ook maar een letter van het wetsvoorstel had gelezen.

De `no claim' moet het eigen risico vervangen dat vanaf 1 januari 2005 voor ziekenfondsverzekerden zou worden ingevoerd, zoals in het regeerakkoord werd afgesproken. Het zou ook de opmaat moeten worden voor het eigen risico dat in elk geval in het nieuwe zorgstelsel komt. Hierin worden op 1 januari 2006 alle verzekeringsvormen vervangen door een basisverzekering voor iedereen.

De no claim, als technische uitwerking van het principe van het eigen risico, is een vondst die elders in de wereld nog niet in de gezondheidszorg wordt toegepast. De korting op de premie is vooral bekend in de wereld van de autoverzekeringen, een sector waarin de verzekerde net als in de zorg tot op zekere hoogte zelf het gebruik van verzekeringsgeld kan bepalen, bijvoorbeeld door verantwoord rijgedrag.

Het eigen risico komt veelvuldig voor in de zorgwereld. Een verzekerde betaalt dan zelf zijn rekeningen tot een afgesproken bedrag. In eigen land is in het bijna gemeengoed bij de particuliere ziektekostenverzekeringen.

In enkele omringende landen heeft het eigen risico de vorm van een eigen bijdrage die (bijna) elke keer moet worden betaald als een beroep wordt gedaan op de medische hulpverlening. De hoogte van die bijdrage bepaalt in belangrijke mate de effectiviteit van de maatregel, leert onderzoek uit 2001 naar de werking ervan in België en Frankrijk. In beide landen remt het de kostenstijging af.

Maar het blijkt ook moeilijk om het precieze bedrag te bepalen dat mensen doet afzien van een beroep op onnodige zorg, maar dat hen geen zorg doet mijden als die wel nodig is.

Dat probleem lijkt met het invoeren van een `no claim' in elk geval opgelost. De afrekening komt immers achteraf, en het onnodig gebruik van voorzieningen komt vooral voor bij mensen die toch al geregeld bij een hulpverlener komen. Bij een no claim kunnen de verzekeraars aan het einde van een jaar vaststellen hoeveel zorg elke verzekerde heeft `geconsumeerd'. Dat is eenvoudiger dan het optellen van de declaraties tot het eigenrisicobedrag is behaald.

Maar Hoogervorst kan met zijn vondst ook een belangrijk politiek probleem oplossen: het onnodig gebruik begint immers al bij de huisartsen, die hun `lastige klanten' veelal snel doorsturen naar de specialist. Om het gepast gebruik te bevorderen, zouden de kosten van de huisarts ook onder het eigen risico moeten vallen. Daar komt Hoogervorst politiek in de problemen, omdat coalitiepartij CDA dat nu juist niet wil. De minister heeft voor een meerderheid in de Kamer het CDA nodig.

Die politieke pijn lijkt Hoogervorst weg te nemen met zijn no claim, waarbij het niet-gebruik van zorg wordt beloond. Hij wil bovendien maar een kwart van de rekening van de huisarts laten meetellen.

Voor dat laatste moet de huisarts ook anders worden gefinancierd. Aan deze operatie wordt overigens al enige tijd om andere redenen gewerkt. Op dit moment krijgt de huisarts een bedrag voor elke bij hem ingeschreven ziekenfondspatiënt. Voor de particulier verzekerden krijgt hij een vergoeding voor elk consult.

Voor de ziekenfondsverzekerden wordt nu gewerkt aan een stelsel waarin de huisarts in elk geval een deel van zijn inkomen haalt uit een vergoeding per consult. Dit moet de huisarts ertoe bewegen minder snel door te verwijzen. Maar de maatregel kan er ook toe leiden dat hij zijn patiënten, ter wille van zijn eigen portemonnee, vaak laat terugkomen. Deze reflex zou het afremmen van onnodig zorggebruik met behulp van de no-claimregeling juist weer frustreren.

Dat dit gevaar reëel is werd in de jaren jaren negentig bevestigd. Toen werd het honoreren per verrichting afgeschaft bij de medisch specialisten. Uit onderzoek naar de gevolgen daarvan bleek onder meer dat de patiënten aanzienlijk minder op de polikliniek werden terugbesteld (wat tot dan kon worden gedeclareerd) dan in de jaren daarvoor.