Motorfilm `Torque' kolkt van testosteron

Torque begint waar een andere film had kunnen ophouden: met een achtervolging en een terugkeer. Misschien dat het daarom even duurt voordat duidelijk wordt welke zaakjes motorrijder Cary nog precies te regelen heeft met zijn ex-vriendin Shane en de infame Hellions en Reapers, twee concurrerende motorbendes.

Het debuut van regisseur Joseph Kahn, bekend van de Eminem-clip Without Me, heeft dan ook niet als doel om aan plot of vertelling te doen. Het is een film met stuntmannen in de hoofdrol, zenuwachtig camerawerk, vol point-of-view-shots van cilinders en kleppen, overlopend van testosteron en volstrekt incorrecte, geile agressie. Onrealistisch als een PlayStation-spel, maar even opwindend en onderhoudend, met als grootste makke dat je als toeschouwer niet de macht over de controller hebt.

Hij is minder leuk dan het vergelijkbare straatrace-vehikel The Fast and the Furious, doordat hij te zeer z'n best doet te passen in een traditie van films over outlaws. Op z'n beste momenten echter is Torque avantgardistisch en abstract. Dan worden de acceleraties, de uitlaatpijpen en het geronk een doel op zich. Dan wordt er schaamteloos gesneden naar computeranimaties, omdat geen levend wezen de G-krachten nog kan weerstaan.

Als in een achtervolgingsscène aan het eind van de film Cary op straat ten val komt en bus op 1 millimeter van zijn gezicht tot stilstand komt, zien we in één beeld de gigantische band en de kloppende aderen op Cary's slaap. Dan realiseer je je dat alles wat je ziet tegelijkertijd hyperrealistisch is en totaal fake. Het is jammer dat Torque niet méér in die richting doorslaat. Nu lijkt die incidenteel radicale beeldtaal haast toevallig en mislukt.

Torque. Regie: Joseph Kahn. Met: Martin Henderson, Ice Cube, Monet Mazur, Adam Scott. In: 35 bioscopen.