Galerie wil geld om vertrek fotografe

De Amsterdamse kantonrechter doet vandaag uitspraak in de zaak die galeriehouder Paul Andriesse heeft aangespannen tegen Hellen van Meene. Andriesse daagde de fotografe, die haar samenwerking met de galerie in 2001 beëindigde, voor de rechter wegens contractbreuk. Van Meene, die in 1996 afstudeerde aan de Rietveld Akademie en vrijwel direct doorbrak met haar sensuele foto's van pubermeisjes, had in 1998 haar eerste solotentoonstelling in de Amsterdamse galerie van Paul Andriesse. Het conflict ontstond toen twee jaar later ook buitenlandse galeries, Koyanagi uit Japan en Matthew Marks uit New York, interesse toonden voor Van Meenes werk. De fotografe stelde voor om deze drie galeries drie edities van haar nieuwe serie ter beschikking te stellen. Andriesse vond dat hij recht had op meer edities, omdat hij al langer de belangen van Van Meene behartigde. ,,Er kon niet over gepraat worden'', zegt Van Meene. Toen de fotografe daarop haar samenwerking opzegde, eiste Andriesse schadevergoeding wegens gederfde inkomsten. Volgens Andriesse had Van Meene een opzegtermijn van vier maanden in acht moeten nemen. Ook eist de galeriehouder een goodwill-vergoeding voor zijn inspanningen. ,,Een buitensporig bedrag'', aldus Van Meene. ,,Het is onmogelijk om zoiets in geld uit de drukken. In de kunstwereld geldt immers dat je zo goed bent als je laatste foto.'' Volgens de fotografe kan een uitspraak ten gunste van de galeriehouder een gevaarlijke voorbeeldfunctie hebben. ,,Kunstenaars kunnen dan in de wurggreep van galeries komen.''

Andriesse en Van Meene hadden hun afspraken niet contractueel vastgelegd, iets dat in de Nederlandse galeriewereld vrij gebruikelijk is. Volgens Erik Bos, galeriehouder van Nouvelles Images in Den Haag en voorzitter van de Galerie Bond Nederland (GBN), is er vaker geen contract dan wel. ,,Over financiële zaken en percentages wordt meestal wel iets op papier gezet, maar de overige afspraken zijn meestal mondeling.