...en de rol van Nederland

De handen van minister-president Balkenende zijn gebonden tijdens diens bezoek aan president Bush. Althans: waar het de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak betreft. De premier mag zijn Amerikaanse gesprekspartner van de Tweede Kamer geen toezegging doen over verlenging van de Nederlandse missie in de Zuid-Iraakse provincie Al-Muthanna. Balkenende bezoekt begin volgende week Washington en New York (Verenigde Naties) in gezelschap van de ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Kamp (Defensie). De Kamer is van mening dat er nog te veel vragen zijn over de politiek in Irak en de onzekere veiligheidssituatie ter plekke om ook in de tweede helft van 2004 de aanwezigheid van 1.200 Nederlandse militairen in het land te garanderen. Minder moeilijk doen de meeste partijen over een militaire voorbereiding op een mogelijke verlenging.

De voorlopige terughoudendheid is begrijpelijk en terecht. Verlenging is geen sinecure en verdient om allerlei redenen een integrale afweging door zowel de Tweede Kamer als het kabinet. Het Nederlandse parlement zou zich sinds Srebrenica in de woorden van de parlementaire enquêtecommissie moeten hoeden voor ,,incrementele (aangroeiende) en fragmentarische'' besluiten over zoiets belangrijks als het meedoen aan vredesoperaties. Kamer en kabinet hebben onderscheiden verantwoordelijkheden en behoren niet te veel gelijk op te lopen in zaken die gaan over vrede en veiligheid en leven en dood. Tegengas geven, vragen stellen, openheid eisen en risicoanalyses verlangen: dat moet de rol van de Kamer zijn. In die zin is het goed dat nu even op de rem wordt getrapt. Het is simpelweg te vroeg om over verlenging te beslissen. Amerikaanse verzoeken kunnen worden aangehouden met de mededeling dat het Nederlandse parlement meer informatie wil en nog niet aan een eindoordeel toe is.

Van belang is echter wél de wetenschap dat nu Irak een voorlopige grondwet heeft – hoezeer ook een product van compromissen – en aan vrije verkiezingen werkt, het land behoefte heeft aan stabiliserende krachten. Anders gezegd: de aanvankelijke Nederlandse bereidheid om troepen te sturen is niet onverplichtend geweest. Wie A zegt, zit in dit geval aan B vast en misschien wel aan de rest van het alfabet. Dat is niet alleen de consequentie van getoonde daadkracht, maar ook van internationale verantwoordelijkheden. De regering vond destijds dat VN-Veiligheidsraadresolutie 1483 de politieke en juridische basis vormde voor deelneming aan een stabilisatiemacht. Die resolutie verwelkomt iedere bereidheid van VN-lidstaten om bij te dragen aan de stabiliteit en veiligheid in Irak. Ook wordt een beroep gedaan om het Iraakse volk te helpen bij de wederopbouw. Dat zijn geen loze woorden.

Beëindiging van de Iraakse missie kan nodig zijn als het politieke proces door gewelddadigheden dusdanig ontregeld raakt dat de vorming van een nieuwe regering onmogelijk is. Zover kan het komen in de Iraakse heksenketel. Blijven is riskant, maar vertrekken is alleen in die uiterste omstandigheid te rechtvaardigen.