`De vraag is niet óf we Dutroux zullen brengen, maar hoe'

Kinderen zien op het Jeugdjournaal geregeld aangrijpend nieuws dat ze nauwelijks kunnen bevatten. Zoals nu de zaak-Dutroux. Moeten ze dat allemaal wel weten?

Drie keer opende het Jeugdjournaal vorige week met de Belgische zaak-Dutroux. Op de derde dag, woensdag, vertelt presentatrice Brecht van Hulten dat Dutroux, ,,die ervan verdacht wordt kinderen te hebben ontvoerd en vermoord'', voor het eerst zelf heeft gesproken in de rechtszaal. De moeder van het vermoorde meisje An wordt geïnterviewd. Ze vindt zijn verklaringen leugenachtig, zegt ze. ,,Ik vind die man ongelooflijk.'' Dan vertellen verschillende Belgische scholieren over Dutroux. Een meisje zegt dat ze er eerst niet van kon slapen. Nu gaat het beter, ze weet dat hij achter tralies zit.

,,Toen vond ik het eigenlijk wel genoeg geweest'', zegt Gabriëlle Erens, moeder van een dochter van 12 en een zoon van 7. ,,Ik dacht: moeten we nu ook al horen wat de Belgische kinderen ervan vinden? Het is voor Nederlandse kinderen al erg genoeg.''

Eenderde van de kinderen tussen negen en twaalf jaar kijkt geregeld naar het Jeugdjournaal. Die worden zo geconfronteerd met gruwelijk nieuws; met de zaak-Dutroux, maar ook met de slachtoffers van de oorlog in Irak en met de gevolgen van een zelfmoordaanslag in een bus in Jeruzalem. Moeten kinderen van die leeftijd dat wel allemaal weten?

Ja, vindt Ronald Bartlema, chef van het Jeugdjournaal. ,,Dominant nieuws, zoals bijvoorbeeld de zaak-Dutroux, brengt het Jeugdjournaal sowieso. Op het moment dat je dat niet doet, neem je je kijkers niet serieus. Kinderen willen weten wat er in de wereld gebeurt. De tijd dat iedereen vond dat kinderen zolang mogelijk in een sprookjeswereld moeten leven, is allang voorbij. Bovendien: kinderlokkerij en kindermishandeling komen voor. Het kan geen kwaad dat ze beseffen dat ze moeten opletten. De vraag is dus niet óf we het brengen, maar hóe we het brengen.''

Daarover wordt van tevoren uitgebreid op de redactie gesproken. Bartlema: ,,We zoomen niet in op de meest gruwelijke details. Niet in beeld, maar ook niet in woord. In de zaak-Dutroux bijvoorbeeld zeiden we dat kinderen werden ontvoerd en dat ze dingen moesten doen tegen hun zin. We gaan niet heel gedetailleerd vertellen over verkrachtingen.''

De meeste ouders en kinderen vinden dat het Jeugdjournaal aangrijpend nieuws moet uitzenden, zegt ook Patti Valkenburg, hoogleraar kind en media aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vroeg ouders en kinderen na een aantal kindermoorden in 1996 en 1997, waarbij ouders hun eigen kinderen doodden, of ze dit onderwerp geschikt vonden voor het Jeugdjournaal. De meerderheid van de ouders (62 procent) en van de kinderen (75 procent) vond dat het Jeugdjournaal, ondanks de gruwelijkheid van het onderwerp, er wel aandacht aan moest besteden. ,,Kindermoord is nóg enger dan Dutroux'', zegt Patti Valkenburg. ,,Omdat de moordenaars de eigen ouders waren. Kinderen zagen dat zelfs het gezin niet altijd veilig is.''

De 12-jarige zoon van Loes Knoll houdt zich totaal niet bezig met Dutroux. Zijn moeder denkt dat begrippen als verkrachting en seksueel misbruik hem nog niet zoveel zeggen. Loes Knoll: ,,Het is een ver-van-mijn-bed-show voor hem. De ontvoering van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop eind vorig jaar greep hem veel meer aan.'' En na de uitzending over de schietpartij onlangs op het Terra College in Den Haag, waarbij een conrector werd gedood, werd haar zoon echt bang. ,,Dat komt, denk ik, doordat ik ook in het onderwijs zit. Ik ben locatieleider op een basisschool in Spijkenisse. Hij wilde weten of er ook iemand op mij zou kunnen schieten.''

Heftig nieuws kan traumatiserend zijn voor sommige kinderen, zegt Valkenburg. ,,Dutroux is gewoon heel eng. En hij bestaat echt. Je kunt als ouder je kinderen niet geruststellen door te zeggen: het bloed is maar ketchup of zo.'' Maar dat wil niet zeggen dat ze dan maar niet moeten kijken, vindt Valkenburg. ,,Kinderen hebben ook angsten nodig om ze te kunnen overwinnen. Daar worden ze groot en sterk van. Het ene kind kan meer aan dan het andere. Het is aan de ouders die grens te bepalen.''

Kijk met je kinderen mee, zegt dan ook Hans Koot, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ,,Je kunt het nieuws toch niet buiten de deur houden. In elke krant, op elke site, op elk kanaal zie je de snor van Dutroux. Maar ouders kunnen wel beschikbaar zijn voor vragen. Ze kunnen het nieuws in perspectief plaatsen: ,,Dit is een heel enge man, maar hij is wel een heel grote uitzondering. Er staat echt niet op elke straathoek een Dutroux.''

Daarbij moeten ouders zuinig zijn met het tonen van hun eigen emoties bij aangrijpend nieuws, ook al raakt het henzelf diep, vindt Koot. ,,Er is zoveel geweld op de televisie, kinderen zijn wel wat gewend. Ze schrikken het meest van de reactie van hun ouders.''

Het Jeugdjournaal wordt gemaakt voor kinderen van tien tot twaalf jaar. Maar er kijken ook veel kinderen die jonger zijn, al is dat iets minder nu het programma niet meer direct achter Sesamstraat wordt uitgezonden.

Ronald Bartlema vindt niet dat het Jeugdjournaal rekening moet houden met de jonge kijkers, de ouders zijn daarvoor verantwoordelijk. ,,Anders kun je geen nieuwsprogramma maken. Nieuws gaat nu eenmaal vaak over oorlogen en geweld. Die leeftijdsgrens is natuurlijk niet strak. Sommige kinderen van negen vinden het hartstikke interessant. Anderen liggen er wakker van. De ouders moeten bepalen wie wel kijkt en wie niet. Ik heb een dochter van vijf. Als Dutroux langkomt, gaat de tv uit.''

De zoon van Loes Knoll kijkt al naar het Jeugdjournaal sinds hij zes is. Meestal kijk zijn moeder vanuit de open keuken mee. Knoll is zeker niet tegen Dutroux-nieuws op het Jeugdjournaal, maar vindt het evenwicht soms een beetje zoek. ,,België is voor kinderen ook heel ver weg. Dat moet je dan soms beter doseren.''

De dochter van Gabriëlle Erens is laconiek over Dutroux. Ze heeft op school tijdens het project `Kom op voor jezelf' geleerd dat dergelijke mensen bestaan. Ze leerde ook om `nee' te zeggen tegen volwassenen als die dingen willen waar ze geen zin in heeft. Gabriëlle Erens: ,,Ik heb Dutroux aangegrepen om nog eens extra te waarschuwen. Maar heel eerlijk: ik ben veel banger voor al die gekken die door het rode licht rijden dan voor Dutroux-achtige figuren.''